Sint Kilda - eenzaam eiland
1980-05-23
Ver weg in het westen, 176 km van het Schotse mainland, ligt, verloren 10 de Atlantische Oceaan, het eiland Sint Kilda. Gedurende duizend, mogelijk tweeduizend jaar is het bewoond geweest. In 1930 is het onder drang van de Britse overheid ontvolkt. Een dezer dagen werd een weekend-- Jaargang 24
- nummer 21
expeditie naar dit eenzame eiland uitgerust, om de evacuatie van 50 jaar geleden te herdenken. Een dienst werd gehouden in het oude kerkje, de onder Monumentenzorg gerestaureerde huisjes zijn bezocht; de sfeer van het barre eiland met zijn ontoegankelijke rotsen en ontelbare vogels werd geproefd door oudheidkundigen, geologen, natuurliefhebbers, sociologen en gewone vaderlandslievende Schotten.
Er zijn wel honderd boeken over Sint Kilda verschenen - want de officiële rapporten van medici, tellingsambtenaren, schoolmeesters, predikanten en anderen zijn sinds 1968 publiek toegankelijk. In onze bezige, harde, zelfbewuste cultuur wordt even stilgestaan bij de gedachte aan deze eenzame kolonie die zich, ver van het maatschappelijk gewoel, eeuwenlang wist staande te houden, hoewel slechts 3-4 maanden per jaar voor een schip toegankelijk.
Want stel u voor: een kolonie van enige dozijnen tot tweehonderd mensen, zonder leiders, zonder geldverkeer, zonder wetten, belastingen, dienstplicht, wapens, zonder de geringste luxe... hebben het daar eeuwen lang met elkaar uitgehouden. Men leefde van schapen, enig rundvee, enige landbouw en voornamelijk van de jacht op zeevogels. Men kende geen eigendom dan alleen de schapen - maar schonk elkaar uit eigen voorraad vergoeding voor verdronken dieren. Alle beslissingen werden door de mannen in gezamenlijk overleg genomen. Niemand kwam op voor zichzelf - allen kwamen voor de gemeenschap op. En volgens de geboekstaafde historie is er nimmer sprake geweest van geweld, van misdrijven, diefstal, overspel of andere grove zonden. Het natuurlijke isolement behoedde voor ontaarding - die in een volledige ramp zou zijn geëindigd. Toen de overheid deze "zonderlinge mensen" hun plaatsen op het mainland had gegeven, was er enige schaamte bij de betrokkenen; men begreep dat niet alleen de harde natuur had gezegevierd over deze kolonie - maar dat een voorbeeldig stukje gezond mensdom was geofferd aan de "beschaving". De uitzondering had plaats gemaakt voor het algemene. Hier zit een waarschuwing in tegen urbanisatie en tegen het aantasten van traditie en plaatselijke verworvenheden, tegen elke gelijkschakeling.
Aan Sint Kilda, het eenzaamste van alk Britse eilanden, zitten bijzonder interessante facetten: de eenzaamheid, de barre natuur, het sociale leven van een natuurlijke kolonie en de religieuze ontwikkeling. Van al deze facetten zouden we u iets willen vertellen.
Er heeft nooit een heilige Kilda bestaan. Het woordje Sint is al een misverstand en wel van Nederlandse oorsprong. Een oude Nederlandse kaart uit 1666 gaf namelijk een eiland aan, ver ten westen van de buiten-Hebriden, als S. Kilda, Wat die S. betekende is nooit opgehelderd, Ook de naam Kilda werd op het eiland nooit gebruikt: men sprak van Hirta, waarmee het grootste van de Vlierbedoeld wordt. Die naam Hirta, geschreven als Hirtha, komt het eerst op een Italiaanse kaart van 1563 voor. En nu krijgt de naam betekenis.
Er is een opvatting, dat Hirta van het Noorse Hirt (schaapherder) komt, wat verband zou hou~en met zijn profiel. Er is een tweede opvatting, dat Hirta van het Ierse Hiort zou komen en op dood, doden eiland, zou slaan. Het meest voor de hand liggend echter is: dat Hirta, via het Ierse Hiorta, met I (eiland) en ard (hoogte) uit het Gaelic komt; het is dan een gewoon Schots-Keltisch woord voor "hoog eiland". De Kelt spreekt Hirta uit als Childa, wat op Kilda neerkomt. De Nederlandse kaart was er dus niet helemaal naast.
Buiten Kilda (max. 3 x 5 km) liggen de eilandjes Dun (= vesting) en Soay (= schapeneiland), beide slechts door een smalle strook water van het hoofdeiland gescheiden. Bovendien is er het eilandje Borreray, 76 ha. groot, maar op 61/2 km afstand in een woelige oceaan liggend, Alle vier eilanden rijzen steil uit de zee op, tot honderden meters hoogte. Een bezoeker in 1879 schreef: "was het een demoneneiland, dan kon het er niet schrikwekkender uitzien. We zouden het voor een reservaat van monsters willen houden."
Zo ver ligt de Kilda-groep van het mainland (hoofdtand), dat het op de meeste kaarten niet voorkomt, of slechts als inzet in een hoek. Lang na de ontruiming werd het voor de eerste maal door een Britse vorst betreden; James 11 sloot bij zijn ambtsaanvaarding trouwens Kilda uit, wilde geen verantwoordelijkheid voor dit afgelegen gebiedsdeel hebben! En de eigenaar, de chiefclan van de MacLoods, woonde op Skye, 130 km afstand.
De naaste haven ligt 110 km ver. Meermalen moesten de "KiIdans" een noodkreet per drijvende Hes naar hun landheer sturen, in de hoop dat de boodschap ergens zou aanspoelen en bezorgd worden, En inderdaad kunt u op het eiland Skye, als u ooit het slot Dunvegan bezoekt, daar nog een fles in een klompachtig vaartuigje aantreffen, van Sint Kilda afkomstig. Twee jaar lang baden de Kildans wekelijks nog voor een vorst, die al was overleden. Toen ze later voor "His Majesty" baden, kwam hun ter ore dat het intussen Her Majesty was geworden, Victoria.
In 1851 vond de eerste volkstelling plaats, 50 jaar later dan de rest van het dunbevolkte Schotland. Twee maal per Jaar kwamen er nieuwe voorraden, vooral zout en zaden. Dan kwam ook een officieel persoon om de geboorten en huwelijken te registreren, alsmede het dodenregister na te gaan. Dan kwam ook de vertegenwoordiger van de MacLeods om de landrente te innen en de producten te verschepen; daarvan werd overigens geen boek gehouden: het vertrouwen in de landlords was onbegrensd.
Wat is de oorsprong van deze kolonie geweest? Die moet 1000 tot 2000 jaar weg liggen. Tussen 800 en 1200-nC. zijn de Noormannen er geweest: potscherven van Vikings aardewerk, in 1886 gevonden, bewijzen het. Ook enkele namen op de kaart (alleen plaatsen, van zee uit waar te nemen) wijzen op de Noormannen. De naam Oiseval komt van het Noorseaustr feil = Oostheuvel. De naam Soay komt van het Noorse saul ey = schapeneiland. Kwamen de Noren er alleen in nood, door schipbreuk, zware zee, of behoefte aan vers drinkwater? Maar de rivieren hebben weer Keltische namen, zoals alle delen van het eiland Sint Kilda.
De bevolking bestond ongetwijfeld uit Schotse eilandbewoners, die alleen Gaelic spraken. Men heeft wel beweerd dat het misdadige, lastige of verbannen elementen waren. Dat is onmogelijk, gezien de vreedzame en gezonde samenleving die men aantrof. Twee maal is het eiland vrijwel uitgestorven geweest: de MacLeods zorgden dan voor vers bloed uit hun pachtersbestand. In 1799 schreef een Lord Braugham: de Keldans zijn stom, lui, bijgelovig, begerig, vuil en wild. Tegelijk schreef een Nichol, die er enige tijd moest verblijven: "hartelijk, belangstellend, hulpvaardig, elke dag vroegen ze naar mijn welstand en of ze iets voor me konden doen". In 1822 schreef een John MacDonald: "Kelten zijn meer beschouwend dan actief" en hier ligt een goede verklaring voor het andere van de Kildans. Terwijl de vrouwen het (vaak zware) werk deden, hielden de mannen raad, dachten, spraken, overlegden. Hun weersvoorspellingen waren feilloos. De weinige geruchten over de verre wereld werden breed uitgemeten en verteerd. De kerk was het centrum van geestelijk en natuurlijk leven: drie maal per zondag en eenmaal per weekdag, niemand boven twee jaar uitgezonderd. Maar op gevaarlijke vogeljacht konden de mannen op elkaar rekenen!
