Discussie de Jong - Goudzwaard (2)
1980-03-28
Beste Henk, - Jaargang 24
- nummer 13
Om te beginnen ben ik je dankbaar, dat je deze brief hebt willen sdhrijven. Het is een brief over een onderwerp, dat ofwel in onze pers min of meer wordt geschuwd, ofwel leidt tot zulke ongenuanceerde en apodictische stellingnames, dat er nauwelijks ruimte voor enige serieuze discussie is. Jouw brief ademt een wezenlijk andere toon.
Er klinkt een oprechte bezorgdheid in door, niet alteen over de situatie waarin wij in de westerse wereld in terecht gekomen zijn ook je preek, die in Opbouw van 2 weken geleden is opgenomen, getuigt ervan - maar ook over de noodzaak, hier als christenen met elkaar naar een verantwoorde weg te zoeken, onder de klem van het Evangelie,en met de bereidheid wezenlijk naar elkaar te luisteren.
Je eerste vraag heeft betrekking op de parallel, die ik heb getrokken tussen het westers, afgodisch streven naar méér materieel geluk, en naar het op zichzelf gestelde streven naar méér gegarandeerde veiligheid. Je vraagt je af, of de parallel wel geheel opgaat. In geluk kun je zwelgen, in veiligheid niet.
In zeker opzicht heb je gelijk Laat ik daarom proberen, nog wat zorgvuldiger 'te formuleren wat ik eigenlijk bedoel, en wel door de vraag te stellen wat nu eigenlijk afgoden zijn. We kennen ze uit de Bijbel onder bepaalde namen: Baaal, Moloch, Mammon. Baäal is de afgod van seksualiteit en vruchtbaarheid; Moloch van macht en militair geweld; Mammon van geld en materieel gewin. Er zijner zeker meer 'te noemen (Romfa bijvoorbeeld), maar wat reeds in deze drie afgodsnamen opvalt, is dat ze in hun verleidende macht aanhaken op mogelijkheden die in de schepping van God gelegen zijn.
Er wordt iets uit de schepping genomen - seksualiteit, macht, bezit - wat op zichzelf goed is, maar wat in kwaad wordt verkeerd omdat het bastions worden tot verzet tegen God. Afgoden zijn steeds dingen of elementen, die mensen of samenlevingen uit de schepping halen om er hun diepste levensvervulling buiten God om te verwachten.
En daarom worden ze verzelfstandigd, losgemaakt van de normen die God stelt, en krijgen ze ook de mogelijkheid om mensen aan zichzelf te verslaven en tot beelddragers van henzelf te maken.
Immers, wie tot afgoden nadert, wordt 'aan hen gelijk gemaakt.
In onze moderne samenleving nu hebben we iets. soortgelijks met techniek, economie en wetenschap gedaan. Ze zijn, alhoewel ze goede elementen zijn uit Gods schepping, door ons op zichzelf gesteld, omhooggeheven, om van hen ons geluk en onze diepste veiligheid te verwachten. In die zin gaat de parallel op. Onze economische groei wordt nog steeds 'als innerlijke geluksbrenger gezien - en daarin schuilt een afgodisch element, dat ons verlamt. Maar op soortgelijke wijze wordt onze geavanceerde bewapeningstechniek gezien als de eigenlijke 'garantie, dat we in ons westen veilig kunnen leven.
Afgoden bedriegen. Ze suggereren geluk, ze suggereren levensredding, ze 'suggereren veiligheid. Maar ze brengen, omdat ze losgemaakt zijn van de normen die God stelt, het tegenovergestelde van wat ze beloven. Meer materiële groei, op zichzelf gesteld, bedreigt het menselijke geluk in plaats van het te verschaffen. Meer bewapeningstechniek, op zichzelf gesteld, bedreigt onze wezenlijke veiligheid. Er schuilt dan ook naar mijn indruk een "energie van dwaling" in het populaire geloof, dat meer wapens ons meer veiligheid verschaffen. Zo spreekt de Bijbel niet; het legt een andere basis onder 'Ons 'leven, dan het geloof in wat wijzelf technisch, economisch kunnen. In veiligheid kun je niet zwelgen.
Maar je kunt wel zozeer gedomineerd -worden door de vrees, door de angst voor wat anderen kunnen doen, dat je er àlles voor over hebt om je veilig te voelen. Zo werkt dacht ik voor vele niet-christenen - en ook vele christenen gaan niet vrijuit - de bewapening als een veiligheidsgarantie waarvoor ze ongeconditioneerd alles over hebben. En daarin schuilt dan een vorm van afgodendienst.
Zeker, veiligheid is iets wat bedreigd wordt. Maar geldt dat ook niet voor het reeds verworven materiële geluk? Er is een enorm verzet in de samenleving wanneer mensen te horen krijgen dat ze een stap terug moeten. Daar schuilt eveneens angst achter, vrees om te verliezen wat we hebben. Wel is er dit verschil, dat bij vraagstukken van veiligheid we met een vijand buiten onszelf te maken hebben.
Inderdaad moet die in het oog worden gehouden; in datgene wat hij met ons zou willen en kunnen uitharen.
Het zich verweren tegen vijanden past bij de opdracht van elke rechtmatige overheid. Maar niet als alles legitimerend doel, niet als polidek handelen waarbij geen duidelijke normen zouden gelden, niet als streven dat alle middelen rechtvaardigt. Zo zouden we alleen afgoden dienen, en van hen - d.w.z, van de door ons gekozen middelen - restloos afhankelijk worden. Een op zichzelf gesteld absoluut doel van een groter materieel geluk verslaaft ons aan een economische groei, die ons geluk doorboort, evenals een op zichzelf gesteld 'absoluut doel van een gegarandeerde veiligheid ons verslaaft aam een bewapeningstechniek, die onze veiligheid te gronde richt. Dat zijn toch diep-Bijbelse waarheden?
Je tweede opmerking richt zich op mijn tegenover elkaar stellen van het zwarte en het rode gevaar. In mijn artikel heb ik me er, dacht ik, zorgvuldig voor gehoed om het Westen met het zwarte gevaar te vereenzelvigen. Dat zou niet kunnen en niet mogen. We'! zijn er aantoonbare feiten, dat in het westen het zwarte gevaar opnieuw de kop opsteekt. En dan denk ik niet aan het grote merendeel van de Nederlandse of andere westerse militairen - ik zou hun gezindheid bepaald niet in twijfel willen trekken.
Nee, het schuilt in die politici, die in de strijd tegen Communistische landen alles geoorloofd achten zoals Strauss in West-Duitsland, en misschien een Ronald Reagan in Amerika -; persorganen, die, vaak zelf van fascistische oorsprong, op geen enkele wijze ooit een vraagteken zullen stenen bij een verdere vergroting van onze eigen bewapeningsinspanning- zoals de Telegraaf; en in geldmagnaten, die geen enkele gewetenswroeging hebben om waar in de wereld maar ook een verdere bewapeningswedloop aan te jagen. Het is helaas niet all een maar een mogelijkheid; het is voor een deel reeds werkelijkheid geworden. En het is ook doorgedrongen in NAVO kringen, die bewust spelen tot in bepaalde uitgewerkte NAVOplannen toe - met een mogelijk eerste gebruik van nucleaire wapens in conflictsituaties, 'en die een zo groot mogelijke bewapeningsvóórsprong op het kornmunistische blok willen opbouwen. Weet je, dat de Amerikaanse export al voor 8% uit wapenexport bestaat, en zich machtige economische belangen achter de voortzetting van de bewapeningswedloop verschuilen?
Laten we toch 'het kwaad niet steeds van één kant verwachten, wanneer het om militarisme gaat.
Ons eigen westen heeft niet voor niets een ongelooflijk militaristisch verleden achter zich, Er is weer een geduchte opleving van zwart denken in Duitsland, en het is zaak dat goed in de gaten te houden.
Een derde punt roer je aan: waarom juist nu het bezwaar tegen atoombewapening doen gelden, terwijl we het reeds zolang hebben geaccepteerd? Dat is een persoonlijke vraag, en ik geef er dan ook een persoonlijk antwoord op. Ik ben zelf geen atoompacifist. Er zijn, voor zover ik dat kan bekijken, atoomwapens denkbaar en gedeeltelijk ook voorhanden, die als verdedigingsmiddelen op zichzelf beschouwd, nog onder de toets kunnen' doorgaan van een mogelijk gerechtvaardigde inzet. En een gerechtvaardigde inzet betekent dan, dat ze een onderscheid toelaten tussen militairenen een weerloze burgerbevolking, en in beperkte zin en als pure verdedigingsmiddelen worden gebruikt om een tegenstander van een mogelijke aanval af te schrikken. (Die noodzaak om een onderscheid te kunnen maken tussen militairen en een weerloze burgerbevolking is zoals je weet volop Bijbels - ze is een deel van het oorlogsrecht van de Heer in het Oude Testament, Deut. 20, waar vrouwen 'en kinderen moeten worden 'gespaard in oorlogsvoering.
En in Amos 1 blijkt,dat ook heidense .volken aan diezelfde regel worden gehouden. Trouwens, het gehele volk Amalek moest worden uitgeroeid omdat het het bestond om het volk Israël in de legertros aan te vallen. waar de weerloze vrouwen en kinderen waren!) Maar de wapens waarvan nu de vestiging op Nederlands grondgebied wordt overwogen, passeren die principiële grens in drieërlei opzicht. Het zijn ten eerste áánvalswapens, rechtstreeks op het grondgebied van Rusland gericht (iets wat vanuit ons land nog nooit is gebeurd).
Het zijn in de tweede plaats massavemietigingswapens, ondanks de precisie van hun inzet: een slagkracht die meer dan het tienvoudige is van de bom op Hiroshima, en die ook het nog ongeboren leven tot in verre geslachten kunnen beschadigen (door radioactieve straling). En in de derde p1aats dienen ze niet alleen om te dreigen: er wordt serieus rekening gehouden dat ze in zgn. conflicten op beperkte schaal effectief zal worden gebruikt.
In zo'n geval moet ik als Bijbelslevend christen hardop "nee" zeggen. Dit mág niet meer. Deze zgn. beveiligingswapens gedogen geen gerechtvaardigde inzet meer. En dat "nee" is dan geen vluchten uit verantwoordelijkheid, maar juist een opnemen ervan. Het betekent een nee-zeggen tegen de verzelfstandigde macht van de moderne bewapeningstechniek, die als moderne Moloch de levens van mensen opeist. Het wordt ons dan tot een rietstaf die de hand doorboort wanneer je er op leunt; een vertrouwen op wat geen bescherming bieden kan. Is heit Oude Testament niet juist dáár vol van? (Jeremia 31 b.v.). In zo'n geval vertrouw ik liever op de blijvende verbondsbelofte van de Heer die 'te hulp kan komen, dan een beroep te doen op wapens die de maatstaf van een rechtvaardige vergelding principieel en volstrekt zijn ontgroeid.
Ik geloof dus inderdaad dat we Bijbelser moeten leren denken en vooral geloven. We hebben de zonde niet beseft waaraan we onszelf geleidelijk hebben overgegeven, en zullen In bepaalde opzichten boete moeten doen. En dat is dacht ik een betere lijn dan ons over te geven aan de vrees - een vrees die zowel onder de voorstanders als de tegenstanders van de huidige modernisering van kernwapens zo ontzaglijk dominant is, en die ons drijft naar een blindelings "ja" of "nee". Noch de heenwijzing naar een tweede wereldoorlog, of het ons opnieuw indenken daarvan noch die naar een mogelijk massale vernietiging door huidige kernwapens, en het ons indenken van die verschrikking, kunnen ons uitredden 'Of wezenlijk wijsmaken.
Op je vierde vraag zeg ik volmondig "ja;' - geestelijke belangen gaan voor. Maar het is juist terwille van de echt geestelijke belangen dat ik het bovenstaande gezegd e~ beweerd heb. Die belangen kunnen vergen dat we alles in de waagschaal stellen, liever dan onszelf schuldig te maken aan de overtreding van het gebod. Zo zie ik het althans.
Tenslotte je vijfde punt - de weerloosheid, en de taak van de overheid. Ik .ben geneigd te zeggen, dat I~.mand Je wang toe keren niet gelijk staat met weerloosheid - er schuilt niets iets passief's ID, maar een zeer specifieke vorm van ontwapenende activiteit. Maar belangrijker is, dat we gezamenlijk ons er in kunnen vinden, dat we een zodanige stijl van omgaan met onze boze tegenstander moeten vinden, dat hij niet vastgehecht wordt aan zijn eigen kwaad. In die zin acht ik dit Bijbelgedeelte tooh ook van toepassing op overheden. Zelfs in de omgang met een communistische overheid (de boze mens die Jezus noemt in de bergrede is toch evenmin noodzakelijkerwijs alleen een slachtoffer!) Maar dat neemt natuurlijk niet weg, dat de overheid wel degelijk een eigen réchtstaak heeft, die onderscheiden moet worden met wat personen onderling elkaar mogen aandoen. Ook uit Romeinen 12 en 13 wordt dat duidelijk: in Romeinen 12 is er de oproep, onszelf niet te wreken, terwijl in Romeinen 13 wordt gesproken van een overheid die in naam van God het kwaad moet wreken (vergelden), en daartoe het zwaard niet vergeefs draagt. Misschien mag ik daarom het volgende ter overweging aan je voorleggen:
1) De overheid heeft een eigen taak tot bescherming en vergelding van onrecht, ook tegenover buitenlandse overheden. Maar wijst het beeld van het (scherpe) zwaard er niet reeds op, dat ze daarbij alleen middelen kanen mag gebruiken, die het onderscheid tussen "goeden en kwaden" - tussen hen die onrecht doen en die het niet doen toelaten? Dat komt eveneens in Romeinen 13 voor. Opnieuw wijst dat dacht ik naar het alleen toelaatbaar zijn van verdedigingsmiddelen, en wel die welke tegen aanvállers, en niet de weerlozen, zijn gericht.
2) Blijft de betekenis van de Bergrede niet hierin bes baan, dat wij als Westen in ieder geval moeten afzien van een zodanig nucleaire bewapeningsvoorsprong, dat we Rusland vastpinnen op' zijn eigen kwaad? En: sluit je bij voorbaat uit, dat ons afzien van het gebruik van militaire middelen die niet meer door de beugel kunnen in de harten van Russische overheidspersonen (die als mens meer zijn dan alleen maar demonen) een bereidheid zou kunnen doen ontstaan om geen wereldvernietiging te beogen? Geen land heeft zozeer geleden onder het Duitse oorlogsgeweld dan juist Rusland. Het zou wel eens kunnen zijn, dat ze nog banger zijn voor ons dan wij voor hen. De Bijbelse regel, dat we het kwade moeten overwinnen door het goede, zou ook wel eens een geheel eigen stijl van het inrichten van onze defensie kunnen betekenen - een defensie, die niet door weerloosheid is getekend, maar haar weerbaarheid dankt aan de richtlijnen van het Koninkrijk van de Heer.
Bob Goudzwaard