Gedragscode als hulp voor kwetsbare mensen
2008-09-26
Zorgvuldig omgaan met elkaar behoort tot de kern van het leven.- Jaargang 52
- nummer 19
Zeker in de gemeente van Christus behoort dit waar te zijn en waar gemaakt te worden. ‘U zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand.
En u zult liefde betonen aan uw naaste als betrof het uzelf.’ Deze woorden zijn overbekend en ik denk, dat er niet veel mensen zijn die ze zouden willen tegenspreken.
Maar toch… Toch worden we met enige regelmaat opgeschrikt door berichten, dat er juist in de kerk op onzorgvuldige wijze met elkaar wordt omgegaan. Nu denk ik niet in de eerste plaats aan de ‘grote’ conflicten, waarvan vele tot een scheuring in de gemeente hebben geleid. Ik denk vooral aan de ‘kleine’ zaken, waarbij op individueel niveau mensen jegens elkaar onzorgvuldig zijn: een ondoordacht uitgesproken woord, een ongepaste aanraking, oneigenlijk gebruik van gemeenschappelijke middelen, ondoordachte loslippigheid.
‘Kleine’ zaken … grote gevolgen
Deze dingen gebeuren en het is schrikbarend, dat mensen in de uitoefening van hun functie of dienst onzorgvuldig zijn naar hen die aan hun zorg en verantwoordelijkheid zijn toevertrouwd.
We worden geconfronteerd met berichten over geestelijken, die zich ongepast gedragen.
Berichten over machtsmisbruik, misbruik van vertrouwen, schending van de integriteit en de eerbaarheid van de ander. En dan mogen die zaken ‘klein’ zijn in die zin dat ze zich meestal afspelen tussen enkele personen, maar de gevolgen ervan kunnen groot zijn en levenslang voelbaar.
Mensen die het gevoel voor eigenwaarde verliezen; mensen die het vertrouwen in hun medemens kwijtraken en geen enkele relatie nog durven aangaan; mensen die niet meer in staat zijn lichamelijke intimiteit te geven of te ontvangen; kinderen die geen enkele volwassene nog durven vertrouwen; mensen die hun geloof verliezen en niet meer in God kunnen geloven.
Kwetsbaarheid en verleiding
Wij mensen zijn kwetsbaar. Allemaal kunnen we slachtoffer worden.
Slachtoffer kan men worden van een ander, die onrecht pleegt of macht misbruikt. Zeker wanneer sprake is van afhankelijkheid of machtsongelijkheid.
De getuigenissen van hen die het hebben meegemaakt, zijn schrijnend, de gevolgen desastreus.
Maar ook kan men ‘slachtoffer’ worden van zichzelf, waardoor men dader wordt. Wie kan de luxe van de rijkdom dragen? Wie kan de verleiding van de macht weerstaan? De dominee, die kickt op een kerkenraad die precies doet wat hij wil. De penningmeester die geniet van de grote sommen geld, die hij beheren moet.
De pastoraal werkende, die graag ‘zo dichtbij’ is. Wij zijn kwetsbaar, juist voor onze eigen verleidingen.
Dit besef is de laatste jaren breed doorgedrongen. In allerlei organisaties en beroepsgroepen heeft men daarom gedragscodes opgesteld.
Kennelijk is zorgvuldigheid jegens elkaar minder vanzelfsprekend dan het lijkt en is onze kwetsbaarheid groter dan wenselijk.
Hulpmiddel
In de Nederlands Gereformeerde Kerken is op verzoek van de Landelijke Vergadering een gedragscode opgesteld voor predikanten en andere kerkelijke werkers en onlangs aan alle kerkenraden toegezonden.1) Deze gedragscode is vooral bedoeld als hulpmiddel om gedrag van kerkelijk werkers bespreekbaar te maken. Het gaat daarbij zowel om gewenst als om ongewenst gedrag. Ze is bedoeld als handreiking voor kerkelijk werkers die kwetsbaar en soms ook onzeker zijn. Ook is ze bedoeld als hulpmiddel voor gemeenteleden om te verhelderen welk gedrag van een kerkelijk werker wel of niet verwacht mag worden. Bij de opstelling van deze gedragscode is geprobeerd concrete handreikingen te doen. Daarom is dit ook een gedragscode. Gedrag is immers wat concreet waarneembaar is, te zien te horen te voelen.
Kernwaarden
Het is echter onmogelijk alle gewenste of ongewenste gedragingen volledig te beschrijven. Daarvoor is het leven te complex en te zeer aan verandering onderhevig. Bovendien is van groot belang wat achter het gedrag ligt, maar wat niet zichtbaar is: bedoelingen, drijfveren, idealen.
Hoewel deze in deze gedragscode niet uitgebreid aan bod komen, spelen ze wel degelijk een belangrijke rol. Onder het beschreven gedrag liggen een viertal kernwaarden, namelijk respect voor de ander, integriteit, betrouwbaarheid en zorgvuldigheid.
