Pastorale notities
1979-09-28
- Jaargang 23
- nummer 36
Van Rudolf van Reest heb ik twee boeken gelezen. Het eerste in mijn jongensjaren. Het heette: De levensroman van dr H. Colijn. Ik vond het geweldig. Een figuur als Colijn sprak tot je jonge hart en alles zat er in, wat je in die tijd in een boek verwachtte: een bekeringsgeschiedenis, een brok heldendom op het slagveld en een schitterende carrière. Het tweede boek van dezelfde schrijver las ik enkele weken geleden. Iemand uit onze gemeente had het gekocht in een boekenstalletje en zei: Er staat ook iets over jou in. Zo kwam ik er toe om erin te gaan lezen.
Het heet: De braambos. Dat woord is al lang onzijdig, maar Van Reest houdt het op het oude. Zoals ook in de titel van het gedenkboek: Gedenkt uw voorgangeren. Het spijt me, dat ik het gelezen heb, dat boekje over het braambos. Het haalt nl. zo nadrukkelijk naar voren, wat ik liever niet geweten had: dat Schilder er op stond om de absolute leiding te hebben over zijn weekblad. Ik denk, dat Van Spronsen gebiologeerd is door het leidersbeginsel, vandaar ook zijn ode aan Colijn. Nu kun je in de staat nog wel een leider plaatsen, maar in de kerk zijn ze niet te gebruiken. Natuurlijk weet ik wel, dat een weekblad de kerk niet is. Als Schilder de leiding van een krant wilde hebben, dat is niet erg. Maar naderhand bleken krant en kerk zo inelkaar verstrengeld te wezen, dat een conflict over het blad zich voortzette in de kerken. Leiding geven? Jezus zei: Laat u geen leidslieden noemen, want Eén is uw Leidsman, de Christus. Hij wist dat kerkelijke leiders Hem in de weg zouden staan en de mensen het zicht op Hem ontnemen. Moge God ons in het vervolg bewaren voor “onze voormannen”, voor “leidinggevende figuren”, voor gezaghebbende kringen of toonaangevende bladen. Het zou b.v. geen ramp zijn als Opbouw eens een jaar niet verscheen. In Zondag 48 van de Heid. Cat. komt er geen mens, geen synode en geen krant te staan tussen God en de gemeente.