De Volkeren van het Boek
1980-03-14
Allah leidt niet degenen die het Geloof verwerpen.- Jaargang 24
- nummer 11
Soera 9: 37
Diegenen onder het Volk van het Boek die (de waarheid) verwerpen ... zullen in het hellevuur zijn om daar (voor altoos) in te verkeren. Zij zijn de meest slechten onder de schepselen.
Soera 98: 6
De houding die Moslims, volgens de Koran, tegenover Joden en christenen - de Volkeren van het Boek - behoren in te nemen lijkt niet geheel eenduidig. Tussen "vroege" en "late" Koranteksten is zeker een verschil van toon aan te treffen. Bovendien is er op z'n minst nuance verschil tussen uitspraken over de Joden enerzijds en over de Christenen anderzijds. De vraag is nu: welke teksten bepalen voor de moslim de houding die hij tegenover ons moet innemen?
Er bestaat een zeker verschil tussen Vroege en Late Koranteksten, is zojuist gezegd. Dat is verklaarbaar, als we beseffen dat Mohammed er van overtuigd was a) dat zijn openbaringen authentiek waren en b) dat ze in overeenstemming waren met de inhoud van het Oude en Nieuwe Testament. Hij keek naar Christenen en Joden om bevestiging.
Toen na verloop van tijd bleek dat Joden en (overigens vaak heterodoxe) Christenen bepaald deze visie niet deelden, werd Mohammeds toon (en de toon van de Koran, Allah's openbaring ... ) voortdurend scherper; een stuk confrontatie ligt hieraan ten grondslag.
Voor een Moslim blijkt echter ook onderscheid tussen de Mensen van de Wet en de Mensen, van het Evangelie. Onder andere blijkt dat uit de mogelijkheid om Joodse "koosjere" voeding te eten, terwijl zoiet-s niet van het eten dat Christenen bereiden geldt. (Soera 5 : 6 zegt het als volgt: Het voedsel van het Volk van het Boek moogt ge eten, zoals zij uw voedsel mogen eten." De voetnoot vermeldt nadrukkelijk dat dit slechts voor het Joodse eten geldt. Moslims eten b.v. geen varkensvlees.)
Anderzijds lezen we - in Soera 5 : 85 - "Onder de mensen zult ge de sterkste vijandschap tegenover de Gelovigen bij de Joden en de heidenen vinden; het dichtst bij liefde voor de Gelovigen komen diegenen die zeggen: "Wij zijn Christenen" ... (Volgens de kanttekening bij dit vers is een "echt Christen" iemand die zó dicht bij de Islam staat dat hij de juistheid ervan herkent ... )
Omdat de Koran over de relatie tot Joden en Christenen nogal wat zegt, citeren we een aantal verzen: "Gij die gelooft, neemt niet tot vriend en beschermer hen die uw godsdienst bespotten of er lichtvaardig mee omgaan, zowel onder hen die de Schrift al eerder dan u ontvangen hebben of onder hen die het Geloof afwijzen." ... " (5 : 60). Iets verderop lezen we dan: Gij die gelooft, neemt geen Joden of Christenen tot vriend of beschermer. Zij zijn slechts vriend en besohermer voor elkaar. En hij die onder u zich tot hen wendt (om vriendschap) is een van hen. Waarlijk Allah leidt geen onrechtvaardig volk, (5 : 54)
Over de Joden zegt Allah: "Vanwege hun breken van het Verbond hebben Wij hen vervloekt. We hebben hun hart zich laten verharden: ze veranderen de woorden van hun (juiste) plaats en vergeten een aanzienlijk deel van de Boodschap die tot hen gezonden werd ... " (5 : 14) De Joden hebben dus met de tekst van het Oude Testament geknoeid - nog steeds zullen veel moslims Christenen en Joden beschuldigen van het veranderen der Schrift ... In nagenoeg gelijke bewoordingen zegt Allah &t ook van de Christenen: "Maar zij vergaten een aanzienlijk deel van de Boodschap die hun gestuurd was; vandaar dat Wij (Allah) hun vijandschap en haat hebben gegeven die hen onderling van elkaar hebben vervreemd." (vs. 15).
We lezen: "Wij hebben (aan Mozes) de Wet geopenbaard; daarin was leiding en licht. Aan die maatstaf zijn de Joden geoordeeld door de Profeten, die (zoals in de Islam) zich echt voor Gods wil willen buigen.. . . Want aan hen was de bescherming van Gods Boek toevertrouwd en ze waren daarvan getuigen ... (5 : 47).
In Soera 46 vers 10 wordt gewezen op de betrouwbaarheid van de Koran; in dit verband horen we: "En een getuige vanuit de Kinderen Israëls legt getuigenis af van de overeenkomst met de vroegere Schriftuur." Deze (niet bij name hier genoemd) Jood is met zijn kennis van Torah en Profeten de aangewezen persoon om zulke belangrijke uitspraken te doen; hij bevestigt Mohammed's claims. Maar ook omgekeerd. We lezen: "En hiervóór was er het Boek van Mozes als gids en als barmhartigheid. En dit Boek bevestigt dat in de Arabische taal." Ze moeten daarom geloven in Gods openbaringen, die uw Schrift bevestigen 'en niet de eersten zijn die (openbaringen) te ontkennen, waarschuwt Allah (die "ze" zijn de Joden). Positieve en negatieve staan er dus over de Joden geschreven. Ze hoorden er echt bij, maar ze hebben Allah's verbond geschonden. En nu wijzen ze nota bene Mohammed af!
Evenzo zijn Christenen mensen die wel op het goede spoor zitten vanwege hun geloof in Christus: twijfelachtig en ronduit godslasterlijk vindt de moslim echter het ge/loof in Christus Zoonschap. Met name in de al hierboven geciteerde Soera 5, "de Tafel", komt dit thema steeds weer naar voren. (zie ook vorig artikel.) Alle relaties die moslims met Christenen zouden kunnen hebben worden door de theologie bepaald. Ook al zouden er mogelijk individueel sympathieke Joden of Christenen kunnen bestaan, hun godsdienstige visie zal steeds een belemmering zijn.
Met hen is dus eigenlijk geen stabiele relatie mogelijk, stelt de Koran. Hadden de volkeren van het Boek maar de Islam gekend, het zou veel beter met hen aflopen, lezen we in Soera 3, terwijl in dezelfde context gesproken wordt dat ieder die de Islam niet 'aangenomen heeft in de toekomende wereld verloren zal zijn.
Een nog scherper en polemischer vers staat geschreven in Soera 17, waar we lezen dat Joden en Christenen "u van Onze openharing proberen weg te lokken, in de hoop dat gij een andere openbaring moogt uitvinden in Onze naam, en aldus hun vertrouwde vriend worden." Ze zijn dus niet te vertrouwen - een ware Moslim moet geen goed van hen verwachten. Deze (vermoedelijk dus late tekst, een uiting van Mohammeds frustratie), staat in hetzelfde boek dat óók zegt dat men, als er problemen zijn met Koraninterpretatie, het best naar iemand uit "de Volkeren van het Boek" kan gaan om nadere instructie te vragen; die weten immers al zoveel van Allah ...
Onze relatie tot moslims wordt hierdoor - uiteraard - zeer bemoeilijkt; anderzijds moeten we erkennen dat voor ons een vergelijkbare betrokkenheid op het Christelijk geloof de relatie tot andersdenkenden beïnvloedt.
A!l zal misschien niet ieder in soortgelijke termen van de ander afstand nemen als de Moslims doen .
Heel wat meer teksten vallen te noemen. Wie een nadere lijst wil hebben kan die zo van me ontvangen. We moeten hierover echter ophouden en nog - kort - een ander ding bespreken.
Hoe heeft de hier genoemde houding gewerkt op de relaties tussen Moslims en christenen? Het duidelijkst wordt dit geïllustreerd in de kanonnades die theologen van beide kampen op elkaar hebben afgevuurd. Kwade trouw, valsheid in geschrifte, een godslasterlijke houding, een vervloekt zijn voor Gods aangezicht, van twee kanten zijn deze dingen elkaar toegevoegd.
Omdat het in dit bestek niet haaibaar is daarover, veel te zeggen, verwijs ik (nogmaals) naar het boek van Antonie Wessels - professor in de Missiologie aan de VU - De Moslimse Naaste. Hij gaat in op de aard van de theologische problemen, noemt uitvoerig alle "gewraakte teksten" in de Koran en spreekt over een hele reeks christlijke en Islamitische geleerden, die het standpunt van christendom en Islam ten opzichte van elkaar vorm gegeven hebben. Voor mij waren de meesten niet of nauwelijks (in dit verband) bekend; boeiend om te lezen hoe polemische en verzoeningsgezinde visies in alle tijden zijn voorgekomen. De huidige tendens - aan Christelijke kant althans... - is dialoog, dat is uit Wessels boek wel herkenbaar. Ofschoon ik denk dat veel lezers, mezelf niet uitgezonderd, bij enig verder gesprek met Wessels op een aantal punten van mening zouden verschillen geeft het boek zóveel informatie dat het een uiterst welkome uitbreiding van onze kennis en ons inzicht betekent.
Wessels boek is uitgekomen bij Kok te Kampen, telt 156 pagina's en kost f 20,65. Het is daarmee vrij prijzig, maar is voor diegenen die de Islam nader bestuderen willen wel waar voor hun geld.