Het kerkplein, vol met a.o.w.-ers en kinderen

1979-10-19
  • Jaargang 23
  • nummer 39
We beweren nogal eens, dat er 'n grote kloof bestaat tussen oudere en jongere generatie. Jongeren vinden de oudere mensen konservatief en de ouderen vinden "die jeugd van tegenwoordig" maar een slap en ongezeggelijk stelletje.
Ook in de kerk zou dat zo zijn.
Maar voordat we daarover iets zeggen, moeten we toch éérst eens even luisteren naar die profeet Zacharia, die hier de komende heilstijd voor Gods volk o.a. tekent als het Kerkplein, vol met o.a.w.-ers en kinderen. De oudjes wandelen er met hun stok; de kinderen spelen er, schuilhoekje en knikkeren en stoeien. (Ik zeg dat nu maar in de vormen van onze tijd.) Eén van de eerste beloften voor Sion na de ballingschap is dan, dat de HEER brandt van liefde voor de stad; dandat Hij daar gaat wonen (vers 2) en dat Hij de stad als heilige berg gaat afzonderen en apart zetten (vers 3). En dán komt als onverwachte klap op de vuurpijl een geweldige zin: "Zo zegt de Heer der Heerscharen: Er zullen weer oude mannen en vrouwen op de pleinen van J eruzalem zitten, ieder met een stok in de hand vanwege hun hoge leeftijd. Ook zullen de pleinen van de stad vol zijn van jongens en meisjes, die daar spelen."
Stel u dat eens levendig voor ogen. Het kerkplein van het oude verbond (het Oude-kerksplein, om zo te zeggen) weer vol van oude en jonge mensen, vol a.o.w.-ers en kinderen.
Natuurlijk heeft dat te maken met de terugkeer van het joodse volk uit de ballingschap. Als er weer natuurlijke omstandigheden gaan heersen. Als er géén honger en minder ziekte is, zullen de mensen ouder worden en het aantal geboorten zal toenemen.
Als er sociaal en maatschappelijk betere toestanden gaan heersen, zullen levensduur en gezinsomstandigheden daarvan profiteren. Zoals na de jongste wereldoorlog ook in onze tijden het leeftijdsgemiddelde en het geboortecijfer omhooggingen.
Maar hier is het maar niet de konklusie van economen en genealogen, maar een belofte van de levende God.
De HEER der Heerscharen zegt het. Hij doet het. Hef is niet alleen een ekonomische wet maar bovenal' een verbondsbelofte.

Als de HEER weer bij zijn volk gaat wonen, herstellen zich de ekonomische wetten; er komt een stukje vrede van het verbond wonen; maar dan ergeren de a.o.w.-ers zich niet aan de spelende kinderen op straat en de kinderen vinden opa en oma niet langer een blok aan het been, voor wie te zorgen alleen maar lastig is. Op het kerkplein wandelen de grootvaders en de grootmoeders en spelen de kinderen, ongedwongen en vrij.
De vijand van buiten is verdwenen, nu groeien er ook intern nieuwe verhoudingen. Dat is geen ekonomische planning, dat is belofte van God.
Als de HEER weer van Sion houdt, is opa niet sjagrijnig meer en oma kan weer heel wat verdragen van de kinderen en de jongens en de meisjes plagen de oudjes niet en spelen, dat de stukken eraf vliegen.
Zo zou het weer worden, als de HEER op Sions kerkplein kwam wonen.
En Zacharia woonde nog maar op het Oude-kerksplein.
Zijn profetieën werden bepaald door de richtlijnen van het óude verbond.
Gods beloften zijn nog begrensd door aardse mogelijkheden en aardse verwachtingen. Hoge leeftijd en kinderjaren borgen nog in zich de toekomst van het messiaanse heil. Wie oud werd, kreeg de kans, dat hij of zij die Messias zouden zien; een nieuwe, jonge generatie sloot de verwachting in zich, die Messias te mogen voortbrengen.
En het zou op Sions kerkplein een machtige tijd worden als oudere en jongere generatie verbonden zouden zijn door die belofte en door die verwachting.
Natuurlijk was opa wel eens een beetje antiek. En oma kon niet altijd zo meekomen. De jongens waren van die robuste knapen, die wel eens uit de toon vielen. En met die giechels van meiden kon je soms helemaal niets beginnen.
Maar één ding verbond hen: de komende Messias, Gods rijk.
Want de levende HEER woonde op het kerkplein van Sion.
Kunt U zich zo'n kerkplein in onze tijd voorstellen?
We wonen met onze kinderen op het kerkplein van het nieuwe verbond en dat betekent, dat we genoemd worden met de naam van de Heer Jezus Christus.
Maar vaak heeft ons kerkplein meer van een schreeuwerige wereldmarkt met ruziënden kooplui dan van een kerkplein, waar de regel van Christus de dienst uitmaakt.
En dat betekent óók dat oudere en jongere generatie elkaar nauwelijks verdragen. De oudere opa's en-oma's wandelen er soms wel met hun stok, niet vanwege hun leeftijd, maar om er de jongeren mee achterna te zitten. Spelende jongens en meisjes kennen we nauwelijks meer, ze zijn vroeg rijp en weten alles veel beter.
Er dreigt inderdaad een gapende kloof tussen de generaties.
De jongeren verwijten de oudere generatie konservatisme, verstarrende leerstelligheid, leeg traditionalisme, inhoudloos christendom, dood geloof, hemelvlucht en ongevoeligheid voor de nood van de wereld en de mens in die wereld.
De ouderen beschuldigen de jongere generatie van het loslaten van de beproefde normen; verwereldlijking en profanisering van godsdienst en geestelijke waarden; ongeloof en horizontalisme; vervlakking en onderwaardering van gegevenheden, die tot nu toe algemeen geldig waren.
Ouderen vragen verwijtend: "Wat brengen jullie, jongeren, ervan terecht?"
Jongeren kaatsen de bal terug en zeggen: "wat heeft de oudere, z.g. christelijke wereld ons anders gebracht dan twee vernietigende wereldoorlogen met de ontreddering, die' daarbij hoort?"
En de kerk? Wat is er van de kerk terecht gekomen? Wat hebben jullie ons anders nagelaten dan eindeloze scheuringen en telkens weer nieuwe splitsingen en gekrakeel over ditjes en datjes?
Wanneer zal toch eindelijk de tijd aanbreken, dat op het kerkplein van het nieuwe verbond de oudere opa's en oma's weer lopen tussen en met de spelende kinderen?
Wel, deze belofte kan alleen weer in vervulling gaan, als de levende HEER Zelf op het kerkplein wonen gaat.
Dan zal er wel wat, opgeruimd moeten worden!
Ik denk, dat dan heel wat heilige huisjes en eigenwijsheden moeten stuk breken op het levende Woord van God.
Misschien moeten we dan eerst wel heen door de vuurproef van diktatuur en geweld.
Gereformeerde mensen bekeren zich niet zo snel. Fons Jansen heeft al gezegd: "Het is een christelijk werk, om heidenen te bekeren; maar het is een heidens werk om christenen te bekeren."
Maar het zal toch wel moeten.
Als de levende HEER niet op.
ons kerkplein woont, zullen ook de opa's en de oma's en de kinderen elkaar niet vinden.
Gingen we maar eens vurig bidden om Zijn wederkeer!
Want, weet je, opa's en oma's, jullie kleinkinderen zullen misschien de generatie zijn, die de wederkomst van Christus meemaken.
En weet je, jongelui, die starre en konservatieve mensen van de vorige generatie, bidden wellicht elke avond om je komst van de Heer Jezus!
Is dat even wat?
Want alleen in die levende, vurige verwachting van de komst van de Heer, kun je samen op het kerkplein leven en uitzien.
Naar HEM! Bezadigde a.o.w.-ers. Spelende kinderen.
Opa's! Zullen we gaan bidden om zijn komst? Kinderen!
Zullen we vragen, of de HEER weer op ons kerkplein komt wonen?
Doen hoor!! Dan wordt de kerk van het nieuwe verbond bejaardentehuis en speelplaats tegelijk. En kunnen we de vrede van het koninkrijk hier al laten zien.
Al is het nog maar een klein beetje.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief