De blinde man die opeens weer kon zien
1980-03-21
Geruime tijd geleden las ik in een of ander blad een artikel naar aanleiding van wat ons verteld wordt in Marcus 16 : 22-26. Het is een kort verhaal. De Here Jezus komt in Bethsaïda en daar wordt een blinde man bij Hem gebracht.- Jaargang 24
- nummer 12
In de Willibrordusvertaling staat het gebeurde zó beschreven:
'Daar bracht men een blinde bij Hem en men smeekte Hem die te willen aanraken. Jezus nam de blinde bij de hand en bracht hem buiten het dorp. Daar deed Hij speeksel op zijn ogen, legde hem de handen op en vroeg hem: 'Kunt ge al iets zien?' Hij keek en antwoordde :'Ik zie mensen, want ik zie ze lopen, maar ze lijken op bomen'. Daar 'na legde Hij nog eens de hand op zijn ogen. Nu zag hij scherp en was zo volkomen genezen dat hij alles duidelijk zag, Hij stuurde hem naar huis met de waarschuwing: 'Ga zelfs het dorp niet in.'' Dit is door Marcus neergeschreven vlak vóór het verhaal van de eerste aankondiging van Zijn lijden door de Heiland, vlak vóór die bekende belijdenis van Petrus 'Gij zijt de Christus'.
Dat zal wel niet voor niets zijn. Het verhaal van die man die blind is en even later kan zien is maar niet 'zo maar' een verhaal. Het is een geschiedenis die zich afspeelt onderweg, het is een gebeurtenis die past op de weg van de Heiland naar Golgota. Die blinde man en Petrus lijken wel wat op elkaar. Petrus antwoordt op de vraag van Jezus aan de discipelen wat ze wei van Hem denken erg spontaan 'Gij zijt de Christus', maar even later is die zelfde Petrus het helemaal niet met Jezus eens als het gaat over het komende lijden. Petrus onderhoudt de Heiland zelfs hierover (Marcus 8 : 32). En dan zegt Jezus vlijmscherp tegen Petrus 'Ga weg, satan, terug!' Petrus meent het allemaal dóór te hebben ('Gij zijt de Christus'), maar even later blijkt hij er nog niets van te snappen.
Misschien herkennen we onszelf wat in Petrus. Je kunt vol zijn van de Heiland, van het Evangelie, van de verlossing door Jezus, en dan opeens kun je Hem niet meer volgen, je qenkt dan bij jezelf dat het helemaal verkeerd gaat, dat God het helemaal verkeerd doet. Geloven en geloven is twee, Belijden en belijden is twee. Zien en zien is twee.
Dat laatste heeft die blinde man ervaren. Jezus doet iets met hem en dan is die man opeens niet blind meer, hij ziet mensen lopen maar hij ziet ze nog niet scherp, hij ziet ze lopen als bomen. Dat klopt natuurlijk niet. Als Jezus hem dan nog een keer aanraakt, ziet die man alles duidelijk Dit verhaal is maar niet alleen de weergave van een gebeurtenis. Het is meteen een gelijkenis waardoor de Heiland ons leren wil. Zien en zien is twee. Petrus meent het allemaal erg goed te zien, hij heeft alles op een rijtje staan en dan komt zijn spontane belijdenis. Bn dan is het net of Jezus Petrus een les wil leren.
Petrus moet leren niet zo hard van stapel te lopen. Geloven, God zien in Zijn verlossend werk, is geen zaak van 'opeens'. Je kunt het allemaal zo maar weer kwijt zijn en Jezus gaan bestraffen als je meent dat Zijn doen niet klopt met wat jij wilit. En dan wordt Petrus van belijder tot een satan.
Die blinde man ziet eerst vaag en later scherp. Dank zij het werk van de Heiland.
Op de Paasmorgen gaan vrouwen naar het graf (Marcus 16). Ze zien dat de steen is weggerold, Als ze doorlopen en het graf ingaan zien ze een jongen zitten die hen er op wijst dat Jezus is opgestaan.
Zien en zien is twee, want Marcus gebruikt hier twee verschillende woorden voor 'zien'.
Het open graf zonder woorden zegt de vrouwen niets. Het open graf mèt de woorden van de jongen - openbaringswoorden - doet de vrouwen versteld staan. Het mag ons troosten dat die vrouwen verschrikt weglopen. Ze hebben gezien èn gehoord, maar ze zijn geheel in paniek. Het is bij die vrouwen beslist geen bekering op het eerste gezicht, ze roepen nog lang geen halleluja. Ze zien wel maar zien er niet door héén!
Marcus maakt het verhaal niet af. Van de andere evangelisten weten we dat het met die vrouwen wel goed gekomen is. Ze zijn echt gaan zien. Omdat Jezus het werk dat Hij aan hen begon voortzette.
Een troost voor ons vandaag. 't Is ook voor ons weleens moeilijk om God echt te zien in wat er gebeurt om ons heen. Te midden van mensen die het niet meer zien zitten, mogen we zijn, mensjes die wel in paniek weglopen maar altijd worden opgevangen.