ENKEL KONIJNEN?
1979-10-12
In het Engelse taalgebied bestaat een speciale schrijftechniek, die u over heel de wereld kunt aantreffen. Bedoeld is hier niet de techniek om met zo weinig mogelijk woorden zo veel mogelijk te zeggen. Bedoeld is die techniek, die een fantasiewereld kan baseren op heuse geografische en natuurlijke gegevens. Neem de ficties van Roald Dahl, die meesterverteller.- Jaargang 23
- nummer 38
De entourage van zijn fantasieën is zo, dat u de situatie ter plaatse zou willen verifiëren. Zelfs in zijn kinderboeken komen kaartjes voor, waarop u zijn verhaal met de vinger kunt bijwijzen.
Het boek "Waterschapsheuvels" is allerminst een kinderboek - hoewel ook uw kinderen er zich aan zullen verzadigen. Maar het heeft als bijlage een plattegrond met een stukje Zuid-Engeland, naar de officiële kaart van de Ordnance Survey (zeg maar kadaster) getekend, inclusief k.m.-aanduidingen en hoogtelijnen. Dit boek gaat over konijnen, over hun organisatie in kolonies, hun behoeften en hun vreugden. Het beschrijft een "volksverhuizing" van een groep konijnen, wier bestaan op het spel stond en die - met grote avonturen en onder adembenemende omstandigheden - zich zeven kilometer zuidelijk verplaatsten. En omdat de kolonie geen wijfjes bezat en tot spoedig uitsterven gedoemd scheen, werden door een weloverwogen expeditie uit een zeven kilometer verder gelegen kolonie een aantal overtollige wijfjes gestolen. Vraag niet hoeveel intuïtie, doorzettingsvermogen, besluitvaardigheid en "inzicht" vereist zijn. Toch is de operatie-Waterschapsheuvel een in de natuur geconstateerde en te constateren verplaatsing van onmogelijke naar aanvaardbare omstandigheden, waarbij een "survival of the fittest", een overleven van de geschiktsten, steevast het hoofdthema vormt.
Veel schrijvers en denkers hebben geworsteld met de problemen die zich voordoen, wanneer ze gebeurtenissen uit het schier onbereikbare dierenleven naar het menselijk denken wilden overzetten. De vragen vermenigvuldigden zich immers. Kunnen dieren logisch denken? Kunnen ze gevaarvolle omstandigheden aanvoelen? Kunnen ze het gevaar van morgen vandaag voorvoelen? Kunnen ze - naast apatische paniek - ook op slagvaardige wijze uitkomsten vinden? En als ze geen logisch denkvermogen hebben, bezitten ze dan wel intuïtie?
Vroegere schrijvers, bizonder de fabelschrijvers. beschouwden de dieren als bijna waardeloze wezens, gespeend van alle menselijke eigenschappen; ze gebruikten de dieren slechts om menselijke rollen in hun verhaal te spelen. Natuurkenners als Rudyard Kipling en Hermann Löns konden zich in de dieren-situatie verplaatsen, namen hun objecten serieus; maar hielden hun verhalen menselijk, lieten de dieren zelfs in dialect spreken.
De moderne schrijvers over de dierenwereld als Karl Lorentz 1), Maurice Burton 2) en andere weten zoveel van hun dieren af, dat ze de leegten niet met menselijke gedachten spinsels behoeven op te vullen. Het verslag van hun waarnemingen doet de dieren meer reoht dan de door Kipling verleende adelstand. Deze schrijvers laten u zelf de vragen beantwoorden, die hierboven gesteld zijn.
Want ga eens na. Of dieren logisch denken of niet, hun overlevingskansen zijn groter dan van de gedenatureerde mens. Of ze gevaar aanvoelen daarover kunnen jagers u te woord staan. Dat ze helderziend zijn voor toekomstige situaties is door veel schrijvers aangetoond; u herinnert zich wel dat dieren vóóraf op onweer, aardschokken, zonsverduistering en prairiebranden reageren. En wie op vossen gejaagd heeft weet, dat de vos nooit in paniek komt (of hij moest op de klem vastzitten en doodgeknuppeld worden) maar altijd de situatie beheerst en voor alles traoht, de jager bij de neus te nemen. Telkens als hij ontkomen is kijkt de jager beteuterd en dat ziet de vos graag nog even. Over intuïtie zwijgen we: zelfs de ooievaar k~nt zijn gezette tijden 3).
Als er een boek is dat de dieren, Gods eigen schepselen, eer aandoet, dan de Bijbel. De rechtvaardige kent (heeft alle weet van) het leven van zijn dieren 4). Ga tot de mieren, zei Salomo, zie haar handelingen en word wijs 5). De hondjes mogen eten wat van de maaltijd van hun baas overschiet 6). Een rund kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn meester - maar Mijn volk heeft geen inzicht 7). De mieren zijn een volk zonder kracht - toch slaan ze hun voedsel op in de zomer 8). De sprinkhanen hebben geen koning - toch trekken ze gezamenlijk in goede orde op 9). ' Mieren, klipdassen, sprinkhanen en hagedissen, zegt Salomo, "ze zijn de kleinste op aarde - doch bovenmatig wijs" 9).
Ja, zo staat de Bijbel vol over dieren - veel meer dan hier is aangehaald.
En daarin doet de Bijbel de dieren allè eer aan, die hun toekomt. Die taal is dan ook heel anders dan van de moderne natuuraanbidder, die de dieren letterlijk over het paard tilt - waardoor ze zich een ongeluk vanen.
Een aantal jaren geleden loste ik ergens in Nederland een schot - mogelijk op een konijn. Maar binnen drie seconden gilde een stem van een onzichtbare natuuraanbidder: móórdenaar! Deze ervaring - zo kunt u geregeld in de jagerswereld lezen - wordt vandaag in het groot opgedaan: alle jagers worden tot moordenaars, uitroeiers van de natuur, gestempeld.
Dat het dichtbevolkte Nederland ongelooflijk rijk aan dieren is 10) en dat dit voorrecht met een goed geordende jacht samenhangt, dringt tot de verblinde "natuurbeschermers" niet door. Nog minder dringt tot de stadsmens door: dat zijn agressieve instelling, die konijnen boven mensen stelt, met dezelfde overbevolking te maken heeft, die konijnen tot emigratie kunnen brengen.
Terug dus naar de konijnen van Waterschapsheuvel. Met grote vaardigheid beschrijft Richard Adams de geschiedenis van zijn kolonie. De moed, de slagvaardigheid, de levenslust, de angsten van zijn sujetten zijn naar het leven getekend. Zonder aan het konijn menselijke eigenschappen toe te schrijven, maakt hij hun onderling en gezamenlijk optreden voor mensen toch wel zeer aanvaardbaar. Zelfs hun taal (waarom geen taal? in kolonies word toverleg gepleegd) wordt soms geciteerd en Adams maakt in zijn poging tot nauwkeurig vertalen de zaak indrukwekkend!
Indien er slechts een wreed mechanisme onder de dieren zou bestaan, waardoor elke sterke iedere zwakke kon overleven, zou het probleem van intelligentie bij dieren tot zijn minimum zijn teruggebracht. Maar er bestaat barmhartigheid bij dieren, die niets met wreedheid heeft te maken 11). In het groepsoverleg bij Adams' kolonie speelt een onderontwikkeld konijntje, maar met sterke intuïtie, een voorname rol; daar kunnen wij mensen wat van opsteken 12). Voor "mensendingen", al die voorwerpen en omstandigheden die door mensen in het landschap zijn aangebracht, zit een element van aanpassing, dat u gemakkelijk met "begrip"
zou willen vertalen. In de maatschappelijke orde liggen veriëteiten. De beschreven kolonie heeft een aristocratisch-democratisch karakter: alles gaat in overleg, er is bepaald geen dictatuur, maar wat de besten, de vaardigsten, de verstandigsten voorstellen wordt dankbaar aanvaard. In een andere kolonie, waar een generaal met kapiteins en politie regeren, versuft het individu tot een hulpeloze slaaf vol kadaverdiscipline. Ook dit is wijsheid voor mensen.
Bij nog een punt zou ik willen stilstaan en dan kom ik tot het hoogtepunt.
Adams toont een ongelooflijke kennis van kruiden, planten en andere gewassen - alle van belang voor konijnen. Die konijnen moeten immers in planten hun voedsel vinden, tevens hun dranken, ook hun medicijnen, mede hun lekkernijen. Ze moeten "instinctief" (wat is dat eigenlijk") weten welke planten schadelijk of zelfs dodelijk zijn. Kortom ze hebben een van generaties overgeleverde ervaringskennis van goed-en-kwaad.
Als u twintig procent van het boek hebt gelezen, bent u 62 gewassen en 36 dieren tegengekomen. Daaronder niet alleen gras, paardebloem en klaver, maar ook waterkers, bingelkruid, sorbenkruid, zonnedauw, tjiftjaf, koolmees, torenvalk en doodgraverskever. Of ze alle in het Nederlands bestaan kon ik niet nagaan; wel merkte ik dat oeverzwaluw ten onrechte met huiszwaluw is vertaald.
Het hoogtepunt van dit boek ligt naar mijn mening in een van zijn vele verhalen, sagen. Deze vertelling wil dat een kolonie zo zeer door wrede aanvallers werd bedreigd, dat zijn opperkonijn "een voorzichtig verdrag met de hel" trachtte te sluiten 13): hij verzocht de redding van zijn volk ten koste van zijn eigen leven; een positie, die door de hogergestelde mens al duizenden jaren geleden verlaten is. En zie wat er gebeurde.
Het offer van de koning werd niet aanvaard. De koning werd gemarteld, geschonden en vernederd - maar niet gedood, Toen hij lange tijd later als wrak in zijn vroegere kolonie terugkeerde, had deze de rampen overleefd, maar kende de koning niet meer. Integendeel, men stond vijandig tegenover die oude vechtjassen van een vorige generatie: "als die maar niet vochten was er ook geen oorlog!" - Maar de koning verzuchtte: "een konijn, dat niet weet wanneer een geschenk hem gered heeft, is armer dan een slak".
1) dr Karl Lorenz "Ik sprak met viervoeters, vogels en vissen" - 2) Maurice Burton "Als stomme dieren praten" - 3) Jer. 8 : 7 - 4) Spr. 12: 10 - 5) Spr. 6: 66) Mtt. 15: 26, 27 - 7) Jes. 1 : 3 - 8) Spr. 30 : 26 - 9) Spr. 30: 24 - 10) F. F. Hazelhoff "Dierenrijk Nederland" - 11) mijn artt. "Genade - bij de beesten af", Opb. 22-8-69 en "Helderziendheid bij dieren", Opb. 14-7-72 - 12) Pred. 9: 1513) Jes. 28 : 15.