Gods proeftuin

1979-09-14
  • Jaargang 23
  • nummer 34
"Naar zijn raadsbesluit ,heeft Hij ons voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen."

Jak. 1, 18

Eerstelingen
De eerstelingen zijn de eerste vruchten van de graan- of fruitoogst. Het oogsten van deze eerstelingen was in Israël jaarlijks reden tot grote vreugde. Wat hebben ze het goed in Kanaän, een land om je vingers bij af te likken. Met die eerstelingen ging men naar de tempel om God ervoor te bedanken. Daar nam de dienstdoende priester een bosje halmen van de eerste oogst in zijn hand en wuifde ermee naar alle vier windstreken. Die eerste rijpe halmen wuifden dan a.h.w. over heel het land, over alle akkers en over alle huizen van het Joodse land. Dat gebaar was een belofte, een veelzeggende profetie dat straks de volle oogst zou worden binnengehaald. De eerstelingen waren van die oogst het veel-belovende begin. Zij waren een onderpand van wat nog komen zou aan vruchten van het land.

Dé eersteling
Jakobus noemt de gelovigen eerstelingen. Maar hij zegt het wat aarzelend, "in zekere zin'. Immers, eigenlijk is er maar één echte eersteling, nl. Jezus Christus (1 Kor. 15, 27). Hij is de eerste en tot nu toe de enige, die de doods-Jordaan is doorgewaad en het beloofde land van de nieuwe aarde is binnengetrokken. Hij is ons ver vooruit. Maar het kontakt met ons, die nog niet zover zijn, is daardoor niet verbroken. Vanuit het nieuwe leven aan de overkant van de dood onderhoudt Hij nauwe banden met zijn gemeente hier. Door zijn Geest werkt Hij vernieuwend in op ons leven hier en nu.

Het woord, dat wat doet
Ons leven wordt vernieuwd door het 'woord der waarheid'.
Deze uitdrukking geeft niet alleen aan dat het woord iets zégt over de waarheid, maar dat het ook de waarheid dóét. Het is het Woord van God dat mensen aangrijpt, bij hen binnengaat, hun hart vervult en hun leven verandert.
Nee, dat is nog te zwak gezegd. Er ontstaat een totaal nieuw leven. God brengt ons voort, letterlijk: baart ons!
En zo zijn we eerstelingen. Nee, niet zoals Christus het is.
We zijn 'in zekere zin' eerstelingen. We begrijpen Jakobus' aarzeling wel. Er is nog een dagelijkse strijd van ons Adamsvlees tegen de Christusgeest. Maar mét deze beperking zijn we het dan toch wel.

Proeftuin
Eersteling zijn is een voorrecht. We kunnen God alleen maar danken dat Hij ons in het licht heeft gezet, waar nog zovelen in duisternis rondwandelen. Maar er zit ook een roeping aan vast. We zijn een proeftuin. Aan ons moet zichtbaar worden hoe de nieuwe schepping er uit ziet.
Bij ons moet in woord en daad de taal van het vernieuwde mens-zijn gesproken worden. In een nieuwe omgang met onze naasten. In een andere waardering van arbeid, geld, tradities, welvaart enz. We zijn eerstelingen van een nieuwe schepping. Dat steekt bij het oude af. Dat kan niet anders. Kinderen van God doen hun werk niet mopperend en scheldend. Ze zeuren niet voortdurend over de centen.
Ze kankeren niet op hun baas of hun kollega's. Is er iets niet naar hun zin dan proberen ze dat met de betrokkenen zelf uit te praten in alle redelijkheid en vriendelijkheid, zonder stemming tegen hen te maken. Kinderen van God praten niet over hun ouders als ouwelui, die hopeloos uit de tijd zijn, eigenlijk alleen nog maar goed voor zakgeld en onderdak. Maar ze praten met eerbied over vader en moeder, aan wie ze hun leven te danken hebben. Kinderen van God passen ervoor om de omgang tussen een jongen en een meisje, een man en een vrouw neer te halen en te besmeuren in vuile taal en schuine moppen. Ze bieden niet tegen elkaar op over de avontuurtjes, die ze (al of niet werkelijk) beleefd hebben. Ze vallen ook niet van de ene vriendschap in de andere flirt, net zo makkelijk als je van jas verwisselt. Ze geven blijk van diep respekt voor het heerlijke geheim tussen twee mensen, voor hun trouwverbond.
Kinderen van God zijn er gewoon als een kollega, een klasgenoot, een buurman in moeite zit en gevraagd of ongevraagd hulp nodig heeft. Kinderen van God werpen een dam op tegen de zuigkracht van almaar meer willen hebben en overal aan meedoen, van alles kunnen en alles mogen. Kinderen van God kunnen 'nee' zeggen en bewust kiezen voor dingen, die wezenlijker zijn. Kinderen van God roepen in hun omgeving een sfeer op van betrouwbaarheid' en bereidheid om te helpen en te dienen.
Kinderen van God kunnen zo oases zijn in een wereld waar eigenbelang hoog genoteerd staat. Want vanaf het moment dat Jezus Christus, dé Eersteling iets voor ons betekent, gaan we zelf ook iets betekenen voor elkaar en voor anderen.
En wanneer dit alles aanspreekt zijn wij als eerstelingen mogelijk het veel-belovende begin van een grote oogst.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief