'Timotheüs' laat van zich horen

1980-06-06
  • Jaargang 24
  • nummer 23
De Stichting "Kinderwerk Timotheüs" houdt twee maal per jaar zg. workshops, dit zijn instructiebaden voor werkers in het kinderevangelisatiewerk.
Men kan daar materiaal bekijken en kopen, er wordt instructie gegeven over vertellen, werken met flanelbord e.d.
Er worden nieuwe liedjes geleerd, werkjes gemaakt, kortorn wie er naartoe gaat, heeft weer nieuwe inspiratie om op zijn kinderclub de kinderen het evangelie door te geven.
Op de workshops die "Timotheüs" vorig voorjaar (1979) organiseerde, hield Meta Knecht, de initiatiefneemster van het Timotheüs-werk, de volgende toespraak.

Het Jaar van het Kind 1979
Hebt u wel eens opgemerkt hoeveel - aandacht de bijbel besteedt aan het Paasevangelie in verhouding tot het verhaal van Jezus' geboorte? De evangelisten Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes wijden samen vier hoofdstukken aan de geboorte van Christus (Marcus en Johannes schrijven er zelfs niet over), terwijl zij voor het lijden en de opstanding van de Here Jezus dertien hoofdstukken nodig hebben.
Als u dit gegeven eens vergelijkt met de tijd en de moeite die wij in het kinderclub- en zondagsschoolwerk besteden aan die twee heilsfeiten, blijkt dat Kerstfeest verreweg de meeste aandacht krijgt. Pasen moet het met heel wat minder doen, om van Hemelvaart en Pinksteren maar niet te spreken. Dit moet ons aan het denken zetten. Om die reden onder meer organiseert "Timotheüs" ook workshops in het voorjaar, zodat u gestimuleerd wordt dit belangrijke gedeelte van het Evangelie te behandelen op uw club: Ik zou nu met u willen nadenken over een paar Schriftgedeelten, en wel:

Mattheüs 26: 6-12 (de zalving) Lucas 23 : 55-24: 5 (de vrouwen met de specerijen; opstanding van Ohristus); Mattheüs 28: 5-10 (de vrouwen na de opstanding).

Eerst wil ik uw aandacht bepalen bij het laatste gedeelte (Matth. 28 : 5-10). De vrouwen bij het graf krijgen tweemaal een boodschap. Eerst van de engel, die zegt:
- wees niet bevreesd
- Hij is opgewekt
- zeg Zijn discipelen dat Hij hen voorgaat naar Galilea.

Dan van de Here zelf; ook Hij zegt: wees niet bevreesd
- zeg mijn discipelen dat zij naar Galilea gaan.

Die afspraak (naar Galilea gaan) moet wel erg belangrijk geweest zijn. Wat had de Here Jezus hen dan te zeggen in Galilea? Laten we nog een gedeelte lezen, en wel Matth. 28 : 16-20. De discipelen gingen - sommigen twijfelden. De boodschap van de opgestane Heer daar in Galilea was:
- Mij is gegeven ALLE MACHT
- gaat dan heen
- maakt al de volken tot mijn discipelen
- doopt hen
- leert hen onderhouden en zie, Ik ben met U.

Ik geloof dat u niet toevallig op deze workshop bent. Al welken lang hebben wij als Timotheüs-team voor u gebeden. Ik geloof dat u hier bent omdat de Here een afspraak met u heeft, Hij wil u iets zeggen. Hij wil u iets zeggen. Dit is het "Jaar van het Kind 1979".
U bent allen betrokken bij het werk onder de kinderen. Maar maken wij de kinderen tot Zijn discipelen, leren wij hen onderhouden "al wat Hij ons bevolen heeft"? Hebben wij Jezus' opdracht werkelijk verstaan of ... zijn wij a:ls de discipelen?
Er staan veel verschillende dingen over de discipelen in de bijbel, Ergens lezen wij: "Wij hebben alles prijsgegeven en zijn u gevolgd."
Velen van u hebben dat ongetwijfeld ook gedaan: u zou leuke cursussen kunnen volgen, b.v. in pottenbakken of talen leren of een prettige baan zoeken en voor een caravan sparen. Maar u hebt dat alles prijsgegeven om deel te hebben aan het Koninkrijk Gods. U bent druk bezig met huisbezoeken, lid van de Iiturgiecommissie, kortom een meelevend lid van uw gemeente.
Of niet? Hebt u het wellicht zó druk met die paar broeders en zusters die u niet begrijpen kunt, met het overdenken van kritiek op uw voorganger, dat al uw energie daarin gaat zitten? Nee toch, hoop ik. U hebt dat alles prijsgegeven - net als de discipelen.
Tja, die discipelen. Weet u wat zij deden toen er kinderen bij Jezus werden gebracht?
Zij die alles opgaven om Jezus te volgen? Zij verhinderden dat. Overigens met de beste bedoelingen.
In Marcus 10 : 13 staat: "Toen Jezus dat zag, nam Hij het ZEER KWALIJK. "
Hoe is het met de kerk van Jezus Christus in Nederland?
Moet de Here het ons zeer kwalijk nemen dat we de kinderen niet werkelijk hoogachten? Moeten de V.N. een "jaar van het kind" uitroepen om ons wakker te schudden? Wij zijn toch als de wereld? Die roept 1979 uit tot 'het jaar van het kind. Commissies zijn gevormd, organisaties geboren, geld is losgekomen. Elk kind krijgt via de school een persoonlijke brief. Nèt echt.
En datzelfde jaar 1979 begint met een belangrijk regeringsbesluit. Zal Nederland het werkelijk bestaan het jaar van het kind te beginnen
met het besluit 500 kinderen per dag te laten vermoorden? (Dit slaat op de abortuswetgeving, begin 1979). Zo worden de kinderen, ondanks al die mooie p1annen het kind van de rekening.
En wij dan? Gods gemeente, het koninkrijk dat Hij bouwt. Waar liggen onze prioriteiten? Houden wij onszelf iets voor - of zijn we werkelijk bewogen met de nood van de kinderen? Dit jaar zal het uitwijzen, Ik wil nog even met u teruggaan naar het verhaal van Maria, die kostbare nardus mirre over de Here Jezus uitgoot (Matth. 26: 6-12).
Kijkt u eens naar de reacties van de discipelen: waartoe die verkwisting, wat hadden we niet met dat geld kunnen doen! Ook zonde (n.b. zonde betekent: het doel- missen).
Algemene verontwaardiging. Leest u nu nog eens Lucas 23: 55-24: 3.
Toen de vrouwen specerijen bereid hadden en naar het graf gingen, waren zij TE LAAT. Jezus was al opgestaan, het was niet meer nodig. TE LAAT! Ondanks het feit dat zij de Here Jezus volgden. Zij hadden wèl kritiek op Maria, maar die was op 'tijd. Van te voren zalfde zij Jezus als een voorbereiding op Zijn begrafenis.
Soms, broeders en zusters, benauwt het mij als ik de houding van Christus' kerk ten opzichte van het kind zie.
O, ik zeg niet van uw gemeente.
Misschien zijn er vele activiteiten, vele gegronde redenen om de beste krachten in de gemeente aan te trekken als ouderling, desnoods als jeugdleider. De beste krachten voor de kinderen?
De allerbeste? Dat is zonde.
Dat kunnen een paar ongetrouwde juffrouwen en een paar tieners toch ook? Een opleiding, training?
Waarvoor? Een verhaal vertellen kan toch iedereen!
Als er zó in uw gemeente gedacht wordt - als u zo denkt - komt u TE LAAT! Dan hoeft het niet meer.
De krachten der wereld hebben zich al verzameld. Niet opvallend, maar in stilte is een revolutie gaande. Het denken van de kinderen is de inzet. Doel is: vernietiging van het gezag van Gods Woord, van het gezin, van werkelijke waarden en normen. Het heet "werken voor een betere wereld."
Maar het is een leugen.
Het Woord van God zegt "Het is volbracht". Jezus behaalde de overwinning. Er komt naar Zijn belofte een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waarop gerechtighid woont.
De wereld zegt: niets is zeker, niets is waar, dat betekent: niets is de moeite waard. Er zijn geen normen, er is geen zekerheid, geen veiligheid.
Groeien de kinderen zo op, ook onze? Ja. Zelfs op christelijke scholen wordt soms het gezag van Gods Woord aangetast. Vele gezinnen staan wankel. En wat doen wij? De Here Jezus komt spoedig terug.
Nu moeten wij werken, terwijl het nog dag is. 1979 - jaar van het kind. Gods Koninkrijk breekt baan, hier en daar horen we van opwekkingen. Vele jonge mensen komen tot geloof. Zal het de kinderen voorbijgaan?
De Here zegt u vandaag: gaat dan heen.
Een heel jaar om de blijde boodschap te brengen, in kinderclubs of vakantie-bijbelschool. Deze boodschap: God heeft jou lief, Jezus wil ook jouw Redder zijn.
Doet u mee? Redt de kinderen voor Christus en Zijn kerk. De kinderen van de gemeente, uw eigen kinderen.
Grond hen in het Woord; lees samen, bid samen. Kennis alleen is niet genoeg. Zij moeten kennen met hun hart; voordat "de kwade dagen komen" (denk b.v. aan de middelbare school).
De Here zegt "JIk ben met u." Maar wij hebben onze bedenkingen.
Leest u maar in de bijbel hoe verschillende mensen reageerden op Gods roepstem. Mozes zei: Wie ben ik? Gideon voerde aan: Mijn geslacht is het minste in Manasse en ik ben de jongste van mijn familie.
Jeremia bracht er tegenin: Ik kan niet spreken, want ik ben jong. En Paulus: Ik vervolgde de gemeente.
Ik weet niet welke excuses u aanvoert.
Leest u deze roepingsgeschiedenissen er eens op na. Het antwoord is steeds: Weest niet bevreesd - Ik ben met u. Met andere woorden: het doet er niet toe wie u bent, het gaat erom wie Ik ben.
En Ik ben met U. Let niet op uw omgeving, zelfs niet op het commentaar van de "discipelen" c.q. uw gemeente, maar wees bereid om te gaan als Hij u roept.


Stichting Kinderwerk Timotheüs,
Beukenlaan 28, Eindhoven

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief