Het zwaard van de overheid
1980-04-04
- Jaargang 24
- nummer 14
Het gebroken geweertje
Voor de tweede wereldoorlog was het gebroken geweertje embleem van de voorstanders van eenzijdig ontwapening. Wanneer je in de dertiger Jaren 10 Amsterdam een kerkdienst meemaakte, waarin ds Buskes voorging zag je de gebroken geweertjes in grote aantallen. Om weer wat in evenwicht te komen gingen we dan de volgende keer prof. Wisse beluisteren.
Dit pacifisme verdween als sneeuw voor de zon, toen de horden van Adolf Hitler Europa overweldigden. De pacifisten hadden de slechtheid van de mensen onderschat. Velen hadden dan ook spijt van hun pacifistische houding. Het was duidelijk, dat de slechte bewapening van landen als Frankrijk en Engeland en daarmee het militaire overwicht van de Duitse "Wehrmacht" bijgedragen heeft tot het uitbreken van de tweede wereldoorlog. Het valt met te ontkennen, dat een zeker machtsevenwicht voorwaarde is voor het handhaven van de vrede, al is het dan een vrede met vrees en beven. Zolang er geen internationale rechtsordening is, zal dat ook wel niet veranderen.
Een goed defensieapparaat van de niet-nazilanden had, voorzover wij het als mensen kunnen beoordelen, het leven van miljoenen kunnen sparen. Toen na 1945 van de kant van Rusland gevaren dreigden en de Oosteuropese landen steeds meer satellieten werden van Moskou, bleken de Westerse landen toch iets geleerd te hebben van de historie. De NAVO-macht wierp een dam op tegen de steeds verder opdringende communistische legers. Sindsdien is echter veel veranderd.
De situatie in de communistische landen wordt milder beoordeeld. Beter een communistisch regiem dan een bloedige oorlog, zo menen velen. Rusland zou geen imperialistische neigingen meer hebben, zo wordt beweerd. Het pacifisme kwam opnieuw op. De NAVO begint een omstreden zaak te worden.
Het I.K.V., dat de kernbewapening uit Nederland wil doen verdwijnen, gaat steeds meer de pacifistische kant op. Zo protesteerde men onlangs zelfs tegen een mogelijk NAVO-depot in Harden:berg, hoewel daar zelfs geen munitie opgeslagen wordt. Bij de Kamerdebatten in december 1979 bleek, dat velden de naïeve gedachte koesteren, dat Rusland bereid zal zijn afspraken over vermindering van bewapening te maken met een partner, die veel zwakker is.
Een naïef Kamerlid
Een typisch voorbeeld van deze naïviteit vond ik in een verslag van het Friesch Dagblad over een rede van het Kamerlid Couprie. Het Friesch Dagblad kennend, neem ik aan, dat dit verslag juist is. Deze (dissidente) C.D.A.-er meende, dat men de Russen als volk niet op de knieën kan krijgen door onderhandelingen vanuit een machtspositie. Nu IS het met het doel van de Westerse landen, dat veronderstel ik tenminste, om het Russische volk op de knieën te krijgen, maar wel om door. onderhandelingen te komen tot beperking der bewapening en wel speciaal van kernbewapening. Maar geen zinnig mens zal toch kunnen geloven, dat je dergelijke onderhandelingen voeren kunt als je zelf een veel zwakkere partner bent?
Het schijnt, dat ook vele politici deze les van de historie nog niet geleerd hebben. Couprie staat nl. bepaald niet alleen met deze opvatting. Voor de oorlog vonden velen het niet de moeite waard "Mein Kampf" van HItier te lezen. Het schijnt, dat vele politici het niet nodig achten zich te verdiepen in het wezen en het doel van het communisme.
Wellicht heeft de inval in Afghanistan en de verbanning van Sacharow hen iets geleerd. moet een christen pacifist zijn? Van meer belang is een andere uitspraak van Couprie, die ik letterlijk uit het Friesch Dagblad overneem: "Het standpunt van mij is inderdaad tegenstrijdig. Op grond van de Bijbel zou je überhaupt pacifist moeten zijn.
Dat moet je dan ook in alle levensfacetten doortrekken. Maar als je niet kunt ingrijpen bij overvallen, kapingen ... juist in die gevallen is bewapening essentieel. Denk maar aan de kaping bij Wijster." Wat moet je nu met een dergelijk verhaal beginnen? Je moet als christen pacifist zijn en toch geweld gebruiken 'tegen overvallen. Dat geldt dan toch ook bij overvallen door buitenlandse mogendheden?
Wanneer de Schrift echter werkelijk eist, dat we pacifist moeten zijn, dan moeten we dat ook in elke situatie zijn. Dan moeten we een overval rustig accepteren. Je kunt niet tegelijk wel en niet pacifist zijn. Vraag de Schrift, dat we pacifist zullen zijn? De Schrift eist van ons, dat we voor de vrede zijn en daarnaar streven. Vrede met God en vrede met de naaste.
Pacifist zijn in de zin, waar Couprie erover spreekt, is het principieel weigeren ter bereiking van welk doel ook wapengeweld te gebruiken. Een standpunt, dat b.v. door de Quakers wordt ingenomen. Een, naar ik meen, onjuist standpunt, maar als het eerlijk gemeend en nageleefd wordt, een respectabel standpunt. Maar dan ook consequent zijn. Niet zeggen, dat je ondanks pacifist zijn toch voorstander bent van wapengebruik in bepaalde gevallen.
En evenmin een pacifistisch getinte motie van de P.v.d.A. verwerpen, omdat anders het kabinet-Van Agt zou aftreden.
Gij zult niet doodslaan
Maar de Bijbel zegt toch in het 6e gebod, dat we niet mogen doden? En Gods geboden gelden toch voor mens en overheid? Nu staat het in de Bijbel wat anders. God zegt, dat we niet mogen doodslaan.
Een absoluut verbod om te doden geeft de Schrift ons niet. Zo leert o.m. Gen. 9: 6, dat doden niet altijd verboden is. Immers daar zegt God: "Wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden. Want naar het beeld van God heeft Hij de mens gemaakt."
God zegt hier, dat mensen het bloed van een moordenaar zullen vergieten, omdat deze een schepsel, naar Zijn beeld gemaakt, heeft doorgeslagen. Hier wordt nog niet uitdrukkelijk over de overheid gesproken, omdat de staat toen nog niet als apart samenlevingsverband georganiseerd was. Later Ieren we uit de Schrift, dat de overheid geroepen is booswichten als moordenaars te straffen. Onder de straffen, die de overheid geeft, valt ook de doodstraf. In het 6e gebod zegt God, dat we niemand wederrechtelijk het leven mogen benemen. En dat gebod geldt ook voor de overheid.
Wanneer de overheid alles gedaan heeft om de onderdanen tegen booswichten te beschermen, mag ze als allerlaatste middel zelfs de weg van het dodend geweld gaan. Deze overheidsroeping geldt zowel tegenover binnenlandse als buitenlandse agressie. Daartussen is geen principieel verschil.
Ook het geweld van de agressor van de staat die misdadiger is geworden, moet tenslotte met geweld gekeerd worden. De overheid, zo zegt Paulus in Rom. 13, draagt het zwaard niet tevergeefs.
Daarom mag een christen geen pacifist zijn. Een pacifist ontkent de roeping, die de overheid van God ontvangen heeft.
Romeinen 13
De overheid is door God ingesteld, omdat er in deze wereld behoefte is aan ordening en leiding. Als gevolg van de zondeval heeft de overheid zelfs de zwaardmacht gekregen om de ongebondenheid van de mensen te bedwingen (art. 36 N.G.B.).
Naar zijn aard is de staat een publieke rechtsgemeenschap. Om haar roeping in de staat te vervullen heeft de overheid bij uitsluiting de zwaardmacht ontvangen. "Door mij regeren de koningen en verordenen de machthebbers recht." Spr. 15. Opvallend is, dat in de laatste jaren veel pogingen gedaan zijn om aan de klem van Rom. 13 te ontkomen. Het zijn echter alle ondeugdelijke pogingen.
Zo heeft prof. Van Zuthem gesteld, dat macht tot gezag wordt als het door de mens wordt erkend. Gezag is een kenmerk van relaties tussen mensen. Gezag komt dus niet van God, maar van mensen. Prof. Van Zuthem wil Rom. 13 als volgt lezen: "rechtmatige machten moeten van ieder gehoorzaamheid ontvangen". Die rechtmatigheid moet dan door het volk bepaald worden.
Alleen maar ... dat staat niet in Rom. 13 te lezen, Daar staat: "ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers, die boven hem staan. Want er is geen gezag dan van God. Ook het bestaande gezag is van God ingesteld." (vert. van de bijbelstichting St. Willebrord.) Mevr. Witte-Rang deed een andere, even ondeugdelijke poging.
Over het gehoorzaamheidsgebod in Rom. 13 schreef zij: "Er heerste toen een almachtige dictator, en hem niet gehoorzamen betekende de dood. Het onderwerpen in vers 1 krijgt zo wel een speciale lading: onderwerp je maar, je kunt niet anders."
Hier wordt de gehoorzaamheidsplicht dus beperkt tot het zich onderwerpen aan een dictator omdat het toch niet anders kan.
Nu is het zo, en daarin heeft mevr. Witte gelijk, dat Rom. 13 ons niet een leer van de staat geeft. Die geeft de Schrift ons nergens. Het gaat in Rom. 13 om de verhouding van de gelovige tot de overheid, Rom. 12 vertelt ons over het gedrag van de"christenen in hun dagelijks leven in dienst van God. Daar wordt in Rom. 13 de gehoorzaamheid tot de aardse overheid bij betrokken. Paulus geeft daarvoor een algemene regel. Ieder mens moet zich aan de' overheden onderwerpen. Een regel, die toen bindend was in de tijd, dat Nero regeerde, maar ook vandaag. Van een beperking tot de regering van en gewelddadige dictator lezen we niets.
Integendeel. Immers in vers 5 staat: daarom is het nodig zich te onderwerpen omdat we toch niet anders kunnen, maar omdat de overheid in dienst van God staat.
Tenslotte wordt Rom. 13 ook aangevochten, omdat Rom. 13 aanleiding zou geven tot vergoddelijking van het gezag. Het zal wel waar zijn, dat het gezag vaak vergoddelijkt is. Dat komt echter niet voor rekening van Rom. 13.
Paulus zegt juist, dat het menselijk gezag niet in zichzelf rust, maar hij wijst naar de goddelijke bron. Dat betekent juist een relativering van het gezag. God deelt het gezag uit. De overheid is slechts in dienst van Hem. Het atoomzwaard Als aIIe middelen uitgeput zijn, kan de weg der liefde, die ook de overheid begaan moet, betekenen, dat gebruik moet worden gemaakt van dodend geweld.
Daar is echter in deze tijd nog een probleem bij gekomen.
De weg van het geweld heeft tenslotte grenzen. Erkenning van de zwaardmacht van de overheid betekent niet, dat alle middelen ter verdediging geoorloofd zijn. De overheid, die zich van haar roeping bewust is, zal op een bepaald moment van tegenweer kunnen afzien, omdat de weg van geweld onbegaanbaar geworden is.
Worden die grenzen overschreden, als we gebruik maken van de moderne militaire middelen? De zogenaamde A.B.C.-wapens (atomaire, bacteriologische en chemische wapens) kunnen tenslotte leiden tot een totale vernietiging van de mensheid.
Het doel heiligt de middelen niet. Men kan wel met een massale inzet van nucleaire wapens het recht willen dienen, maar het wordt een zinloze zaak, als niemand van deze gerechtigheid genieten kan.
Nu is het zo, dat elke oorlog, ook die met conventionele wapens, een verschrikkelijke zaak is. En het wordt steeds erger. Toen in de oorlog 1914-1918 vliegtuigen achter het front gingen opereren, betekende dat. een verergering. In de tweede wereldoorlog werd het nog verschrikkelijker, toen er massale bombardementen op steden uitgevoerd werden. Een nucleaire oorlog zal echter nog veel meer omvattend en totaler zijn. Het kan de vernietiging van de gehele mensheid tot gevolg hebben. Daarbij mogen we niet vergeten, dat we ook de technische ontwikkelingen op nucleair gebied niet los mogen zien van de ethiek. Niet elk middel is toelaatbaar. Oorlogsmiddelen mogen niet verder reiken dan het beoogde doel. In deze situatie' zijn er velen, die daarom gekozen hebben voor atoompacifisme, voor eenzijdige afschaffing van kernwapens, terwijl anderen pleiten voor eenzijdige vermindering van kernbewapening. Men wijst kernwapens af als mogelijk middel om bepaalde doeleinden te gebruiken.
Nu is het juist, dat een massale strategische aanval met kernwapens op het gebied van de tegenstander de verhouding tussen doel en middelen omkeert. Dat is, naar ik meen, in strijd met Gods geboden. De belangrijke vraag is echter, of dit atoompacifisme of ook beperking van kernbewapening het geëigende middel is om het gevaar te keren.
In elk geval biedt het eenzijdig terugtrekken van Nederland geen oplossing.
Onze veiligheid wordt grotendeels bepaald door het machtsevenwicht tussen de Ver. Staten en Rusland. Of wij terugtreden heeft geen effect. Het is niet dan een loos gebaar, waarbij de schijn gewekt, dat wij onze handen in onschuld kunnen wassen. Maar we laten daarbij anderen het vuile werk doen. Wij verkeren nl. in de paradoxale situatie dat de wederzijdse dreiging met het allerergste de wereldvrede beschermt. Het is niet lonend de ander aan te vallen. Het strategisch machtsevenwicht bepaalt onze veiligheid in belangrijke mate. Het atoomwapen is er. Dat feit kunnen we niet negeren. Wederzijdse afschaffing, althans vermindering van nucleaire wapens moet het doel zijn. Het onderhandelen daarover is alleen mogelijk, als aan beide kanten de machtssituaties elkaar in evenwicht houden. Eenzijdig ontwapenen roept geweld op. Eenzijdige ontwapening maakt de risico's voor een nucleaire oorlog juist groter. Natuurlijk kan God ons ook helpen zonder kernwapens. Een andere zaak is, of wij vrijwillig afstand van deze wapens mogen doen, zolang de ander het niet doet.
Wij mogen de verantwoordelijkheid om door verzwakking der nucleaire bewapening de kans op een nucleaire oorlog te vergroten, niet op ons nemen. Zolang het enigzins mogelijk is, moet de overheid de burgers tegen booswichten beschermen. Zij is Gods dienares en draagt het zwaard niet voor niets. Atoompacifisme brengt daarom geen oplossing. Op dit moment wordt de weg van niet oorlog naar vrede mogelijk gemaakt door het hebben van wapens, die niet in hun volle omvang gebruikt kunnen worden. Min. Scholten schreef in de vredeskrant "Shalom" dan ook niet zonder reden: "Ik ben overtuigd dat in de situatie waarin we verkeren, de kernwapens als uiterste middel van internationale politiek, oorlog in feite onmogelijk maken." Een feit is, dat kernwapens nu deel uitmaken van ons veiligheidssysteem. We kunnen in de gegeven situatie niet anders doen dan zoeken naar wegen om te voorkomen, dat ze gebruikt worden. Eenzijdige ontwapening sluit geen nucleaire oorlog uit en roept daarbij nog andere problemen op, zoals de capitulatie voor het communisme.
En ook dat laatste mogen we niet onderschatten. Communistische overheersing betekent een afschuwelijke terreur en verlies van alle rechten en vrijheden, waaronder die van godsdienstvrijheid. Natuurlijk kan God zich een gemeente vergaderen onder een regiem, dat ons knecht. Zijn wij echter verantwoord, als wij niet het uiterste doen om dat te voorkomen?
Zolang er geen internationale rechtsorde is (en zal deze er ooit komen?) zal de overheid geen afstand kunnen doen van het atoomzwaard. Daarbij moeten we ons bewust zijn, dat dit zwaard geen absolute, maar wel optimale veiligheid garandeert. In deze wereld zullen wij door de gebrokenheid van het leven geen volledige oplossing vinden. Dat zal pas plaats vinden als de volle echte vrede aanbreekt onder het regiment van onze Heer en Koning Jezus Christus. In deze tijd zullen wij leven "in het evenwicht van vrees".
Ik eindig met een gedicht van Werumeus Buning:
Heer geef genade in dit uiterst uur
Kinderen spelen met het vuur
En schroeien zich
Laat Gij hen niet verbranden.