Opstand of Opstanding?
1980-04-11
In het horizontale denken van onze tijd valt het accent meer op de opstand nu dan op de opstanding als belofte voor later. En dat heeft natuurlijk geweldige consequenties voor het Paasfeest.- Jaargang 24
- nummer 15
Als het waar is, dat het heil van de nieuwe wereld niet pas komt door een ingrijpen van God van boven af, uit de hemel, maar dat het heil nu al verwezenlijkt wordt, omdat God door de menselijke historie heen de messiaanse bevrijding verwerkelijkt en in de menselijke historie naar ons toekomt, dan kan ik beter met de marxist werken aan een wereld, waar gerechtigheid woont dan met de kerk blijven kijken naar en bidden om de komst van Christus in de verre toekomst, waar ik nog niets van zie.
Ja, want als heil betekent de bevrijding van onrecht en maatschappelijk geweld; als het waar is, dat het heil bestemd is voor de kleinen en de underdogs en de verdrukten, dan kan ik beter in opstand komen tegen het kapitalisme en de wereld van nu veranderen dan uitzien naar de opstanding van levenden en doden aan het eind van de wereld, als de Heer aan de verdrukten recht zal doen.
Daarom zijn er zoveel christenen, die aan dat horizontale denken hun hart verpanden, omdat re er van uitgaan, dat het heil niet iets is, dat nog komen gaat, maar dat het heil er al is en alleen nog een zetje nodig heeft, om een politiek messianisme te helpen verwezenlijken, dat de échte bevrijding zal brengen. Zouden de kerkmensen ook niet zélf een beetje schuld hebben aan het ontstaan van dit politieke messianisme? Hebben we niet dikwijls de vervulling van het heil naar de toekomst verschoven als een wissel op de eeuwigheid, omdat we er hier in de wereld geen raad mee wisten en daarom maar naar de hemel gevlucht zijn?
Is het ook niet een beetje te begrijpen? De werkelijkheid van de dood kan je zó kraken, dat je er geen gat meer in ziet en dan maar alles wégschuift naar de toekomst.
Als Jezus met Martha praat over de dood van zijn vriend Lazarus, dan is er voor haar op dat moment maar één werkelijkheid. En die werkelijkheid is dan en op dat moment zó allesoverweldigend, dat zij géén oog heeft, kan hebben, voor de waarheid, die Jezus haar onder ogen brengt, nl. de waarheid: uw broer zal opstaan.
Ja natuurlijk, dat weet Martha ook wel, maar wat doe je daar nu mee, als je broer in het graf ligt? En ze schuift dan ook die waarheid meteen naar de toekomst: "Ja natuurlijk, bij de opstanding op de jongste dag". Maar wat begin je daar nu mee?
Kent u dat ook? Die verbijstering over de werkelijkheid van de dood van uw man, uw vrouw, uw kind, je vader of moeder, dat stille of moordende verdriet, dat je bijna gek maakt, als de kluiten aarde op de kist ploffen, en dat er dan helemaal niets meer aan te veranderen is, omdat er niets meer is dan die verre, onwezenlijke belofte van de opstanding?
Wat doe ik daar nu mee? Wat verandert daar nu door? En wat dan persoonlijk doorleefd wordt, dat geldt ook heel sterk van de belofte van de opstanding aan het eind van de dagen, als Christus wederkomt. Wat moet ik daar nu mee, in de ellende van dood en graf, in de werkelijkheid van mijn werkeloosheid, in de strijd van de mensen om het grootste brok, in de onderdrukking van de kleintjes, in het onrecht van het racisme, in de uitbuiting van de landen in de derde wereld, in het politieke en maatschappelijke geweld, waar terreur en schrik heersen; in de gijzeling in Iran en de moorden in El Salvador; in het feit, dat een groot deel van de wereldbevolking honger lijdt. Ja, wat moet ik dáár nu mee? Is opstand nu dan niet beter dan opstanding later in de eeuwigheid?
Laten we eerst eens lezen, wat Jezus tegen Martha zegt, als ze in haar verbijstering, alles naar de toekomst wég schuift. Hij zegt (vers 25): Ik ben de opstanding en het leven. En Hij zegt dat zó dat we het best zouden kunnen lezen: Ik ben het opstandingsleven (en dus: het is er nu en hier en zó). Het staat in levende lijve voor je, en je kunt er nu dus meteen mee beginnen.
Dat zegt de Heer ook: "Wie in mij gelooft, zal leven, ook als hij al gestorven is. Want "geloven" is hier identiek met: het opstandingsleven beginnen. "Door de verbinding met Christus is er de verbinding met het leven". Dat blijft voor goed.
En diezelfde Johannes hoort Jezus op Patmos zeggen: "Ik ben de Levende, en Ik heb de sleutels van dood en dodenrijk. "Soms vertaalt men ook "hel". De mensen van het horizontale denken beweren: "Hel" is niet iets, dat ergens anders in de schepping is; de hel is niet iets, dat komt maar dat er al is. Overal, waar die dood doorwerkt en het mensenleven verscheurt, die hel is er in het sterven van kinderen van honger; in de moord op Romero in El Salvador; in de uitbuiting van mensen door een mensonwaardig bestaan; en nu bij u in de flat in de burenruzie en ergens anders in de jaloezie en de naijver onder de mensen; maar die hel, dat dodenrijk heeft een slot en van dat slot heeft de levende Heer de sleutel, die dat slot kan open maken en opstandingsleven is dus de opstand tegen alles en tegen allen, die aan de onderdrukking meehelpen.
Zo komt het rijk van Christus. En de kerk zou daaraan mee moeten doen.
Getuigen zijn van een nieuwe wereld. Zoals Romero in zijn preken optornde' tegen dictatuur en verdrukking en van dat getuigen zélf het slachtoffer werd. De kerk moet (soms) meer kiezen voor opstand dan voor opstanding.
Als Jezus Christus zegt: Ik heb de sleutel van dood en dodenrijk (hel), , dan bepaalt dát wel voor ons, wat Pasen betekent. Als Hij het opstandingsleven is, zoals Hij tegen Martha zei, dan betekent dat allereerst, dat Hij, die de zonde voor ons droeg, die zonde ook in ons wil doden.
Pasen is opstand tegen álles, wat zonde en onrecht is. Pasen maakt de kerk tot een proeftuin van Gods koninkrijk. Pasen maakt Gods kinderen in opstand tegen de zonde in hen en in hun leven.
Maar die zonde is niet te doden door de krachten van geweld en oproer, bloedvergieten en doodslag, wel door de krachten van de Geest. Zonde, onrecht is alleen te veranderen door de opstand van de opstanding. Structuren veranderen de wereld niet. Evenmin de mensen. Opstanding betekent: nieuwe mensen worden.
Martha moest in en met Christus beginnen aan een nieuw leven. En dan zou ook het graf en het dodenrijk ontsloten worden en door Christus worden dienstbaar gemaakt aan het rijk van God.
Toen de staten van Holland om de gehoorzaamheid aan Gods gebod, de Spaanse koning afzworen en als gevolg daarvan de vrijheid van land en volk moesten verdedigen in een opstand van tachtig jaren, zat daar het element van de opstanding van Christus in, al zullen lang niet alle belligerenten dat beseft hebben of erkend.
Het grote verschil tussen verzetstrijders in de oorlog tegen nazi-Duitsland, kwam vooral hierin uit, dat zij, die werkelijk als christen aan die strijd deelnamen, opstand pleegden krachtens de opstanding van Christus, die ook het nazimonster aan zijn kruis had gedood. Dat bladen als "Vrij Nederland" en "Trouw" destijds uiteengingen in die strijd, hield met hetzelfde verband.
Opstanding als kracht van het evangelie is wat anders dan opstand als kracht van haat, vrijheidszin of verzet tegen tirannie. Opstanding van Pasen is allereerst haat tegen eigen zonde en opstanding met Christus in een leven van gerechtigheid. Hebben we dat soms teveel in de mist gelaten in de loop der eeuwen? En zijn we als kerken en als christenen daarom zelf mee oorzaak van de leugen van het horizontale denken van onze tijd? Omdat we met de wereld geen raad wisten, zijn we naar de hemel gevlucht.
Daarom zijn we aan het echte opstandingsleven niet toegekomen. Dat betekent ook, dat Pasen 1980 ons tot bekering roept. Want als je niet met Christus begint, kom je aan de wereld niet toe. Opstand door opstanding kan dus wel evangelisch geïnterpreteerd worden.
Als je maar weet, dat je daar zelf dan helemaal dood aan gaat.
Want eerst dan kan het opstandingsleven van Christus in jezelf en in de wereld doorwerken. Als een stukje rijk van God in de wereld van nu.