Ds W. G. Visser
1979-10-05
Afgelopen vrijdag nam Ds w. G. Visser officieel afscheid van de gemeente van Utrecht, die hij bijna 25 jaar gediend heeft. Ook voor velen buiten Utrecht is hij geen onbekende.- Jaargang 23
- nummer 37
Naast preken in andere gemeenten heeft hij wel eens een Landelijke Vergadering van onze kerken voorgezeten en is al sinds jaren voorzitter van de Raad van Toezicht en Advies van de theologische studentenbegeleiding.
We vroegen hem naar zijn mening over een paar zaken, een visie die in deze kolom zal worden weergegeven.
Vraag: dominee, in uw 'leven hebt u allerlei veranderingen meegemaakt, op velerlei terrein. Vindt u dat er in uw tijd in de prediking en de theologie veel veranderd is?
Antwoord: Ik geloof dat veel prediking praktischer is geworden. Vroeger was de prediking geregeld dogmatisch bepaald. De theologie is mijns inziens over de hele linie meer exegetisch gericht dan vroeger het geval was. Vooral sinds we het woordenboek van Kittel hebben is men zich sterker op de exegese gaan richten. Een boek als prof. Berkhof's Christelijk Geloof is daar een voorbeeld van. Op dat boek is nogal wat kritiek gekomen, maar de manier waarop hij de zaak aanpakt lijkt me juist. Het is een poging om alles exegetisch te verantwoorden.
Verder zijn - ook op ons Gereformeerde erf - veel hermeneutische vragen gekomen. Ik denk ook aan artikelen in "Opbouw" over Bijbelbeschouwing.
De Bijbel is voor velen niet zo'n vanzelfsprekend boek meer. Er zijn vragen over de historische benadering van de Schrift, over persoonsgebonden invloeden; onze opvatting over de Inspiratie van de Bijbel wordt opnieuw getoetst. Het boek van prof. Oosterhoff, over Genesis, is daarvan een uiting. In onze kring komen die vragen van hermeneutische aard voor, evenals in een deel van de Chr. Gereformeerde Kerken.
Moge1ijkerwijs verwijdert deze vraagstelling ons echter wel meer van de binnenverbandse broeders en b.v. de Gereformeerde Bond, waar deze zaken, geloof ik, minder aan de orde zijn.
Tenslotte meen ik meer diskussie over de Persoon en het Werk van de Heilige Geest waar te nemen.
Ik denk aan vroeger. Kuyper schreef een dik boek over de Heilige Geest "Daarin werd toch wel onevenredig veel aandacht gegeven aan de wijze waarop de wedergeboorte wordt gewerkt." Nu zien we een bezinning op de Persoon van de Heilige Geest op een erg breed terrein.
Vraag: Vindt u, als pastor van een gemeente met veel studenten, dat dezen een aparte groep zijn en speciale zorg vereisen?
Antwoord: Ik geloof het niet. De studenten maken deel uit van de gemeente. Ik heb ze altijd met de "gewone" katechisatie laten meedoen; ook heb ik nooit een speciale studentenbijbelkring gehad. Ze hoorden gewoon bij de rest Wel hebben we eens 'Overwogen of we, in samenwerking met een andere gemeente, geen "studentenpredikant" zouden beroepen. Die zou dan het werk onder "onze studenten"
verrichten, d.w.z. jongeren uit onze kring die de weekenden altijd thuis zijn, buiten hun studentenplaats.
In dat plan, dat overigens niet doorgegaan is, zou hij mogelijk ook buitenkerkelijken bezoeken.
Studenten hebben hier eigensoortige problemen natuurlijk, maar zijn daarom niet speciaal.
Vraag: Hoe ziet u de toekomst van onze Ned. Gereformeerde Kerken?
Welke problemen hebben we en welke mogelijkheden?
Antwoord: Aan de positieve kant zie ik onze mogelijkheden om als Kerken te zeggen: "de vrijzinnigheid wijzen we af, we zien de Schrift als het Woord van God, maar we willen elkaar toch ook graag in onze opstelling een zekere marge geven." Dat is, dunkt me, een goede zaak voor de Kerken.
Het gevaar daarvan is echter dat we uit elkaar kunnen gaan groeien.
Juist waar we ieder een stuk vrijheid willen gunnen, is de mogelijkheid van nieuwe spanningen aanwezig.
Ik zelf meen dat we bij de huidige diskussie b.v. over een nieuwe K.O. primair op een basis van wederzijds vertrouwen zullen moeten werken. We mogen het niet als een juridisch stuk gaan hanteren.