Het Liedboek
1980-03-21
Lied 301 Dit Lied beroept zich op de verhalen over de Babylonische ballingschap (Psalm 137. "Onze wereld wordt voor het geloof gestempeld tot het land van "vuur en oven". Niettemin, het is in de vreemdelingschap, dat de lofzang geboden is. De apostel trekt eenzelfde conclusie, als hij op de erkenning dat de dagen kwaad zijn, de opwekking laat volgen om in psalmen, lofzangen en liederen de Heer van harte toe te zingen. (Ef. 5 : 16-21). Zonder weet te hebben van bovenstaande gegevens kan men de tekst bezwaarlijk verstaan", aldus de dichter. (Comp. p.701).- Jaargang 24
- nummer 12
Naar onze mening zou het aanbeveling verdienen in strofe 3 een wijziging aan te brengen. In regel 5 zou het woordje ,)s" vervangen dienen te worden door "schijnt" en in regel 7 "nog" door "toch". Dit komt ons meer schriftuurlijk voor. Strofe 4 en 5 zijn o.i. wat weinigzeggend en bepaalde uitdrukkingen nogal gezocht. De melodie is niet sterk en zal spoedig kunnen vervelen.
Tekst: 3 (voor strofe 1 tlm 3) en 1 (voor de rest); melodie: 2.
Lied 302 De tekst van dit Lied is niet bepaald begrijpelijk te noemen.
En de toelichting, die de dichter er op geeft, maakt dit er stellig niet beter op wanneer hij o.m. zegt: "...wat is het land Kanaän?
Het is niet het verloren paradijs, ook niet het aardrijkskundige gebied waarin Israël onder Jozua is neergestreken, ook niet het land van de eindbestemming. Met "Kanaän" is bedoeld het vóórlaatste, die staat van vrede waarin de mensen anders zijn geworden; het is een tussentijd waarin de tekenen van wat komen moet weer wat helderder zijn, niet geheel vertroebeld door domheden en geweld. Wij zien nog niet, nog is niet geopenbaard wie wij zijn; maar wij zijn eindelijk gaan luisteren!" (Comp. p. 703). Naar onze mening een onschriftuurlijke horizontalistische benadering van het Komend Koninkrijk. De melodie geeft geen enkele moeilijkheid.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 303 Dit Lied is vrij algemeen bekend uit de Ned. Herv. gezangenbundel van 1938. (Gez. 112: "Eén Naam is onze hope".). Als aardige bijzonderheid vermeldt de dichter-vertaler: ... "Dat met het bijvoeglijk naamwoord in de eerste regel (ware kerk) niet verwezen wordt naar dogmatische pretenties van afzonderlijke kerkorganisaties behoeft nauwelijks vermeld te worden; dat het hier toch wordt opgemerkt berust op de verbijsterende ervaring dat argwanende "hervormden "bleken te veronderstellen met een "gereformeerde" vertaling van doen te hebben!". (Comp. p. 705). In de 4e strofe is een zinspeling op Openb .21 : 2 verwerkt, in overeenstemming met de beeldspraak die heel het lied heeft bepaald" (Comp.). O.i. is de beeldspraak, hoewel aanvaardbaar, toch niet overal in dit lied even sterk. De melodie is goed en algemeen bekend.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 304 Ook dit Lied mag, evenals het voorgaande, algemeen bekend worden verondersteld (Gez. 138, NH. bundel 1938).
De tekst, een gedicht van de bekende Hendrik Pierson, is zeer verstaanbaar en geheel schriftuurlijk De melodie behoeft geen nadere aanduiding.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 305 Een goed, schriftuurlijk Lied, dat in diverse uitdrukkingen duidelijke intenties van de 16e-eeuwse reformatie in zich draagt. De melodie is die van Psalm 36, 68.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 306 De tekst van dit Lied, evenals die van het voorgaande, van de hand van Jan Wit, vormt echter wel een opvallend contrast met Lied 305. Taal en stijl zijn hier wel erg zwak, al willen we in rekening brengen dat de dichter-vertaler min of meer gebonden was aan het gezang van Zwingli.
De melodie is tamelijk moeilijk en voor de kerkzang minder geschikt.
Tekst: 2; melodie: 2.
Lied 307 We zijn geneigd dit Lied kort te karakteriseren als niet Schriftuurlijk duidelijk en oecumenisch van inslag. (Jezus' naadloos kleed moet hier dienst doen als het symbool van de ware eenheid.) " ...het bidt om de eenheid van de mensheid. Het gaat om het innerlijke licht, Christus is het inwendige woord". (Comp. p. 718). De melodie laat te wensen over.
Tekst: 1; melodie: 2.
Lied 308 De tekst van dit Lied is niet bepaald sterk, de inhoud weinigzeggend. We merken nog op dat aan de karakterisering van het Compendium (p. 719) dat dit Lied... "een wijdsheld en directheid heeft die makkelijk aanspreken" niet bepaald een positieve zin moet worden toegekend. De melodie is weinig interessant.
Tekst: 2; melodie: 2.
Lied 309 Al is de dichter tamelijk uitvoerig in zijn toelichting om woordgebruik en samenhang van de diverse beelden aannemelijk te maken (Comp. p. 719120), toch laat dit Lied in taal en stijl nogal te wensen over. Als voorbeeld zij hier strofe 4 geciteerd: "Het was de zesde dag dat Gij de mensen riep en schiep voorgoed in Vlees en bloed en in uw beeld verdiept". Als kerklied lijkt het ons dan ook niet geslaagd.
De melodie is onbekend, maar wel gemakkelijk te leren.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 310 In tegenstelling met het voorgaande is dit Lied voor een ieder zonder toelichting goed verstaanbaar. De inhoud van het hierin vervatte gebed, door Luther in een moeilijke periode van de kerkgeschiedenis geschreven, is naar de Schrift. De melodie is gemakkelijk zingbaar.
Tekst: 3; melodie: 3.
A. t.a.v. de tekst der liederen:
het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie;
het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort;
het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v. de melodie der liederen:
het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v. vanwege het humanistisch karakter of door een sterk piëtistische inslag;
het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst;
het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.