Kernwapens en het nihilisme in de cultuur (vervolg)

1980-04-24
  • Jaargang 24
  • nummer 17

Kernwapendebat
Spreken over de mogelijkheden en de onmogelijkheden van kernwapens zal, zoals gezegd, moeten plaats vinden binnen de eenheid van de christelijke visie op de cultuur en haar ontwikkeling. We zagen dat die cultuur steeds nihilistischer en wettelozer wordt. Dat wil zeggen dat men in alle activiteiten steeds meer een beslissende stem wil hebben en zich niet meer wil laten leiden door de Wet van God. Met andere woorden, men denkt veelal niet meer normatief; men beantwoordt - dat is ten diepste verantwoordelijkheid - niet meer aan de normen, die God heeft gesteld.
Ook voor de overheid, waaraan God de zwaardmacht heeft verleend, gelden normen. Dat zwaard draagt de overheid om het publieke kwaad te keren en te weren, opdat de burgers hun roeping zullen kunnen volgen. De overheid moet met haar zwaardmacht de publieke gerechtigheid bevorderen en de burgers beschermen tegen dreigend kwaad. De politiemacht dient het kwaad van binnenuit te bestrijden en de defensiemacht het kwaad van buitenaf.
Een eerste misverstand in het normatief spreken over de zwaardmacht van de overheid doet zich gemakkelijk voor, als niet wordt onderscheiden tussen de burger, die géén wapen mag hanteren en de overheid, die wèl het wapen moet gebruiken. Over het algemeen heeft het pacifisme voor dit fundamentele verschil in de loop van de tijd geen oog gehad. Met het moderne pacifisme is het anders gesteld. De geest van de secularisatie voedt de geest van het pacifisme, dat op zijn beurt de zwaardmacht van de overheid tracht uit te hollen. Zo gezien is het moderne pacifisme een uiting van het nihilisme in onze cultuur.
Ook geldt dit indien het pacifisme als een reactie te zien is op een mijns inziens evenzeer nihilistische ontwikkeling van de zwaardmacht.
Dat is het geval als die macht wordt uitgerust met kernwapens van een zodanige vernietigingsomvang dat elk gerechtvaardigd verzet tegen het kwaad er door verslonden wordt. Omgekeerd: dezelfde geseculariseerde geest 'verleidt een overheid gemakkelijk, niet langer normatief over de eigen zwaardmacht te denken, door zowel ongenormeerd te reageren op het verlammend gevaar van het pacifisme als elke moge1ijke vorm van zwaardmacht te accepteren tegen elke mogelijke dreiging van buitenaf. In dat laatste geval betekent dit, dat als norm voor de zwaardmacht van de overheid gaat gelden, dat het allergrootste kwaad met de allerafschuwelijkste middelen moet worden bestreden. Naar mijn overtuiging worden dan de bijbelse richtlijnen voor een normatieve zwaardmacht van de overheid genegeerd en nestelen zich het nihilisme en de wetteloosheid ook in die zwaardmacht. lik haast me eraan toe te voegen, dat juist vanwege haar normatieve taak de overheid bij groeiend kwaad wel ter dege geroepen is de genormeerde zwaardmacht te versterken. De overheid schiet tekort wanneer zij van haar zwaardmacht rou afzien, Vooral wanneer de geest van de secularisatie om zich heen grijpt, de geestelijke weerstand van een volk afneemt en het besef aan diepe en grote verantwoordelijkheid minder wordt, zal de overheid meer inspanning aan de dag moeten leggen om een verantwoorde defensiemacht op de been te houden.
Christenen zullen in voorbede' en met de daad de overheid in zo'n beleid moeten steunen en moeten voorkomen dat zij als vrienden worden beschouwd van één van de twee uitsterste; de moderne pacifisten of de verheerlijkers van alle mogelijke wapengeweld, waaronder de kernwapens.
Over de norm voor de zwaardrnacht van de overheid moeten we .nog wel even doorspreken, omdat daarover onder christenen nogal onenigheid bestaat of misverstand heerst.
Voor alle wapengebruik gelden normen. Toen burgemeester Polak van Amsterdam onlangs besloot tot het inzetten van tanks om snel een eind aan de opgeworpen barricaden te kunnen maken, verdedigde hij zich terecht met de opmerking dat voor de opruiming vooral tanks nodig waren om bij de nodige, snelle actie zo min mogelijk kans te lopen dat er, vooral aan de kant van de politiemannen, doden zouden vallen. Niet altijd is even gemakkelijk een verantwoorde beslissing te nemen. In het algemeen kan worden gezegd, dat de beslissing tot gevolg moet hebben dat de kwaden worden gestraft, de goeden worden beschermd en de publieke gerechtigheid weer kan doorgaan na het weren van het kwaad.
Die norm geldt voor alle zwaardrnacht! Daarom is het principieel ook onjuist een scheiding aan te brengen tussen kernwapens en conventionele wapens. Er zijn conventionele wapens, gaswapens bijvoorbeeld, die verder reiken dan het doel waarvoor ze worden ingezet; ze verslinden het doel; de verdediger wordt er zelf uiteindelijk de dupe van; de bescherming van de goeden en het bevorderen van de publieke gerechtigheid zijn uitgesloten.
Hetzelfde kan gezegd worden van moderne chemische of bacteriologische wapens. Daarentegen is het denkbaar dat bepaalde kernwapens vanwege hun precisie en trefzekerheid wel te accepteren zijn. Dit zullen dan vooral tactische kernwapens zijn, maar voor de strategische kernwapens met hun alles vernietigende werking geldt dit niet meer. Daarom zijn die wapens ook af te wijzen. Dit heeft niets met pacifisme te maken, maar wel alles met normatief denken. Nu zijn er maar weinigen die deze kernwapens toejuichen. 'Men wil ook het gebruik nog wel veroordelen, maar dan is desalniettemin het dreigend bezit wel geoorloofd.
Soms zegt men zelfs dat men deze wapens in de dreiging ook moet willen gebruiken.
Toch is het besef wel algemeen doorgebroken, dat kernwapens als uiterste middelen de oorlog in feite onmogelijk marken. Dat laat zich ook verstaan. Een gerechtvaardigde oorlog is een verdedigingsoorlog. In zo'n verdedigingsoorlog werd altijd gezegd dat de aanval de beste verdediging is en det de eerste klap een daalder waard is. Voor vele wapenen geldt dat nu nog, maar voor het gebruik van kernwapens niet meer. Daaruit blijkt dat we met de kernwapens ook in een kwalitatief andere situatie zijn terecht gekomen.
Zij die er voor pleiten het wapen wel te hebben, maar het niet zouden willen gebruiken, moeten wel uitgaan van een hoge mate van zelfbeheersing en verantwoordelijkheidsbesef aan de dag leggen. Ik heb het vermoeden dat ds De Jong voor dit standpunt kiest. De volgende vraag dringt zich daarbij echter op: wordt het kernwapen zo niet te veel gezien in het verlengde van gerechtvaardigde conventionele wapens en ziet men dan het kwalitatief nieuwe niet over het hoofd. Kernwapens functioneren namelijk altijd in kernwapensystemen.
Scenario's van kernoorlogen gaan daarvan altijd uit. Daarom zullen er bij het uitbreken van zo'n oorlog in het eerste uur ook 100 miljoen doden vanen. Het kernwapensysteem vertoont namelijk een zeker automatisme. Een besluit tot zo'n oorlog is niet meer gemakkelijk terug te dringen. Velen vrezen zelfs dat bij gebruik van op zichzelf geoorloofde tactische kernwapens, het proces van de escalatie al niet meer te stuiten zal zijn. Dàt vooral maakt het zo moeilijk om te spreken van het dragen van verantwoordelijkheid.
Of is het dragen van verantwoordelijkheid in deze situaties het afwijzen van elk gebruik van deze wapens? Een antwoord op deze vraag, dat m.i. positief moet zijn, wordt geaccentueerd wanneer we leren op de vereiste reactiesnelheid waarmee het kernwapensysteem moet kunnen reageren. Bij een mogelijke aanval van de vijand moeren kérnwapens zeer snel en adequaat kunnen worden ingezet. Vooral binnen het systeem is zó'n grote reactiesnelheid nodig, dat het kernwapensysteem wanneer het één keer in werking is gezet, automatisch moet gaan verlopen. Daarbij zal vooral een beroep gedaan moeten worden op computers. Nu doen computers op zichzelf geen kwaad.
Maar het kwaad kan er wel in gaan zitten wanneer mensen er op een onverantwoorde wijze mee gaan omspringen. Dat kan zich al voordoen bij het opstellen van het computerprogram, Daarbij maakt de deskundige of maken de deskundigen gebruik van computermodellen.
Zijn dat goede modellen? Zit er alles in verwerkt dat beslist nodig is? Bijvoorbeeld dat de mens zelf verantwoordelijkheid moet houden in elke fase van het geautomatiseerde computerproces?
Uit het automatische van dat proces blijkt alweer hoezeer we voor een ernstige situatie komen te staan wanneer deze computers in werking worden gezet bij het afschieten en besturen van kernwapens, waarvan het destructieve vermogen ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Temeer geldt dit het totaal van het wapensysteem, waarin de wapens in onderlinge afhankelijkheid functioneren. Bovendien, ook al zou het mogelijk zijn verantwoorde en overzichtelijke computerprogramma's te maken, dan moet het grote gevaar niet worden onderschat dat voor een volgende generatie deze programma's wèl onbegrijpelijk en onoverzichtelijk zijn geworden. Men móet zich er wel aan toevertrouwen. Deze structurele verwording moet mee in onze overwegingen worden betrokken om tot een verantwoorde beslissing t.a.v. kernwapens te kunnen komen.

