De roeping waardig

1979-11-09
  • Jaargang 23
  • nummer 42
Voor alle zekerheid schrijf ik de tekst die hierboven staat toch maar even voor u over: "Hiertoe bidden wij ook te allen tijde voor u, dat onze God u de roeping waardig achte en met kracht alle welgevallen in het goede en het werk des geloofs volmake, opdat de naam van onze Here Jezus in u verheerlijkt worde en gij in Hem, naar de genade van God en van de Here Jezus Christus".

"Waardig de roeping", - daar hoor ik dit in: dat bij de uitslag van het Grote Eindexamen het diploma ons met vrijmoedigheid kan worden uitgereikt. Zodat de Here Jezus op die Dag tegen ons kan zeggen: je bent er door, en niet met de hielen over de sloot, je bent het waardig, kom in in het Feest van je Heer!
Maar is de kwalifikatie "waardig" niet in strijd met het woord "genade" in het eind van deze tekst?
Daar wilde ik het nu juist eens over hebben. Want wat wordt er niet veel gesold met het woord "genade"! Wat wordt er niet soms roekeloos gespekuleerd op Gods genade. Zo in deze geest: Hij zal ons er wel doorheen slepen. Hij zal wel wat door de vingers zien. Hij schroeft onze onvoldoenden wel een beetje op tot net voldoende, meer hoeft ook niet, als je er maar door komt, hoe, dat interesseert ons niet.
En dat hoe interesseert God nu juist wèl!
Want Hij geeft zijn genade niet om onze geestelijke lauwheid en lamlendigheid mee goed te praten en toe te dekken, het "einddiploma" gaat echt alleen naar hen, die er veel voor over gehad hebben, er wat voor konden laten staan, zichzelf verloochend hebben en tot het einde toe volhard hebben.
Dat zijn toch volop bijbelse termen: je zelf verloochenen en volharden tot het einde. Verre van een slappe-tinus-gedoe: als ik het maar haal, met de hielen over de sloot. Neen, wáárdig de roeping!
Zeker, het is genade, dat we door God geroepen zijn en op de weg naar de voleinding gezet zijn. Het is genade, als Hij ons de zonden vergeeft en achter de Here Jezus leert gaan.
Maar Gods genade is geen dood kapitaal, maar levende en werkende kracht, die ons trekt en stuwt en doet groeien naar die Grote Dag toe.
Er is dus in het geloof geen sprake van, dat we de zaak maar op een laag pitje kunnen laten sudderen. Paulus bidt voor ons, "dat God met krácht alle welgevallen in het goede èn het werk des geloofs wil vól-maken" (vers 11b). Of wat eenvoudiger, met de vertaling van "Groot Nieuws": "Moge God ervoor zorgen, dat u al uw goede voornemens ook uitvoert en uw gelovige inspanning resultaten heeft."
Zeker, het is Gods gave, - anders behoefde Paulus er niet om te bidden, en wij zullen er zelf toch ook om bidden. Maar dan vragen we God toch, of Hij ons aktief wil maken in het geloof. Wie wel bidt om een goede uitslag van het examen, maar er niets aan doet, bidt niet best. Paulus bidt niet alleen om de goede resultaten, maar ook om de nodige inspanning ervoor. "Welgevallen in het goede" alleen, goede voornemens alleen, daar halen we 't niet mee. Geloven zonder werken zet geen zoden aan de dijk. Paulus schrijft ergens, dat een huisvrouw in de gemeente, die haar huishouden verslonst en haar gezin verwaarloost, haar geloof verloochent, ja erger is dan een ongelovige, - al zou ze ook alle deuren aflopen met evangelisatielektuur (1 Tim. 5 : 8).
Geve God ons de kracht der volharding, tot de vol-making toe!
Paulus was niet zo bang voor "perfektionalisme". Hij was banger voor valse deemoed, dan voor jagen naar de volmaaktheid.
Paulus zou nooit zeggen:. "Onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad", zonder er direkt achteraan te zeggen: "tenzij wij door de Geest Gods wedergeboren worden". En dat láátste vond hij voor een verloste gemeente van Christus normaler dan het eerste.
Paulus bidt om christenen, die op deze wijze met hem meebidden en elkaar aansporen: "Komt laat ons vóórtgaan kinderen, want de avond is nabij; het stilstaan (en stilzitten) zou ons hinderen, in deze woestenij". Stilstaan en stilzitten is achteruitgang. Strek u uit naar het einddoel, de krans der overwinning, het einddiploma van ons leven. .
Door Gods genade? Natuurlijk, door Gods genade! Maar niet door een genade, die toedekt wat wij lieten zitten, maar door Gods genade, die in ons werkt, ons aanzet en bekwaam maakt tot werken des geloofs en ons opstuwt naar de volmaaktheid.
En dan tenslotte in dit gebed van Paulus waar het op aan komt: "Opdat de naam van de Here Jezus in ons verheerlijkt worde, (nu al) en gij in Hem, naar de genade van onze God en van de Here Jezus Christus."
Waar gaat het tenslotte om? Niet om onze zaligheid (dat ook, en dat is meegenomen), maar om de heerlijkheid, van Christus in ons en in Hem. Er glanzend doorheen komen. Met vlag en wimpel. Geslaagd! Dank zij alles wat de Heer in ons leven uitwerkt aan werken van 't geloof en vruchten van de Geest.
Ja, dank zij Gods genade, - daar eindigt Paulus mee, maar niet zoals wij de genade er soms met de haren bijslepen, om onze gaten mee te stoppen, maar om aan te wijzen de Bron en de Kracht voor een leven in geloof, met bidden en werken, met overgave en verwachting, met spanning en inspanning, tot aan de ure der verheerlijking van en in en met Christus!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief