Met een oud schip in zee
1980-04-11
In één van de in 1978 verschenen nummers van 'Voorlopig' staat een trouwpreek. De namen van bruid en bruidegom, alsmede die van de dominee, werden er bij genoemd maar die zijn niet zo belangrijk. Het gaat me om die preek waarbij als schriftgedeelten werden gekozen Numeri 17 : 1-9 en Genesis 2: 24. Het is goed deze teksten eerst op te zoeken en te lezen. Anders wordt de preek niet duidelijk. Enkele gedeelten worden hier over genomen: - Jaargang 24
- nummer 15
"In het verhaal dat ik koos voor jullie trouwdienst staat: God zegt dat niemand anders dan Aäron hogepriester zal zijn. Dat zegt God. En Hij zegt het met bloemen. Om dat laatste gaat het me nu.
Om de manier waarop het gezegd wordt: met amandelbloesem, die bloeit aan een dode staf. Daarmee wordt weliswaar iets gezegd, dat een groter wonder is dan het bloemenwonder; dit grote wonder: het wordt Aäron toevertrouwd om hogepriester te zijn. Maar het kleine wonder van de bloeiende staf en het grote wonder van Aäron toch hogepriester horen bij elkaar.
Die staf is zo dood als een pier. De kritiek op Aäron is ook vernietigend. Maar als de God van Israël het voor het zeggen krijgt, gaat de staf bloeien en Aäron wordt een hogepriester die ook nog wel wat anders kan dan bezwijken voor het dringend verzoek om een gouden kalf.
En nu ben ik natuurlijk, waar ik vanavond naar toe wilde: daar waar de God van Israël het voor het zeggen heeft - me dunkt dat is daar waar het menselijk toegaatnu daar wordt het ook jullie, R. en N., toevertrouwd om samen een mooi stel te worden: een bondgenootschap sterker dan de dood. Want nog eens: waar het goddelijk en zodoende menselijk toegaat, daar kan zelfs een dode stok minstens twee bloemen krijgen.
Van het bovenste bordje
Jullie merkt, dat het meteen van het bovenste bordje gaat. Maar met minder kunnen we, geloof ik, vandaag niet toe - jullie niet en ik niet. Om daar iets van te zeggen: jullie zijn als bruid en bruidegom in zee gegaan met een oud schip, erg oud. Ik stip alleen maar aan, waar ik nu aan denk. Verlovingsringen, zo dik, ze kunnen je gewoon niet ontgaan - eerst naar de burgemeester, dan naar de kerk en dan samenwonen - eerst een huis en dat piekfijn voor elkaar en dan pas trouwen - en op de trouwkaart, stond daar niet keurig het adres van de ouders op?
Pietluttigheden allemaal! Maar voor mij zijn het nu even aanduidingen om te zeggen: jullie zijn met een oud schip in zee gegaan. Binnen patronen, nog aan de hand van codes, steunend op structuren en instanties, die niet nieuw meer zijn. En - om nu geen misverstand te krijgen - ik geloof dat het kan.
Ik geloof dat jullie voor dat oude konden kiezen. Er zijn vast mensen geweest, die jullie adviseerden om zo te kiezen. Je opvoeding is er op gericht geweest om 't zo te doen.
En vandaag nemen jullie dat alles ook voor je eigen rekening".
Trouwen in een wereld waarin bijna half zoveel wordt gescheiden als getrouwd, roept om een wonder. En wonderen gebeuren.
"Ze gebeuren daar waar de God van Israël het voor het zeggen krijgt. Of wat gewoner gezegd: zulke wonderen gebeuren daar
waar het menselijk toegaat. Het Godsrijk is immers het rijk, waarin de mensen, 'als 't goed is, kind aan huis zijn. Waar is dat? Wanneer krijgt God het voor het zeggen, met bloemen?
Ik wil het voorlopig houden op dit antwoord: Hij krijgt het voor het zeggen, als het toegaat naar het woord uit Genesis: zo zal dan een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen en zij zullen - het staat er wat raadselachtig - tot één vlees worden; het betekent gewoon: samen één chinees matje maken - één firma vormen die een gezamenlijke geschiedenis maakt; dat is één vlees.
Daar waar dat gebeurt, krijgt God van Israël het voor het zeggen, met wonderen en al.
Eén man en één vrouw, dat is . twee mensen. Het moeten er ook twee, niet één of anderhalf, blijven, Anders is de aardigheid er af. Als je niet meer echt met twee bent, kun je niet meer delen.
Je bent niet meer echt met twee mensen, als de een de ander niet te zien krijgt. Als de een zich voor de ander verstopt, dan is die ander er hoogstens bij als blinde.
Wil je in vertrouwen samen doen - samen optrekken, waarbij de een de ander zijn eigen gang laat gaan dan kom je niet uit zonder zien.
Dat gaat niet blind. Alleen iemand, die je ziet gaan, kun je in vertrouwen zijn eigen gang laten gaan.
Afstand in openheid.
Beide begrensd.
De afstand wordt begrensd door de openheid. Afstand houden mag er niet toe leiden, dat je elkaar uit het oog gaat verliezen.
En omgekeerd: openheid begrensd door afstand.
Openheid moet niet verworden tot de ander opzadelen met wat je zwaar vindt om het zelf te verwerken.
Je moet ook bij openheid de afstand van het respect blijven bewaren".
Voor kort getrouwden en langgetrouwden om over na te denken.