Opnieuw beginnen (vervolg)
1979-11-02
Mijn artikeltje onder bovenstaande titel (nummer 1 juni 1979) bezorgde me aardig wat reakties, De meeste gaven blijk van instemming, enkele andere gaven een kritisch geluid. Ook dat laatste heeft iedereen die aan de weg timmert nodig, want schrijvers worden evenmin als dominees gevormd door ja-knikkers.- Jaargang 23
- nummer 41
Ik wil er graag nog iets over zeggen maar eerst in het kort herhalen waar het over ging.
Ik haalde een artikel aan van Ds J.H. Velema waarin deze er op wees dat we morgen met elkaar opnieuw zouden moeten kunnen beginnen wat ons kerkelijk leven betreft, los van alle gegroeide historische situaties.
Letterlijk schreef ik daarna o.a.: "Is de gedachte ... zo gek om alle kerkverbanden op te blazen teneinde het voor de gelovigen mogelijk te maken elkaar kerkelijk te vinden naar Johannes 17?"
In dit verband wees ik er op dat het tot een bepaalde kerk behoren niet altijd gevolg is van een besliste keuze.
Hierbij merkte ik op dat als mijn ouders niet gereformeerd waren geworden maar hervormd waren gebleven, ik misschien ook wel hervormd zou zijn geweest.
Deze laatste woorden zijn door iedereen niet goed begrepen.
Een oude broeder uit Noord-Holland meent te moeten zeggen dat door dergelijke uitspraken het beginsel van afscheiding en vrijmaking wordt verloochend. En hier ligt naar mijn mening een misverstand.
Mijn bedoeling was er op te wijzen dat kerkverbanden zulke stevige instituten zijn geworden dat dóórbréking ervan vrijwel niet mogelijk is.
Die kerkverbanden werken dóór in de geslachten, Het horen bij een kerkverband is vaak bepalend voor hele families. In mijn direkte omgeving kan ik dat "zo maar" constateren.
In vrijgemaakte kring ben ik (verhoudensgewijs) niet zo bar veel mensen tegengekomen die zeer bewust een bepaalde keuze deden in de veertiger jaren. Velen zijn in dezelfde kerkbank blijven zitten, velen gingen met een dominee mee, velen volgden die en die. Terecht wijst m'n oude broeder er op dat leiders vaak vereerd zijn en nóg vereerd worden in plaats van dat het vertrouwen wordt gesteld op de Here Jezus.
En als ik in dit verband dan schrijf dat, als mijn ouders indertijd hervormd waren gebleven ik misschien ook wel hervormd zou zijn geweest, dan betekent dat niet dat ik tekort wil doen aan het werk van mensen als De Cock en Scholte (voor de jongeren èn waarschijnlijk veel ouderen zet ik bet jaartal 1834 er even bij) en Schilder en Greijdanus (vrijmakingstijd). Maar voor God is misschien even belangrijk die hervormde zuster die elke week trouw het verpleegtehuis tegenover mijn woning bezoekt en daar praat met o.a. demente bejaarden en daar voorleest uit de bijbel en probeert over Gods boodschap te praten. Moet ik van die hervormde zuster vandaag verlangen dat ze zich voegt bij de gemeente waartoe ik behoor? Ik geloof dat niet. Laat ze. in haar eigen omgeving maar aan het werk blijven voor God en mensen, Gods Geest waait tenslotte waarheen die wil.
Een zuster uit mijn eigen gemeente wijst erop dat God in de kerkgeschiedenis er voor zorgde dat Zijn woord steeds weer onder het stof vandaan kwam en daar ook mensen voor gebruikte.
Helemaal mee eens (tussen haakjes: we hopen binnenkort echt eens langs te komen!), We mogen dankbaar zijn voor een stuk kerkelijke geschiedenis, ook voor de plaats die we van God hierin kregen. AIs we maar blijven bedenken dat een stuk kerkelijk verleden niet maatgevend is voor ons handelen vandaag. De enquête "Opnieuw: God in Nederland", alsmede het rapport over de kerkelijkheid tijdens de laatste volkstelling, moeten er ons maar van doordringen dat de situatie van 1979 een geheel andere is als die van 1517, 1834, 1886, 1944 en 1969.
De veranderde situatie van onkerkelijkheid vraagt van ons een daarop ingespeeld (en laat niemand dit nu verkeerd uitleggen) geloofshandelen.
Dat kán betelrenen dat we allerlei historische feiten, hoe belangrijk ze ook zijn geweest en hoe dankbaar we ervoor mogen zijn, toch wat moeten relativeren teneinde de boodschap van Gods woorden helder voor ogen te krijgen voor vandaag. . .
Het zoeken naar de eenheid van Gods kinderen blijft een christelijke zaak.
Het zien van menselijke fouten in de geschiedenis van Gods kerk (ook in de laatste 35 jaar) blijft nodig.
Misschien zijn we dán in onze kleinheid en nederigheid, in staat om iets te doen voor al die mensen die God in Nederland niet meer nodig vinden.
God in Nederland. Ja, maar dan zal Hij zichtbaar moeten zijn in uwen mijn leven.