Ongetwijfeld hebben Ierse monniken, op reis naar IJsland, Sint Kilda wel bezocht en er het evangelie gebracht. En ongetwijfeld is het bijgelovig Schotse heidendom er gemengd geweest met evenveel delen christendom.
Dat is zelfs op het mainland zo en het Keltische kruis is een combinatie van het Latijnse kruis en het Zonnerad. Het Woord werd echter zo weinig praktisch verstaan dat er een foto bestaat van kerkgangers, die in paniek vluchtten voor een op Zondag werkende fotograaf. Toen in de vorige eeuw oude dingen waren aangewezen, die als waakhonden door de gemeente gingen en een stukje pastoraal gezag meedroegen, werd de voorzanger eens aangeklaagd: omdat hij op Zondag gelachen had! Zijn verweer, dat hij aan de zomertoeristen had gedacht, die w dol op snoepgoed zijn, werd nauwelijks aanvaard; hem werd gezegd dat zijn ambt op de tocht stond. En toen een zuster van de landlord eens schreef dat zij een "oude vrouw" was, "net als de koningin" - werd ze ernstig per brief berispt; want de Bijbel legt ons eerbied voor de koningen op en zo mocht ze niet spreken!
Naast frustraties, kortzichtigheid en ongezond geestelijk leven gaf het isolement ook sterke banden van trouwen naastenliefde. Dat kwam uit bij de jaarlijkse gevaarvolle vogeljacht op het eiland Boreray, Dat eiland heeft de grootste broedkolonie van de gannets (Jan van Gent) ter wereld hoewel er eeuwenlang in geweldige mate op gejaagd werd. De vogel heeft een vleugelwijdte van 150 cm, zijn klappen en snavelstoten zijn gevaarlijk, de vogel moet bij nacht uit zijn holen worden gehaald en tracht de vanger van de gladde rots te storten. Daarbij moesten de mannen elkaar aan een touw naar rotsrichels laten zakken, waar ze soms honderden meters boven de woelige zee stonden. Zulk samenspel in levensgevaar kon all een met volkomen onderlinge betrouwbaarheid.
Bij de evacuatie bestond de groep uit slechts 36 personen. De grond was uitgemergeld en verbruikt door eeuwen van roofbouw. De opbrengsten van landbouw en jacht werden onvoldoende om de landrente te betalen.
Een verpleegster, Williamina Barclay, had in 3 jaar sociaal werk de bevolking rijp gemaakt voor evacuatie. Met wat koetjes en kalfjes en hun weefgetouwen kwamen ze eind augustus 1930 op Morvern aan: dat is een dunbevolkt schiereiland. Ze werden er gehuisvest in Stronüan, de plaats waar de loodmijnen het metaal strontium opleveren. Daar zijn ze, onwillig, in de bevolking ondergegaan: u vindt geen Kildans meer.
Maar toen ze het eiland prijsgaven waren er vele, vele liefhebbers, die smeekten er te mogen wonen. Om deze maatschappij te ontlopen? Om een nieuwe heilsstaat op te bouwen? Het werd uiteraard niet toegestaan: waar pachters geen bestaan vonden waren verdere experimenten niet verantwoord. De eigenaar schonk de eilandengroep aan de National Trust for Scotland, die alles in bruikleen gaf aan Natuurmonumenten. Ook heeft de marine er-een basis - maar dat is een ander verhaal.