Het zwakke van God
1980-04-04
Die uitdrukking vind je in 1 Cor. 1 : 25 en het verband waarin ze voorkomt, verklaart de tendens van deze notitie. Samen met een r.k. pastor ben ik bezig met de geestelijke verzorging van “De Merwebolder”. Daarin wonen ongeveer vijfhonderd zwakzinnigen. Elke dienst die we houden, wordt grondig voorbereid met een commissie uit het personeel. Want je moet daar wel meer improviseren dan in je eigen gemeente, maar met minder voorbereiding kun je niet toe. Woorden kunnen geen grote rol spelen. Nu kwamen we bij het opstellen van het draaiboek voor de dienst van Goede Vrijdag en Pasen tot de slotsom dat er bij de kruisiging en de opstanding van de Here Jezus ook niet veel gezegd wordt. Er gebeuren grote dingen, maar ze worden in de Bijbel slechts met enkele korte zinnetjes ondertiteld. We dachten, dat we die lijn maar moesten volgen. Zo toonde het scherm enkele lichtbeelden die de kruisiging aanduidden en uit de Bijbel lazen we voor. Toen werden alle lampen in de zaal gedimd. Er zakte een doodse stilte neer, die iedereen om het hart sloeg. Het leek heel lang te duren. Maar tenslotte hoorde je zacht het orgel en de lampen gloeiden langzaam aan. Opdat moment riep iemand luid: “Als ik me niet vergis, hoor ik muziek en ik geloof ook, dat het licht wordt!” Het was een geloofsbelijdenis namens een zwakke gemeente, die zich in de maatschappij niet handhaven kan en uit zichzelf de weg niet vindt. Maar ook een kerk van scherpzinnigen kan in de verte de bazuinen al horen en het licht zien gloren in de graven.- Jaargang 24
- nummer 14