Eerder sprak ik al van het toenemen van dreigende cultuurrampen. De vele mogelijkheden van wetenschap en techniek dreigen af en roe volstrekt uit de hand te lopen.
De vele cultuurrampen van de afgelopen tijd lijken voorboden te zijn van nog grotere cultuurrampen.
Ook rondom de bewapeningstechniek moeten we niet gering denken van de problemen m.b.t. een afdoende beheersing. Wanneer zich in de beheersing van kernwapensystemen ongelukken, vergissingen of noodsituaties gaan voordoen, zijn de gevolgen niet te overzien.
In dat licht gezien is de vraag gewettigd of de mensheid niet bezig is een oordeel over zichzelf uit te roepen wanneer zij doorgaat met de bewapeningsspiraal nog steeds op te voeren en daarmee het wapenarsenaal nog voortdurend uitbreidt. Niet voor niets voorspellen velen, dat in een dergelijke situatie kleine ongelukken met grote gevolgen steeds meer tot de mogelijkheden gaan behoren.

Verzet tegen het nihilisme
Tot slot nog iets over het christelijk verzet tegen het opkomend nihilisme in de cultuur, een nihilisme dat zich ook, zoals we zagen, uit in een verzet tegen de zwaardmacht van de overheid, of - en dat is de andere kant - in een verabsolutering van deze zwaardmacht.
Allereerst moet de individuele christen samen met de christelijke gemeente opgeroepen worden de geest van de wetteloosheid te onderkennen en te bestrijden door zelf integraal naar de wet van God,'-
Zijn Woord, te lieven. We worden opgeroepen om de geest te beproeven (1 Joh. 4: 1), om de geestelijke wapenrusting aan te doen (Ef. 6 : 10-20) en om niet gelijkvormig aan de wereld te worden, maar ons denken te vernieuwen, opdat we onderkennen wat de wil van God is (Rom. 12 : 2). Een voluit bijbelse gemeente, waarin we geoefend worden in het leven in het verbond met de Here, waar sprake is van een levendige gebedsomgang met God en waar geen andere begeerte heerst dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met de Hére, onze God (Micha 6 : 8), zo'n christelijke gemeente weert de wetteloosheid en vormt een rem op het toenemend nihilisme in de cultuur. Omgekeerd geldt dat ontrouw in die gemeente het bederf van het beste is, en via de innerlijke weerloosheid het nihilisme in de cultuur niet alleen ongemoeid laat, maar het zelfs bevordert.
Het laat zich versman dat christelijke politiek evenzeer doortrokken moet zijn van een integrale en verantwoorde bijbelse visie op de christelijke politieke roeping en daarmee op de genormeerde taak van de overheid. Met andere woorden, christelijke politiek mag geen verbond sluiten met welke uiting dan ook van de geseculariseerde, wetteloze geest van onze tijd. Christelijke politiek mag daarom niet samen gaan met het welvaartsmaterialisme, met het antichristelijke marxisme, met het pacifisme of met het militarisme.
Vele christenen maken zich terecht zorgen over het opdringend antichristelijk wereldcommunisme. Onze overheid heeft de taak daartegen ons volk, samen met de bondgenoten, te beschermen met behulp van de defensiemacht. Ais christenpolitici zich tegen de modernisering van kernwapens verzetten - en mijns inziens terecht - zullen ze juist tegelijkertijd moeten opkomen voor de opbouwen versterking van de genormeerde zwaardmacht van de overheid. Wanneer Goudzwaard dat in het verleden duidelijker gedaan zou hebben, zou hij mijns inziens niet de verwarring hebben gesticht, die nu onmiskenbaar aanwezig is. Onze strijd tegen de wetteloosheid moet een integrale zijn en we mogen zelfs de schijn niet op ons laden steun te zoeken bij hen, die ten diepste vijanden van het kruis van Christus zijn en ons verzet tegen een bepaalde nihilistische uiting in de cultuur, bijvoorbeeld de modernisering van kernwapens, willen gebruiken voor een volledig ongenormeerde weerloosheid Het geeft bijvoorbeeld te denken dat elke actie om tot een wederzijdse ontwapening te komen binnen de kringen van het IKV steeds weer stuk loopt. Dat getuigt op zijn minst van een verminderd onderscheidingsvermogen als het gaat om de bedoelingen van het communisme.
Overigens is het ook goed dat christenen blijven onderscheiden tussen hun radicaal religieuze keus en hun politieke keus. Die politieke keus wordt gevoed vanuit de radicale keus voor Christus, maar het politieke handelen blijft als zodanig altijd gekenmerkt door een afgeleid antwoord, waarin ook tegelijk rekening wordt gehouden met de macht van de zonde en van het kwaad in de bestaande structuren.
Radicaal politieke antwoorden op ontwrichte situaties, zoals die zich momenteel ten aanzien van de kernwapenontwikkeling voordoen, getuigen niet van bescheidenheid omdat we zelf mee schuldig zijn aan de huidige situatie. Bovendien miskent de politieke radicaliteit de dynamiek en massaliteit van de ontwrichte strukturen die zich niet gemakkelijk laten omzetten. Noch het ene kabinet, dat van Van Agt, noch het andere, dat van Den Uyl bijvoorbeeld, is in staat drastische wijzigingen door te voeren. Daarvoor is op zijn minst een geestelijke volksbekering nodig. En dan nog zullen we lange tijd de kwalijke gevolgen van de huidige ontwikkeling ondervinden. Wanneer die volksbekering uitblijft - en niets wijst er op dat van de zelfzuchtige, wetteloze geest afscheid wordt genomen -, dan zal een integraal christelijke politiek steeds meer gekenmerkt worden door een toenemend kruisdragen. waarvan het perspectief, het onaantastbare perspectief van het Koninkrijk van God is, dat in Christus gekomen en komende is. Dat geeft moed om vol te houden!


Naschrift van de redactie

Het zal niemand verbazen dat er onder de lezers zijn die bij het lezen van de verschillende bijdragen tot dit gesprek, vragen bij zich voelden opborrelen. Bij sommigen komt zo iets pas tot rust als zij die vragen ook opgeschreven en naar de redactie gestuurd hebben met het verzoek om opname en beantwoording in ons blad. Dat kan; de gesprekspartners stellen zich daarvoor beschikbaar. Wij zullen er over enige weken één 'pagina twee' aan wijden. Wel zullen wij selecteren.
Vragen die bij nauwkeurige lezing van het reeds geschrevene eigenlijk al beantwoord zijn, worden niet behandeld. Evenmin vragen die slechts zijdelings met het onderwerp te maken hebben. Slechts de meest duidelijke en meest terzake dienende komen in aanmerking.
Over beslissingen daaromtrent kan niet gecorrespondeerd worden. U kunt zich richten tot het adres van ondergetekende:
Jan van Eijckstraat 2-111,
1077 LJ Amsterdam,

H. de Jong

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief