Bouquetje
1979-10-05
Uit mijn prille jongensjaren herinner ik me iets, dat indruk op mij maakte. De Antirevolutionaire Partij had in ons dorp een sprekersavond belegd, zoals dat bij het vroegere districtenstelsel gebeurde.- Jaargang 23
- nummer 37
Hier in Groot-Brittannië hebben we dat districtenstelsel nog steeds; om welke reden de gemene man op gezette tijden grote politici in levende lijve kan bezien en betasten.
Dat mist u vandaag, daar in het goede vaderland. Maar toen had Nederland het ook: dat Pieter Jelle Troelstra in een Fries dorp gehoord kon worden; samen met zijn antirevolutionaire tegenhanger nog wel in het gebouw van de Gereformeerde Kerk.
Ik heb die sprekersavond natuurlijk niet bijgewoond, had nog geen politieke -of andere stem. Maar van het verslag herinner ik me een ding goed. Dat onze buurman, de liberale burgemeester, verbaasd was geweest omdat al die gewone lieden "Zij zullen het niet hebben" wisten te zingen, terwijl hij van het bestaan zelfs niet op de hoogte was. Wat was dat toch voor een psalm? vroeg zijn edelachtbare aan mijn moeder. Dit is de psalm der antirevolutionairen, antwoordde mijn moeder trots.
Jawel, zo ongeveer ging het. Bij een dreunend orgel zongen alle ingewijden een "psalm" van Da Costa, waar onze burgemeester nuchter van bleef. Moest-ie maar A.R. worden!
Voor we verder gaan - een heel ander verhaal. In Blackpool, dat stadje in West Engeland dat tijdens de stakingen nog al eens in het nieuws kwam, werd een voorjaarsconferentie gehouden van de Britse Innerwheel.
De naam "Innerwheel" wordt gegeven aan vrouwen verenigingen, die zich parallel met haar mannen organiseren in een idealisten-organisatie.
De mannen dragen een wieltje op hun revers, als bewijs dat ze meedraaien in het gebeuren; de vrouwen achten zich "binnenwieltjes", onzichtbaar maar ook meedraaiend, een rol spelend. Van die conferentie bestaat een breed verslag; maar ik bepaal me tot de openings-samenkomst, een gemeenschappelijke kerkgang. Te weten een gemeenschappelijke kerkgang van dames uit het Gemenebest, uit alle rangen en standen, van alle kwaliteiten, maten, modellen en levensinstellingen.
En zie hoe in dit land zulk een bont gezelschap een conferentie begint.
"Met de Innerwheel-conferentie kwam de lente naar Blackpool. De conferentie werd dit jaar begonnen met een gemeenschappelijke kerkgang in de Keizerlijke Balzaal. De binnenkomst van de lente was duidelijk zichtbaar in de vrolijke versieringen met narcissen en andere voorjaarsbloemen.
Het gezoem van vriendschappelijke gesprekken dempte, toen de klank van een orgelprelude, gespeeld door Phillip Kelsale, hoorbaar werd. Het koor, samengesteld uit leden van districten 7 en 22, was op zijn plaats, toen de presidente - begeleid door haar echtgenoot en de burgemeester van Blackpool met zijn ega - plaats nam.
Na het zingen van het volkslied "God zegene de koningin" en tijdens de hymne "Lof in den hoge" namen de voorgangers - binnengeleid door de kerkwachters van Blackpool's hoofdkerk - hun plaatsen in. Het openingsgebed werd geleid door Norman Bromley, voorzitter van de centrale gereformeerde kerkeraad. Dan volgde het lied "Wees Gij mijn uizticht, Heer"; al de gemeenschappelijke liederen hadden dit niveau en deze teerheid. De Schriftlezing uit Romeinen 12 moet stellig alle aanwezigen hebben aangesproken.
Joy WhoweIl, de presidente, las zo helder en ernstig. Deze voorlezing zouden we in elk van onze clubs moeten navolgen.
Het koor zong de psalm "De Heer is mijn herder", op de muziek van Fr. Schubert, goed geleid door Enid Smith, lid van de club te Shepshed. Pater J. R. Brooks leidde het algemene gebed en de openbare belijdenis. Het gebed van Franciscus van Assisi: "Heer, maak mij een instrument-van Uw vrede", sloot bizonder goed aan bij de Schriftlezing, Het lied "Lof en dank bieden wij U, Vader" ging vooraf aan de toespraak van ds T. Hughie Jones van Shepshed, Op een prettige wijze reikte hij ons hartversterking. Hij zei ons onze geesten te verheffen, want veel te veel ohristenen zijn neerslachtig.
Hij zei ook onze ogen op te heffen, want er zijn altijd profeten van dood en verdoemenis geweest - maar in onze Heer is niets dan leven en overwinning. Dan: om onze harten te verheffen - want God regeert en heeft alles in de hand. Wees blijde, zei hij, dat zal je stem verheffen. En verhef je stem maar tegen modern kwaad.
Verhef jezelf, sta op als de dingen fout dreigen te gaan. Laat de stem der wijsheid altijd gehoord worden!
Toen ds Jones, lid van de Shepherd Rotary Club, zijn preek beëindigde, bleek duidelijk dat zijn woorden doel hadden getroffen.
Tijdens het lied "Lof zij de Heer, de almachtige" werd een collecte gehouden voor een kinderfonds. De dankzegging en de zegen werden uitgesproken door ds Robert Freeman van de plaatselijke kerk, van welke kerk de samenkomst uitging en die ook de kerkelijke voorwerpen en meubels in leen had afgestaan.
Na de zang "Uw hand 0 God heeft uw kudde geleid" gingen we naar buiten in de zonneschijn, met voedsel voor onze gedachten en een versterking van ons geloof."
Tenslotte nog een verhaal. In september hebt u op de televisie van BBC 1 wellicht de laatste avond van de Londense Promenadeconcerten gevolgd?
Een oude inzetting, die Last Night of the Proms! Daar komen vele duizenden jonge mensen, die uren in de rij staan, soms een nacht te voren al op straat slapen, om dit concert mee te maken. Dat duurt nu al haast een halve eeuwen de belangstelling neemt eerder toe dan af.
En wat is het geheim van deze attractie? Een zwaarbeladen muzikaal programma van klassieke of barokke of snobistische of moderne kunst?
Nee - een lichtverteerbaar romantisch program: wat snufjes van Edward Elgar, iets van Benjamin Britten en verder ... zuiver-Britse samenzang.
Jawel, in de grootste van Lenden's concertzalen zingen vele duizenden jonge Britten: met mond en hart, met handen en voeten, met vlaggen- en vaandels, met paraplu's en spandoeken. Een willekeurige verzameling van uiterst hippe tot uiterst conservatieve jonge mensen zingt zonder enige schaamte van zijn koningin, van zijn vaderland, van God de Heere en zijn toekomst, van Jerusalem en van Gods koninkrijk.
"God zegene de koningin, onze nobele en genadige koningin", zingen ze.
En ze herhalen het, want ze zingen het graag. Dan zingen ze de hymne "Brittannia, rule the waves", de Britse "psalm" over de zeven zeeën. En steevast zingen ze het prachtige lied "Jerusalem". Wel, kent u dat niet?
Het staat in het kerkelijk hymnbook en het is overgenomen uit Blake's Prophetic Books: "En hebben deze voeten in oude tijden Engeland's groene heuvels betreden? En werd het heilige Lam Gods in Engeland's malse weiden gezien? En heeft het Goddelijk aangezicht onze bewolkte heuvels beschenen? En werd Jerusalem gebouwd, hier, tussen die duistere, duivelse fabrieken?
Breng mij mijn boog van brandend goud! Breng mij mijn gewenste pijlen! Breng mij mijn speer - 0 wolken, wijkt vaneen. Breng mij mijn vurige wagen. Ik zal de geestelijke strijd niet beëindigen en mijn zwaard geen rust geven, eer wij Jerusalem hebben gebouwd in Engeland's groen en heerlijk land!"
De jonge mensen zingen het lied hartstochtelijk en toegewijd. En goed!
Ze herhalen het en gaan er bij staan. Ze zingen het nóg eenmaal en zwaaien met armen en vlaggen, met een Bijbel ... Ze juichen, wanneer het uit is. En tot slot zingen ze het typisch-Schotse verbroederingslied (tegenhanger van het vorige, Engelse lied?): "Auld lang syne" van Robert Burns.
Zo, dat waren dan drie verhalen. Drie punten, als u wilt. En is er wel een toepassing?
De vraag zal misschien bij u zijn opgekomen: waren wij wel op de goede weg, met de religie voor de ingewijden te bewaren? Was het wel juist, Da Costa's psalm voor de eigen club te reserveren - in plaats van die op straat te zingen? Hebben wij het juist gedaan, met al onze organisaties voor eigen volk te reserveren en anderen buiten te sluiten? Met in een soort kerkelijke geheimtaal te spreken? Zou de Heere het goed vinden van ons, dat we de lof van zijn grote naam voor de binnenkamer, voor de kerk, de christelijke schoolvereniging, de gereformeerde organisatie bewaarden? Konden wij zo wel een lichtend licht zijn in deze duistere wereld? Konden wij zo wel een gist zijn, een geest van vernieuwing en bekering? Konden wij zo wel een stad op een berg zijn, een begin van een nieuw Jerusalem?
Groot-Brittannië heeft veel fouten, daar kunt u zeker van zijn. Zoek ze maar niet op, ze schreeuwen het uit. Maar op de openbare scholen wordt nog catechisatie gegeven en Bijbels onderwijs. Op staatsscholen, jawel.
Zoals minister J. J. L. v. d. Brugghen dat destijds in Nederland zo graag had gezien. En geen kwaad woord over onze voorouders, die op eigen kosten en met grote offers scholen met de Bijbel oprichtten. Maar aan de buitenkerkelijke gezinnen is zo de Bijbel ontnomen. U moet niet zeggen; dan hadden ze maar gereformeerd moeten worden, konden ze op onze scholen terecht. Ik herinner me een liberaal gezin, vers uit het Indische concentratiekamp, dat zich bij een gereformeerde school aanmeldde, die goed bekend stond. Het antwoord luidde: uw kinderen horen bij ons niet thuis, dit is een kerkelijk-gebaseerde school. En het schoolhoofd stond op goede statutaire grondslag, toen hij het zei.
Hier in dit land, dat wankelt tussen evolutionisme en vakbonden, wordt Gods naam nog vrij uitgesproken. Op conferenties en concerten, op feestavondjes en in de politiek. En - al is het maar voor een begrafenis een heel dorp loopt naar de kerk. En zingt psalm 23 uit het hoofd.