Sinterklaas versus Obama

2008-12-05
  • Jaargang 52
  • nummer 24
Traditie en verandering staan tegenover elkaar. Het zijn tegenpolen die het leven een gezonde spanning geven. Aan tradities is geen gebrek in ons land. Onlangs heeft het Nederlands Centrum voor Volkscultuur op basis van een enquête een top honderd samengesteld van tradities in Nederland. Op nummer één prijkt de Sinterklaas-pakjesavond en helemaal onderaan staat het kijken naar het acht uur journaal. Daar tussenin bevat de lijst een bonte opsomming van feesten en gewoontes die de Nederlandse cultuur rijk is, variërend van Suikerfeest tot Jom Kippoer en van haring happen tot pannenkoeken eten. Met het begrip 'traditie' wordt overigens ruimhartig omgegaan. Een alledaagse bezigheid als het lezen van e-mails heeft inmiddels de status verworven van officiële Nederlandse traditie en bevindt zich op nummer zesenvijftig. Verder naar onderen in de lijst komen we een echte verrassing tegen: het file rijden. Minister Eurlings hoeft zich niet meer het hoofd te breken over de oplossing van het fileprobleem. Het is namelijk geen probleem meer, maar een geliefde traditie. De Nederlandse automobilist is gaarne bereid deze aloude gewoonte in stand te houden en sluit iedere ochtend glimlachend en goedgehumeurd achter aan in de rij. Ik vermoed dat er weinig gereformeerden aan de enquête voor deze top honderd hebben meegedaan. In de lijst ontbreekt namelijk het pepermunt eten tijdens de preek. Of is dit verschijnsel werkelijk op zijn retour?

Ik zal niet gauw van mezelf zeggen dat ik traditioneel ben. Ik heb veel liever dat u mij ziet als iemand die flink vernieuwend aan de weg timmert. Maar die top honderd is behoorlijk confronterend. Ik blijk aan talloze tradities mee te doen: pakjesavond, kerstboom, oliebollen en ga zo maar door. Zelfs aan het Abraham zien heb ik onlangs meegedaan. Om nog maar te zwijgen over mijn privé-tradities: Twee voor Twaalf kijken en met de kinderen in de kerstvakantie naar de film gaan.
Ik denk dat tradities zo'n grote rol kunnen spelen, doordat ze een goed gevoel geven. Ze voelen als een warme deken om je heen. Daarin zit meteen het risico dat een traditie niet meer kritisch van een afstand bekeken kan worden en een eigen leven gaat leiden. Terwijl de omstandigheden veranderen, klampen we ons in een reflex vast aan tradities, omdat die altijd 'gewerkt' hebben.

Niet zo lang geleden sprak ik met een broeder uit de gemeente waar ik lid van ben. Hij brak een lans voor traditionele waarden waaronder de wetslezing en het zingen van de geloofsbelijdenis als vaste onderdelen in de liturgie van de zondagse eredienst. De cruciale vraag hierbij is hoe de ontmoeting tussen God en gemeente in de eredienst vorm krijgt. Het lezen van de tien geboden en het zingen van de geloofsbelijdenis kunnen daar goed in passen. Maar wanneer in de liturgie voorrang wordt gegeven aan andere onderdelen zoals lofprijzing, dan vind ik dat prima. In de eredienst kan natuurlijk gebruik gemaakt worden van vormen die uit de traditie voortkomen, maar er moet ook ruimte zijn voor nieuwe manieren van expressie. Daarmee komt het levende karakter van de ontmoeting tussen God en gemeente mooi naar voren.
Wetslezing, geloofsbelijdenis, lofprijzing, woordverkondiging en gebed hebben in de eredienst allemaal hun eigen plaats, maar het hoeft niet iedere zondag op dezelfde manier.

Elke traditie heeft een houdbaarheidsdatum. Af en toe is er een Barack Obama nodig die de boel eens lekker opschudt en erop wijst dat het tijd voor verandering is.

Jan Smit

Drs. Jan Smit is lid van de NGK in Rotterdam-Overschie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief