De woordenschat van het Griekse Nieuwe Testament (1)
1980-03-21
In "Seminarie-mededelingen" (uitgave van de Stichting Nederlands Gereformeerd Seminarie) no. 4 van mei 1.978 staat op blz. 9 het volgende te lezen: - Jaargang 24
- nummer 12
Wist u, dat...?
Wist u, dat de klassieke Griekse literatuur, waar het hedendaagse klassieke onderwijs zich mee bezig houdt, in totaal 91.921 verschillende woorden bevat?
Wist u, dat het Nieuw Testamentische Grieks slechts 5857 verschillende woorden bevat?
Dat wil zeggen, dat de Heilige Geest van 92.064 klassieke Griekse woorden geen gebruik heeft gemaakt. Het aantal woorden waarvan Hij wel gebruik heeft gemaakt bedraagt slechts 6% van de totale Griekse woordenschat.
Nu kan men in diverse bladen en blaadjes een rubriek aantreffen "Wist u, dat ...?" . Als je bij de tandarts zit te wachten, vormen de daarin vermelde wetenswaardigheden soms een welkome afleiding. Zo'n vermeerdering van je feitenkennis is makkelijk meegenomen.
Of je inzicht er bij wint, is de vraag. Naakte feiten (statistische gegevens b.v.) kunnen soms nodeloos imponeren of zelfs ontstellen. Ik heb me in een boek over nieuwtestamentische tekstkritiek eens laten vertalen - en het zal best waar zijn - dat het aantal tekstvarianten (d.w.z. het aantal afwijkende lezingen) in de handschriften van het NT bij elkaar groter is dan het aantal woorden dat in het NT voorkomt. Als je niet meer te horen krijgt, denk je als leek allicht: "Niets wankeler en onbetrouwbaarder dan de tekst van het NT! Moet je nagaan: gemiddeld naast elk woord, zoals wij het in onze Nederlandse bijbel vertaald krijgen, op z'n minst wel één ander woord overgeleverd! Waar zijn we dan met onze bijbeltekst aan toe?" Toch behoeft U er echt niet wakker van te liggen, als U zoiets leest.
Men zou er bij moeten zeggen, dat het overgrote deel van deze tekstvarianten mets om het lijf heeft. Behalve tellen moet men ook wegen. Van helt stukje dat ik uit de Seminariemededelingen citeerde is de uitwerking juist omgekeerd, nl. geruststellend.En het trekken van de conclusie met de opgediste feiten wordt niet eens aan de lezer overgelaten. De - niet met name genoemde - schrijver trekt die zelf met alle duidelijkheid:
Het is met een te zware opgave voor de gemeente van de Here op aarde de inhoud van de 6% door de Heilige Geest gebruikte Griekse woorden nauwkeurig te kennen.
Is die conclusie verantwoord? Laat ik eens een parallel mogen neerschrijven, (Het gestelde feit zoal wel niet kloppen, maar dat hindert voor mijn doel niet; het gaat me om de wijze van concluderen.)
De hoeveelheid aardgas die onder de Nederlandse bodem voorkomt, bedraagt slechts 6% van de aangetoonde wereldvoorraad. Het is niet een te zware opgave voor de boeren in Nederland deze voorraad tot de laatste cm3 ter beschikking te krijgen.
Men zal ronder moeite het wankele van deze conclusie inzien. Zie gaat met name hieraan mank: stilzwijgend gaat men er van uit, dat aan twee voorwaarden wordt voldaan, waarvan de vervulling toch bepaald niet zó vanzelfsprekend is, nl.
a) dat de situering van de gasvoorraden (diepte e.d.) geen enkele onoverkomelijke hindernis oplevert voor de totale Winning;
b) dat de Nederlandse boeren over de vakkennis, het instrumentarium enz. beschikken om de winning met succes ter hand te nemen.
Wel, mag ik dan de schrijver in Sem-med. vragen:
a) Doen zich bij de 'waardebepaling' van de nieuwtestamentische woorden geen zware, en soms zelfs schier - onoplosbare problemen voor?
b) Beschikt "de gemeente van de Here op aarde" over vakkennis instrumentarium, methodische scholing en wat dies meer zij op het terrein van de Griekse taal, die haar in staat zou stellen de inhoud van al die 5857 woorden van het NT nauwkeurig te kennen?
Over de tweede vraag wil ik verder zwijgen. Op de eerste wil Ik even nader ingaan. Aan het betrekkelijk geringe aantal mag men niet zulke conclusies verbinden als hier gedaan wordt. Allereerst: die geringheid is maar betrekkelijk, nl. in relatie tot het totaal van bijna 98.000. Maar absoluut gezien is 6.000 woorden om het getal nu maar even af te ronden - toch niet niks! Maar vooral: men moet hier met louter tellen, maar vooral ook wegen! Weet u, dat... - mag ik nu ookeens uit dit vaatje tappen? – Wistu, dat
ik destijds als dissertatieonderwerp een Grieks woord heb genomen, dat o.a. in het NT voorkomt, nl. physis?
om binnen redelijke termijn deze studie te kunnen afronden, ik me na enige oriëntatie genoodzaakt heb gezien me in hoofdzaak te beperken tot het gebruik vóór Aristoteles?
ik ± 1500 plaatsen noteerde waar het bewuste woord voorkwam; en ik dus 1500 teksten in hun context moest analyseren en onderling vergelijken, om tot recht begrip van het bewuste woord op een bepaalde plaats te geraken, en om vervolgens de betekenisnuances in hun onderlinge verbanden te kunnen rangschikken onder een 'stamboom'?
deze arbeid ongeveer vijf jaar vrije tijd. (zeg maar: de avonduren + de vakanties) heeft gevergd?
En nog zou ik niet durven beweren, dat ik de inhoud van dit woord nu nauwkeurig ken. Ik heb de indruk niet veel meer dan een skelet voor een lexiconartikel te hebben ontworpen; een raam waarbinnen de ruim 70 betekenisnuances d!ie ik vond, zich in hun onderlinge verbanden laten ordenen. Maar dat er voor wie wil 'uitdiepen' en 'verfijnen' nog heel wat te doen is overgebleven.
Nu zal men zeggen: goed, maar niet alle Griekse woorden zijn van het kaliber van physis. Akkoord! Maar vergis U met! Ook niet t.a.v. schijnbaar gemakkelijke woorden.
Als ik een 'gymnasiast die nog maar een blauwe maandag Grieks heeft gehad, vraag: "Weetje wel, wat 'kai' betekent?", dan zal hij allicht z'n minachting laten blijken over zo'n kinderachtige vraag, en antwoorden: "Natuurlijk! Dat betekent: en, ook, zelfs". Goed zo! Niettemin heeft Denniston in zijn onvolprezen boek over dergelijke soms schijnbaar onnozele; maar in hun waarde vaak moeilijk te bepalen ldeine Griekse woordjes 1) aan de nuances van 'kai' 39 bladzijden gewijd. Des Places heeft zich gebogen - en heel diép gebogen - over drie (zegge en schrijve 3!) van de door Denniston onderzochte partikels, daarbij zicl1 bovendien tot één schrijver (Plato) beperkend. Het resultaat was: een boek van 320 bladzijden (de registers niet meegeteld)! 2) Deze voorbeelden noem ik, om U een indruk te geven, hoe omvangrijk en tijdrovend woordstudies vaak zijn. En hoevéél woorden zijn er te noemen die nog altijd wachten op een semasiologische monografie (d.w.z. een afzonderlijke studie over dat éne woord, waarin de betekenisontwikkeling ervan worden opgespoord, en de samenhang daartussen, de betekenisontwikkeling, uit de doeken wordt gedaan)? Hier is nog een enorme hoeveelheid werk te verzetten. (Dat zeg ik ondanks de waardering die ik heb voor wat op dit terrein reeds is gepubliceerd, voor het NT o.a. in het woordenboek van Kittel.) Laat die constatering voor de voor dit werk gekwalificeerden een aansporing zijn om hard te werken.
Maar laten ze het doen in moed; niet in de waan: "dat fiksen wij wel eventjes". En laten zij, en ook de mensen die de resultaten van hun arbeid willen benutten, hun verwachtingen matigen. Wij moeten nl. vrezen, dat bepaalde connotaties die destijds in het gebruik van een of ander woord hebben meegespeeld, ons blijvend ruilen ontgaan; eenvoudig omdat het ons niet meer mogelijk is in levend taalverkeer met de mensen van toen te treden. Ja er zijn woorden waarvan het te bezien staat, of we ooit met voldoende waarschijnlijkheid de 'naakte' betekenis (afgezien dus van de 'kleuring') zullen kunnen vaststellen. Ais voorbeeld noem ik 'euperistatos', Hebr. 12:1. ("Die ons zo licht in de weg staat" vertaalt het NBG. Maar er zijn andere opvattingen mogelijk; en vergelijkingsmateriaal hebben we niet.) Ik herinner ook aan het 'epiousios' dat in het Onze Vader voorkomt als bepaling bij "ons brood". Betekent het werkelijk "dagelijlks", zoals men doorgaans vertaalt?? 3)
Het aankweken van een naïef optimisme In deze zaak door te goochelen met halve waarheden Iijkt mij èn tegenover de kerken die"men wil dienen èn tegenover de studenten die men wil aantrekken niet verantwoord.
Noten
1) J. D. Denniston, The Greek Partictess, Oxford 1954. Denniston heeft een verrassend fijn taalgevoel en een zeldzame trefzekerheid in de typering van betekenisnuances.
2) E. des Places S. J. Études sur quelques particules de liaison chez Platon, Paris 1929. Denniston waardeert het boek als "the best thing of its kind that has been written", a.w. Preface, p. V.
3) Een interessant artikel publiceerde daarover mijn vriend Dr. R. ten Kate in Nederlands Theologisch Tijdschrift, jrg. 32, afl. 2 (apr. '78), blz. 125-139.