Deze waarden zijn ontleend aan wat de Schriften leren over de omgang met elkaar. De apostel Paulus spreekt in dat verband bijvoorbeeld over de weg van de liefde (Efeziërs 5:2). De genoemde kernwaarden zijn kenmerkend voor die weg van de liefde, voor die stijl van leven. Meer nog dan het voldoen aan gepaalde regels gaat het erom te leven vanuit deze kernwaarden.
Het gaat om gedrag en houding, waarin deze waarden te herkennen zijn. Daartoe wil de gedragscode een handreiking zijn.
Werken aan
De gedragscode heeft het karakter van een werkdocument. Dit betekent dat er áán dit document gewerkt zal (moeten) blijven worden. Allereerst omdat de kerken op de eerstvolgende Landelijke Vergadering deze gedragscode officieel moeten vaststellen. Om tot een zo goed mogelijk eindresultaat te komen is het van groot belang, dat de eerste reacties op en ervaringen met het werken met de gedragscode worden meegenomen.
De commissie stelt daarom reacties uit de kerken zeer op prijs.3) Maar ook na vaststelling zal niet alleen de praktijk aan de gedragscode, maar ook de gedragscode aan de praktijk getoetst moeten worden.
Sluiten praktijk en code nog op elkaar aan? Helpt de gedragscode ons verder of hebben we nog iets anders nodig?
Werken met
Belangrijker nog dan werken aan de gedragscode is het werken mèt de gedragscode. Want dat is immers het doel: een concrete handreiking voor de praktijk. Daarom zal de gedragscode een plaats moeten krijgen in het kerkelijk leven.
Zo is het denkbaar de gedragscode of delen daarvan periodiek te bespreken op de kerkenraad, bij de rapportage van de huisbezoeken, bij het werven van nieuwe kerkelijk werkers, bij functioneringsgesprekken, of bij het opleiden van predikanten.
Ook in gemeentevergaderingen kan n.a.v. de gedragscode worden gesproken over de bestaande verwachtingen t.a.v. predikanten en andere kerkelijk werkers. Aan catechisanten of aan Bijbelkringen zou kunnen worden gevraagd op basis van de kernwaarden een eigen gedragscode op te stellen. Er zijn vele mogelijkheden de gedragscode meer te laten zijn dan een stoffig document, veilig weggeborgen in een ordner.
Deze gedragscode wil een concrete handreiking zijn bij het vinden en borgen van een zorgvuldige omgang met elkaar in een wereld en een kerk die voortdurend aan veranderingen onderhevig zijn.
1) De volledige tekst van de gedragscode is op te vragen bij uw kerkenraad of te raadplegen via www.ngk.nl. Anders dan in de overige bijdragen in dit nummer wordt de term ‘kerkelijk werkers’ hier als verzamelnaam gebruikt voor predikanten en andere werkers in de kerk, dus ook ouderlingen, tienerclubleiders etc.
2) De beschrijving van de problemen zijn ontleend aan het boek van dr. Jacques Schenderling, Beroepsethiek voor pastores, Budel 2008, dat zich uitstekend leent voor verdere studie en bezinning voor kerkelijke werkers en gemeente.
3) Reacties – bij voorkeur per mail – kunnen worden gestuurd aan de voorzitter van de commissie, ds. Alex Boshuizen, Klaprooshof 6, 2215 DM Voorhout. E-mail: boshuizen@wxs.nl.
Ds. Kees Smit is legerpredikant en maakt deel uit van de commissie ‘Gedragscode voor kerkelijk werkers’, ingesteld door de LV van Zwolle.
| Broeder G. is alleenstaand en heeft de respectabele leeftijd van 82 jaar. Hij vertelt zijn pastoraal werker, die een studie theologie volgt, dat hij zijn bezittingen wil nalaten aan de kerk. Hij vraagt of zij belangstelling heeft voor enkele oude, zeer zeldzame theologische werken, die hij in zijn bezit heeft. Zij is in verlegenheid gebracht. Ze heeft interesse, maar ze vermoedt dat de boeken een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen. Wat zal ze doen? Wat zou u doen? Zuster M. meldt zich bij haar dominee. Ze vertelt dat haar man, een trouw kerkganger, verslaafd is aan alcohol. Hij is vrijwel iedere avond dronken en met enige regelmaat slaat hij haar en onlangs ook één van hun kinderen. Hij heeft gedreigd haar iets aan te doen als ze een hulpverlener inschakelt. De dominee vraagt, wat hij voor haar kan betekenen. Zuster M. antwoordt, dat ze alleen haar verhaal even kwijt wil; een aanbod om samen te zoeken naar hulp slaat ze af uit angst voor haar partner. Wat gaat de dominee doen? Wat zou u doen?2) |