De Vijf Zuilen (vervolg)
1980-04-04
4.de Ramadan- Jaargang 24
- nummer 14
De "heilige maand" Ramadan moet gevierd worden; in die maand is voor het eerst Allahs woord tot Mohammed gekomen. In diezelfde maand verliet, hij tien jaar, later zijn stad Mekka en begon hij aan zijn Hidzjra, zijn tocht naar Medina, die als startpunt van de Moslimjaartelling geldt.
Ramadan is nu de vastenmaand.
Het Islamitisch jaar is gebaseerd op de maankalender; dat scheelt per jaar elf dagen met de kalender die wij gebruiken. Het verschil van elf dagen per jaar maakt dat men pas aan het jaar 1400 begonnen is, terwijl men toch rekent van 622 A.D. (In deze veertien eeuwen is men dus ruim 40 jaarrekeningen verder gekomen dan wij.) Het betekent óók dat de maand Ramadan elk jaar op een andere...wd valt en in een tijdsspanne van ruim dertig jaar alle seizoenen doorlopen heeft.
De Ramadanmaand gaat vooraf aan de “lailat al-qadar", "de nacht van de 'lotsbestemming". Deze 27e dag van de Ramadan krijgt de vermelding "een nacht beter dan duizend nachten, wanneer de engelen met toestemming van hun Heer neerdalen en het vrede is tot het opgaan van de zon."
(Soera 97) Die nacht herdenkt men Mohammeds roepingsvisie. Het opgaan en ondergaan van de zon markeert ook de periode waarin men vasten moet. Geen eten of drinken mag men tijdens de dag nuttigen; zó stringent wordt dit door sommigen opgevat dat men zelfs geen speeksel zal doorslikken. Vooral als de Ramadan m de hete zomer valt, is het houden van de vasten een ware kwelling! Alleen 't avonds mag men eten en drinken. Volgens sommige niet-islamitische beschouwers kunnen de nachten haast tot orgieën aanleiding geven; anderen ontkennen dat echter.
In sommige landen is niet-vasten een strafbaar feit; in andere streken ziet men veel minder streng op de naleving van het gebod toe. Zieken en zwangere vrouwen kunnen de verzuimde vastendagen later inhalen. De ouderen die niet meer kunnen vasten mogen hun gelofte "afkopen" met een extra gift aan de armen. Is de Ramadan ten einde, dan wordt er een uitbundig feest gevierd datwel wat trekken van ons carnaval heeft. Van de door de vasten aangekweekte zelftucht, een besef van afhankelijkheid aan Allah en ht invoelen van de nood der permanent armen lijkt dan - tijdelijk - niet zoveel te merken.
5. de Hadj
Het vijfde gebod is dat van de Hadj, de pelgrimstocht naar Mekka, die verplicht is voor wie lichamelijk en ekonomisch die tocht eenmaal in zijn leven kan maken. Met name in de laatste maanden van het jaar, na de Ramadan, is het een goede zaak naar de heilige plaatsen van de Islam te gaan. Miljoenen pelgrims komen dan in Djedda, de havenstad, aan of arriveren met chartervluchten. Allen zoeken ze de stad Mekka en willen ze de heilige berg Arafat beklimmen.
Ondanks de soms grote ras- of standsverschillen trekken de pelgrims vereend op; alle verschillen in rang zijn weggedaan, omdat men allen dezelfde kledij draagt: 'twee lakens die aan elkaar gevoegd zijn en later vaak als lijkwade zullen dienen. Dit gelijkheidsprincipe heeft de Islam vermoedelijk door de eeuwen heen veel aanhangers bezorgd; ook blijkt het goed voor de relaties tussen de verschillende moslimstaten, waarvan inwoners eendrachtig bijeen zijn.
Als de nagels en hoofdhaar van de mannen geknipt zijn, gaat de reiniging in; seksuele relaties komen tijdens de pelgrimstocht niet voor. De kreet weerklinkt: Labbaika Allahoema, "Hier ben ik, 0 Allah". In Mekka aangekomen, bezoekt men de Kaäba, de plaats die Abraham en Ismaël aan Allah gewijd zouden hebben. De nabijgelegen Zemzembron wordt bezocht.
Zeven maal loopt men eromheen, om te herinneren hoe een radeloze Hagar op die plaats water vond voor haar zoon Ismaël. (Volgens de Bijbel vond die gebeurtenis in de omgeving van het Joodse Beersheba plaats...) In de Kaäba wordt de heilige (meteoor?) steen gekust, vaak onder het uitspreken van de woorden: "Nu Heer, kwijt ik mij van mijn plicht." Met een gezuiverd hart laat men dan de heilige plaats achter zich. Een ander hoogtepunt is de bijeenkomst op de berg Arafat, ongeveer 14 km van Mekka. Met tienduizenden hoort men een preek aan, die niet nalaat een diepe indruk te maken. Tijdens de hadj wordt vaakeen rund, geit of schaap geofferd; de rijken offeren soms een kameel. Het is een herinnering aan Abrahams offer van (vermoedelijk) Ismaël. Het feest El-id-El-Kabir wordt in heel de Moslimwereld gevierd.
Weer thuisgekomen wordt de pelgrim een hadj, een gevierd lid van de gemeenschap die de tocht heeft gemaakt.