Arromanches

1980-05-02
  • Jaargang 24
  • nummer 18
Arromanches was eeuwenlang een onbekend Normandisoh vissersdorpje aan het Kanaal, ergens tussen Le Havre en Cherbourg. Tegen de laatste eeuwwisseling werd het ontdekt door de Franse schilders uit de bene époque, kwam in de mode als badplaats, kreeg villa's, toerisme, watersport, zelfs een treinverbinding. Verder nog niets bijzonders, althans niet meer dan Zandvoort.

Toch had het al een heel stuk geschiedenis achter de rug, toen RooseveIt en Churchill het plaatsje als sleutelgat voor de bevrijding van Europa kozen. Reeds de Romeinen gebruikten het riviertje de Arro voor hun watervoorziening; wellicht komt hier de naam vandaan. Tegen de middeleeuwen landden de Vikings hier hun vervaarlijke boten; ze bleven er wonen en gaven aan het schiereiland Normandië hun naam. In 1066 bouwden de zeelui van Arromanches een deel van de vloot, die Willem van Normandië naar Engeland bracht, vanwaar hij een jaar later als Willem de Veroveraar terugkwam. In 1558 zag men de Spaanse armada voorbij varen, op weg naar Engeland. Een van haar sohepen, de San Salvador, strandde op de rotsen van Arromanches. Het was toevallig het schip dat de oorlogskas aan boord had en de streek wordt naar dat schip nog altijd Calvados genoemd; de baai van Arromanches heet nog steeds Spaans Graf. In 1815 werd hier de royalistische vlag aangevoerd vanuit Engeland, enkele dagen voor Lodewijk de 18de zijn intocht in Parijs maakte.
In 1940 werden de baai, de rotsen en de kliffen van Arromanches opgenomen in Hitler's onneembare Atlantic Wall. Daarmee scheen de geschiedenis te eindigen.


Maar toen Duitsland de luchtslag om Brittanië had verloren, van een invasie moest afzien en zelf vastliep in de barre Russische winters, keerden zijn kansen. De geallieerden namen het heft in handen. Reeds in 1941 werd Normandië uitgekozen als inzet voor de bevrijdende invasie - maar het 2l0U nog drie jaar duren, eer aan de operatie kon worden begonnen.

Er is 'een briefje van Churchill aan Lord Mountbatten bewaard gebleven, gedateerd 30 mei 1942. Het gaat "over de landingspieren". Het luidt: "ze moeten met het getij op en neer gaan. Het verankringsprobleem moet overwonnen worden. Stuur me de beste oplossing uitgewerkt toe. Argumenteer niet. De moeilijkheden zullen zelf wel voor argumenten zorgen". Was getekend: W. C. Het origineel kunt u in het museum van Arromanches zien.

Ruim twee jaar voor de invasie dus ging het alom dergelijke details. Churchill was realistisch, Hij voorspelde ons geen frische, fröhliehe Krieg maar beloofde wel bloed, zweet en tranen. Hij was meer realistisch dan we ons toen bewust waren: de totale bevrijding van Europa was gesteld op 360 dagen na de invasie, of zoals dat heette op D + 360. Dat zou dan 2 juni 1945 zijn geweest - het is 7 mei 1945 geworden. Als we alles vooruit hadden geweten zou ons de hoop zijn vergaan, althans de moed tot enig verzet.

Je vraagt je af wat de geallieerden bezield heeft om dit monsterkarwei te klaren, ten koste van zo veel bloed, zweet en tranen. Was het diplomatie of economisch denken of egoïsme? Dat alles wellicht; maar toch ook zuiver menselijke bewogenheid: Angelsaksisch fatsoen, dat de buurman niet laat afslachten.


Toen in de vroegte van de zesde juni 1944 de mensen van Arromanches gewekt werden dooi donderende vliegtuigeskaders, die 23.000 parachutisten afwierpen, door het verre gerommel van een armada als nooit door de wereld gezien was en door het vuur uit duizenden scheepsmonden - waren ze volkomen verrast. Dat het juist hun kleine baai was, waar de bevrijding van Europa werd ingezet! Alleen de Franse ondergrondse had, de avond tevoren, uit een melancholiek vers van Verlaine voor de radio begrepen, dat de langste dag ging aanbreken.

Er was aan heel de kust geen haven beschikbaar, wisten de geallieerden. Dan brengen we zelf een haven mee, besliste Churchill. Maar eerst moest een bruggenhoofd geslagen worden, een gat in de Atlantic Wall, Vanuit landingsboten kwamen honderddertig duizend manschappen, de meesten drijfnat, in Arromanches aan. Beschermd door een paraplu van vliegtuigen en een regen van vuur zagen ze kans de Duitse vuurmonden tot zwijgen te brengen, de kazematten op te rollen, de toegangswegen te blokkeren. In de namiddag al was Arromanches in geallieerde handen: geen huis was beschadigd want het dorpje zou hoofdkwartier van de landingsoperatie worden.

En terwijl de armada bleef binnenvaren - de slang reikte van de Engelse kust tot aan de baai van Arromanches - zette meteen de kunstmatige haven koers naar het Spaanse Graf. Kunstmatige haven? Jawel: bijna 150 betonnen caissons, elk met een lengte van 75 meter, werden in rustig tempo aangevoerd; samen moesten ze een dam van acht kilometer rond de baai vormen. De caissons waren elk 20 meter hoog en 15 meter breed; ze waren binnen vijf maanden gemaakt en elk gereed stuk was onder water bewaard. Pas voor het vertrek werden ze met perslucht leeggepompt en drijvend voortgetrokken; om te juister plaatse weer te worden neergelaten op de rotsen van Arromanches. Een stel oude koopvaardijschepen, die vooraf hun laatste reis hadden gemaakt, werden vooraf tot zinken gebracht om de juiste plaatsen en lijnen aan te geven. In weinige dagen was de kunstmatige haven gereed. Elk schip, elk vliegtuig, elke kanonnier had een eigen weldoordachte taak gekregen; alles liep in volmaakte orde - in het gezicht van de gevechten.

Binnen de rustige havenkom werden nu 22 bewegende kaden opgesteld: de door Churchill bestelde landingspieren, op poten staand, goed verankerd, met het getij beweegbaar en met het strand verbonden door lange pontonbruggen. De schepen konden de "haven" binnenvaren, hun vrachten lossen aan deze landingspieren - en van daar reden de wagens, tanks en kanonnen de laatste kilometers naar het strand. Op 12 juni waren aldus 104.000 ton voorraden, 326.000 manschappen en 54.000 voertuigen aan land gezet: alles onder vijandelijk vuur, maar beschermd door rookgordijnen, kabelballons en 600 kanonnen. Daarna voeren per dag 280 schepen af en aan; dat wil zeggen elke vijf minuten was een schip gelost. Toen op 18 juni een zware storm het werk enkele dagen stil legde, werd een dergelijk project, door de Amerikanen bij St. Laurent aangevoerd, vernield.
Voortaan moest Arromanches geheel alleen de geallieerde voorraden verwerken.
Het heeft zes maanden op volle toeren gewerkt. Enkele maanden was het de grootste loshaven ter wereld.

Als u al deze dingen op een rijtje laat zetten (en het museum van Arromanches geeft daar alle aanleiding toe) groeit uw respect voor mannen als Eisenhower, Churchill, Montgomery, Mountbatten. Dit allergrootste oorlogsgeheim uit de geschiedenis is drie jaar bewaard gebleven. De "meest complexe, moeilijkste operatie, ooit ondernomen", zoals Winston Churchil1 later schreef, was een volkomen verrassing. Geen Duitser rekende op zo iets. Niettemin was de Normandische kust talloze malen gefotografeerd, door de Franse ondergrondse beschreven en door geallieerde duikers onderzocht. De baai van Arromanches bood geen enkele verrassing meer. Een landingsvloot, zoals de wereld nimmer gezien had, lag bij stukjes en beetjes verspreid in de Britse wateren gereed en kwamvoor zover niet verhinderd door vijandelijk vuur - op de juiste tijd en plaats aan om zijn plicht te doen.

Het kan een goede besteding van uw zomervakantie zijn, de kustwegen van Normandië te verkennen, het museum te bezoeken. Vooral ook om de geallieerde graven te eren (alleen in St. Laurent liggen 9.400 Amerikanen begraven) en de steile Pointo du Hoc te bezien, die door Amerikaanse boeren is veroverd.

In het museum vindt u, naast alle soorten oorlogstuig, uniformen, vaandels, vlaggen, foto's en souvenirs, een maquette van de kunstmatige haven.
Het is een geschenk van de Britse regering aan het dorp. Het briefje van Churchill vindt u er ook: ongeloofwaardig simpel. Een groot man, the grand old man, die enkel met W.C. tekende. Maar in het gulden gastenboek vindt u ook andere handtekeningen: van Elizabeth R(egina), van de Britse Koningin-Moeder, Mountbatten of Burma, Dwight Eisenhower, Montgomery of Alamein, Prins Edward, de Franse president René Coty. Er wordt uitleg in diverse talen gegeven. Er worden films vertoond over het oorlogsverleden. Er worden bewegelijke beelden van de invasie gegeven, begeleid met oorlogsgeraas. Het museum trekt 300.000 bezoekers per jaar. U zult lang in de rij moeten staan en brood meenemen.

Toch, de ervaring is wat waard. U gaat van getallen en feiten over naar mensen, medemensen, vrienden die hun bloed voor u gaven. U denkt aan de offers, door de geallieerden gebracht: twaalf miljoen militairentegen vijf miljoen aan Duits-Japanse zijde. U denkt aan de talloze gewonden, aan het onbegrijpelijk grote leed dat over deze wereld ging.
En u dankt God de Heere dat in deze maatschappij nog zoveel naastenliefde betoond is. Bidt dat het zo moge blijven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief