Het Liedboek

1980-05-23
  • Jaargang 24
  • nummer 21
Lied 421 Diverse liederen, oorspronkelijk in een vreemde taai geschreven, zijn terecht vertaald en herdicht. Om dit 17eeeuwse gedicht van Revius voor de kerkzang aanvaardbaar te maken, had het o.i. ook opnieuw berijmd moeten worden. Dit is trouwens wel gebeurd met diverse liederen uit de vorige eeuw. In de huidige vorm is het vanwege taal en stijl niet bruikbaar.
De melodie is niet moeilijk.
Tekst: 1; melodie: 3.

Lied 422 "De niet in alle opzichten even gelukkige bewerking van Vondels Rey van Engelen uit diens Lucifer. Ondanks een aantal woordelijk overeenstemmende regels, heeft Vondel in feite met de 20e-eeuwse bewerking niets meer te maken", aldus het Compendium over dit Lied (p. 951).
Het is als Kerklied niet geschikt.
Hetzelfde geldt voor de melodie, Tekst: 1; melodie: 1

Lied 423 Dit Lied is naar zijn aanduiding en hoofidinhoud algemeen bekend, al heeft de (oorspronkelijk van Beets afkomstige) tekst door een nieuwe bewerking nogal enige wijziging ondergaan. Desondanks bleef deze tekst typisch 19e eeuws met veel woorden en toch weinig zeggingskracht.
De melodie is bekend, eenvoudig en gemakkelijk zingbaar.
Tekst: 2; melodie: 3.

Lied 424 Een Loflied, "zó eenvoudig, dat men er haast aan voorbij leest en tenminste niet opmerkt hoe sterk het is, hoe helder opgebouwd", aldus de dichter-vertaler (Comp. p. 955). Gezien de tekst en de melodie, die een "driedeligheid van structuur vertoont", is dit Lied bijzonder geschikt voor wisselzang: gemeente (r. 1 en 2, 7 en 8) en koor of afzonderlijk vrouwen- of mannenstemmen (r. 3 t/rn 6).
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 425 "Dit Lied van Paul Gerhardt staat in een lange, in de late middeleeuwen aanvangende, traditie van geestelijke zomerliederen" (Comp. p. 956). Het vertoont echter onaanvaardbare, vergeestelijkte beelden van het natuurgebeuren (o.m. slot van strofe 2 en 3 en strofe 7). Voorts is de slotregel van strofe 6: "Gij ongeëvenaarde" niet fraai. Vergelijking met de (natuur)psalm 104 maakt het onderscheid overigens wel duidelijk!
Jammer dat vanwege de onaanvaardbare tekst de mooie melodie daarmee verloren gaat. "Een der schoonste van het Liedboek", aldus het Compendium, p. 959.
Tekst: 1; melodie: 3.

Lied 426 Van dit Lied zullen o.i. de strofen 1, 2 en 5 geen enkel bezwaar ontmoeten. Helaas zijn 3 en 4 zowel wat zegswijze als inhoud aangaat minder geslaagd. Een illustratie van het eerste levert strofe 3 als volgt: "Hij ontstak in mij het licht van het innerlijk gezicht,dat zal dood noch duivel doven".
De melodie is naar de oorspronkelijke versie hersteld en zal opnieuw geleerd moeten worden.
Tekst: strofe 1, 2 en 5: 3; rest: 1; melodie: 1.

Lied 427 Niet alle strofen van dit bekende Lied hebben een even goede, aanvaardbare tekst. De kwaliteit van woordkeus, zinsbouw en inhoud vertonen nogal opmerkelijke verschillen, zodat een geschikte keuze eruit voor de gemeentezang te rechtvaardigen is.
De melodie is zeer bekend.
Tekst: 3 (voor een bepaalde keuze); melodie: 3.

Lied 428 De inhoud van dit Lied vertoont mystieke trekken, terwijl de woordkeus en zegswijze dit nog accentueren (zie b.v. strofe 3). Wanneer we bovendien nog in het Compendium (p. 969) lezen dat het Lied eigenlijk 6 strofen telt, maar de 3e en 5e strofe wegens hun toch wel wat antiquarisch karakter zijn weggelaten, behoeft het niet te verwonderen dat de rest ook enigszins "oudtijds" aandoet.
De melodie is een van de bekendste en beroemdste melodieën uit de kerkmuzieklitteratuur.
Tekst: 2; melodie: 3.

Lied 429 Dit Lied wordt in het Compendium (p. 970) aangeduid als "het lievelingslied van vele generaties Duitse en Nederlandse protestanten". Het mag dan ook voor iedere christen als algemeen bekend worden verondersteld, al zijn ·er enkele kleine veranderingen aangebracht.
Het Lied werd door de oorspronkelijke dichter op 20-jarige leeftijd geschreven als dank voor velerlei uitredding.
Wat de melodie betreft: "er is zo nonchalant met de notatie van de melodie in de loop van anderhalve eeuw omgesprongen, dat bij het zingen nog steeds aarzeling of verwarring is waar te nemen", (Camp. p. 971). De Liedboek-versie stamt uit 1657.
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 430 Reeds de eerste strofe "Ik heb u lief, 0 mijn beminde", karakteriseert dit hele Lied als sterk piëtistisch en mystiek. "Het is stellig een van de schoonste voortbrengselen van de barokke bruidsmystiek der 17'e eeuw, maar als zodanig ook een lied dat op de rand balanceert van het in de kerkelijke liturgie zingbare. Van de hier uitgezongen liefdesrelatie tussen Jezus en de ziel weet de Bijbel immers niets", aldus het Compendium (p. 974).
De melodie toont "de meesterhand" (Comp.). Tekst: 1; melodie: 3.


A. t.a.v. de tekst der liederen:
het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie;
het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort;
het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.

B. t.a.v. de melodie der liederen:
het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v, vanwege het humanistisch karakter of door een sterk piëtistische inslag;
het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst;
het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief