Voor wie is het Avondmaal?

1980-05-30
  • Jaargang 24
  • nummer 22
Sacrament voor ingewijden of verbondsmaaltijd ?
Het boekje van ds M. R. van den Berg voert deze ondertitel en dat geeft onmiddellijk aan hoe centraal hij kracht en betekenis van het avondmaal stelt.
Het vangt 'aan met het bespreken van de vraag "heilig?". Iets of iemand, die in relatie telt God staat, mag heilig heten. Ook wijzelf kunnen - evenals de gelovigen te Filippi - met "heiligen" aangesproken worden. Gods Woord en Zijn sacramenten komen dus in gemeenten van heiligen. Doop en avondmaal hebben daarin geen méérwaarde bóven Woord en gemeenschap.
Voor gebruik van deze sacramenten is niet méér geloof en ook geen andere soort geloof nodig dan voor het horen en doen van het Woord. Er loopt ook geen scheiding door de gemeente, alsof er "ingewijden" en anderen zijn, waarbij het Woord voor ál1en en de sacramenten maar voor een deel van de gemeente zijn. Daarover onderwijst de schrijver ons duidelijk direct uit de Schriften. De vele tekstverwijzingen zijn illustratief voor zijn ernstig pogen zèlf op de achtergrond te blijven en het Woord te doen spreken. Dat Woord, het komt in de samenkomsten wekelijks tot ons met bevel van geloof en bekering. Doop en avondmaal doen dit evenzo, zij het niet elke zondag. We moeten die twee dan ook in ons gemeentelijk leven geen bijzondere plaats geven bóven het Woord, want de Schriften leren ons dat niet. Het deelnemen aan de maaltijd des Heren mag dan ook zonder krampachtigheid zijn "voor mij en alle gelovigen". De gastheer is onze Heer Jezus Christus en wij mogen als zijn dienaren die maaltijd aanrichten, niet als een "gereserveerde tafel" voor een deel van de gemeente, maar in gemeenschap (verbond) met Hem. Treffend illustreert ds Van den Berg dit op pag. 51/4 als volgt:

"Abraham werd door God uit de duisternis van de heidenwereld, waarin hij met zijn vaderen de afgoden diende (Joz. 24 : 14), geroepen tot zijn licht. Paulus zegt het ten aanzien van de Colossenzen zo: God heeft jullie verlost uit de macht van de duisternis en overgebracht, overgezet, in het koninkrijk van de Zoon zijner liefde (Col. 1 : 13). U moet eens proberen u dat ruimtelijk voor te stellen. Abraham bevindt zich in een huis, in een stikdonkere kamer. Nu roept God hem en zegt: Abraham kom uit die donkere kamer vandaan en ga naar de kamer die Ik je wijzen zal, waar het helemaal licht is. Die lichte kamer is de ruimte van Gods verbond.
Om naar die kamer toe te gaan en die ruimte van Gods verbond te treden, moet Abraham eerst geloven en vertrouwen dat wat God zegt, waar is en betrouwbaar. Maar als hij door dat geloof die lichte kamer is binnengestapt, speelt zijn leven zich verder in die nieuwe ruimte af. En als hem dan een zoon geboren wordt, Izaäk, bevindt die zich ook in die lichte kamer, in die ruimte van Gods verbond. Hel is niet zo, dat Abraham zich daar wel bevindt, maar dat Izaäk in de donkere kamer geboren wordt en daar voorlopig moet blijven. Het is niet zo, dat God met Izaäk weer helemaal van voren af aan moet beginnen.
Gelukkig niet. Dank zij het feit, dat Abraham naar die lichte kamer is gegaan, wordt Izaäk daar geboren, binnen de ruimte van Gods verbond. En daarom ontvangt hij het teken van de besnijdenis (... ) Voor gereformeerde oren klinkt het voorgaande niet nieuw. In het gereformeerde denken is men zich altijd bewust geweest van het feit, dat het probleem van de kinderdoop niet vanuit een individualistisch en subjectivistisch denken moest worden beantwoord, maar dat Gods verbond en de fundamentele overeenstemming tussen het oud- en nieuwtestamentische grondpatroon inzake de verhouding tot God voor dit antwoord van beslissende betekenis waren. Daarom is het te merkwaardiger, dat onze avondmaalspraktijk wel sterk individualistisch en subjectivistisch beïnvloed is en dat we daardoor het aspect van verbondsmaaltijd vrijwel uit het oog verloren hebben." En even verder (pag. 60): "Als we dat verbondskarakter in rekening brengen, komen de kinderen ook in het vizier. Want kinderen behoren niet minder tot het verbond van God en tot zijn volk dan de volwassenen en ze hebben daarom ook deel aan dezelfde beloften en gaven."

0, zegt U wellicht, dus daarmee is dan het hele probleem van "kinderen aan het avondmaal" ook ineens opgelost? Nee, dat is heus niet het geval. Maar aan het spreken over deze zaak is wel een goede basis gegeven: schriftuurlijk onderwijs.
Op verschillende manieren legt de schrijver ons een overvloed van Schriftgegevens vóór, gericht op het steeds weer christelijk aanvaarden van Gods ontferming, die er óók is in de opdracht (het bevel) "doe dat tot Mijn gedachtenis". In het boekje komen verder aan bod: de zelfbeproeving. het een oordeel eten, de afhouding van de tafel des Heren, het verband tussen belijdenis doen en de toegang vragen tot de maaltijd van onze Heer, enz. Het wil ons stimuleren de schatten uit de Schriften op te delven, opdat ons geloof gevormd en gevoed worde om Gode nóg meer te behagen (1 Thess. 4 : 1). En dat alles op eenvoudige, pastorale en praktische manier. Hoe kan het ook anders? We hebben vóór ons de weerslag van jarenlange arbeid van predikant en gemeente te Oegstgeest.
In die gemeenschap is het ontslaan en gegroeid. De wijze, waarop het ons thans gepresenteerd is, brengt met zich dat we het echt eerlijk moeten lezen en overdenken.
Niet vooringenomen (" ...en toch vind ik..."), maar net als de gemeente te Berea deed na de prediking van Paulus, "luisteren met alle bereidwilligheid en dag aan dag bestuderen van de Schriften of het inderdaad zo was" (Hand. 17: 11). Als dat toen een goede zaak was, dan toch zeker ook momenteel. En als ik er aan toevoeg "het is de moeite waard", is dat een duidelijke onderwaardering van het werk, dat in ons midden groeide. Want wat de HERE ons in Zijn Woord en door Zijn Geest geeft, moet ons voortdurend bezighouden. Oude en nieuwe schatten komen tevoorschijn.
Het verdient aanbeveling om er in onze bijbelkringen, gemeentevergaderingen, jeugdverenigingen en catechisaties samen mee bezig te zijn. Maar zeker ook, en dat in de eerste plaats, in onze gezinnen, in gesprekken met onze kinderen. En het nut ervan is beslist veel groter dan enkel het vinden van een antwoord op de vraag "voor wie is het avondmaal?", want het gaat om het horen en doen van het Woord van onze Vader "dat leven ende kracht daer door in onze herten openbaert".

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief