EX-LIBRIS

1979-10-12
  • Jaargang 23
  • nummer 38
Ex-Libris betekent letterlijk: uit de boeken.
De term wordt nu gebruikt voor een eigendomsmerk dat men in zijn boeken kan plakken.
Zo'n ex-libris is "aak een klein kunstwerkje dat speciaal in opdracht van een boekenliefhebber is gemaakt.
Mocht u over dat (interessante) onderwerp meer willen weten, dan verwijs ik u naar de boeken van Joh. Schwencke, o.a. naar zijn: Exlibriskunde (1947) dat u waarschijnlijk in een Openbare Bibliotheek wel zult kunnen vinden.
Ik heb al aangekondigd dat het in de bedoeling ligt een tijdlang in "Opbouw" een rubriekje te vullen met letterkundige onderwerpen.
En zoiets moet toch een naam hebben; daarvoor wil ik de term Ex-Libris gebruiken.
Daarmee wordt aardig aangegeven wat de aard van. die rubriek zal zijn: een greep uit mijn boeken, ex-libris.
Het woord wordt dan wel in een andere betekenis gebruikt dan gewoonlijk, maar dat vind ik juist wel passend. Ook in literatuur, speciaal in poëzie, worden woorden vaak in een heel speciale, soms afwijkende, betekenis gebruikt.
Er zijn dichters, vooral bij de z.g. "experimentelen"
die daarin erg ver zijn gegaan; dat is waarschijnlijk ook één van de oorzaken dat hun poëzie voor veel lezers zo moeilijk is.
Tooh vinden we dit soort woorden-spel ook wel bij dichters uit het verleden, bij Vondel b.v. En daarom durf ik het ook aan voor deze "literaire grabbelton" een woord te gebruiken in zijn letterlijke, en daarmee afwijkende betekenis!
Ex-libris: uit de boeken.

Poëzie is kinderspel
Een bloemlezing uit de gedichten van Lucebert heeft als titel: Poëzie is kinderspel.
Dat is op heel wat manieren uit te leggen: gedichten zijn onbelangrijk, een spel voor kinderen, dichters die eigenlijk als onnozele kinderen in de samenleving staan. Dat "spel-element" is eigenlijk altijd met poëzie verbonden geweest, maar u weet vermoedelijk ook wel dat een spel doodernstig kan zijn.
Fraaie voorbeelden van zulk woordenspel zijn te vinden bij de zeventiende-eeuwse dichter Constantijn Huygens. Hieronder vindt u enkele van zijn "Sneldichten".

Drukker

Mijn drukker leeft in droeve druk,
want drukken geeft hem weinig druk.
't Was geen bedroefde drukker,
Viel 't drukken maar wat drukker.

Van Huibert Boekman

Wat moogt gij naar geleerdheid zoeken
in Huiberts hoofd? Daar is er geen:
Hij heeft veel uitgelezen boeken,
half uitgelezene niet één.

Een Spaans gezegd

Toen wij u gaarne namen,
Noemden we u madame;
Nu ge ons hebt geriefd,
Gewoon naar 't ons belieft.

De verleiding is groot er nog een hele tijd mee door te gaan. Ongetwijfeld heeft de aandachtig lezer gezien dat onder het woordenspel een diepe ernst kan liggen. En ook als de toon wat luchtiger is, kan toch de bedoeling serieus zijn. Het oudste literaire produkt uit de lage landen bij de zee bevat ook al dat speelse element: Hebban olla vogala nestas hagunnan, hinase hic anda thu. Letterlijk vertaald: hebben alle vogels nesten begonnen, behalve ik en jij. Vermoedelijk is het de beginregel van een liefdeslied geweest: Alle vogeltjes zijn begonnen hun nestjes te bouwen, wanneer gaan jij en ik daaraan beginnen?
Bent u het met mij eens dat niet alleen moderne literatuur interessant kan zijn? Laat ik nog maar wat uit de oude doos te voorschijn halen.
Het is niet allemaal zo zwaarwichtig als sommigen denken.
Het volgende is van Staring:

De langdradige preek

Ik ging bij A. ter preek; Z. onder 's mans gehoor
Mee luisterend, begint mij aan te stoten,
En mompelt: "Goede kost, maar met lang nat begoten!
Men dient ze 't best op een vergiettest voor."

De Genestet schreef iets waarom u kunt glimlachen of de wenkbrauwen fronsen:
Uitzetten (aan onze ketterjagers)

"Zet ze uit de kerk!" zo roept gij luid.
Zet liever gij uw kerk wat uit!

En wat denkt u van het volgende:

Verdraagzaamheid

Vat meer verdraagzaamheid! Voorwaar,
De strijd wordt onbehaaglijk!
Ook wij zijn wel verdraagzaam - maar
De rest is onverdraaglijk!

Ook dominee Revius kon aardig uit de hoek komen:

Aan een dichter

Gij vraagt mij of het boek dat gij hebt uitgegeven
Niet waardig zij, Quintijn, om eeuwiglijk te leven?
't Moet eeuwig zijn, Quintijn, want ik en zie daarin
Terwijl dat ik het lees, noch einde, noch begin.

Na dit, nogal "speelse" begin, hoop ik de volgende keer in te gaan op een vraag van een lezer: Haalt u niet véél meer uit verhalen en gedichten dan de schrijvers erin gestopt hebben?
Wie iets van het "spel-element" in de literatuur heeft gezien, begrijpt nu misschien ook al wel, in welke richting mijn antwoord zal gaan. Ik eindig met de spreuk die ik heb overgenomen van de middeleeuwse dichteres Hadewijch:
Vaart wel, endelevet schone!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief