pastorale notities

1979-11-09
  • Jaargang 23
  • nummer 42
Over het geloof van de prins van Oranje, de vader des vaderlands is al veel geschreven. Dit stukje kan er nog wel bij. Ds. Dathenus zei eens, dat de prins welzeker zijn hemd in de haard zou gooien, als hij er een gereformeerd luchtje aan rook. Jan en Annie Romein schreven: Echte religieuze overtuiging was hem (de prins) vreemd. Ik noem nu uitersten wat betreft levensstijl en levensbeschouwing, maar zakelijk stemmen ze hierin overeen, dat het met des prinsen belijdenis niet veel voorstelde. De nieuwste beschrijving 'van zijn leven is van prof. Swart uit Londen.
Het komt hierop neer: de prins zocht troost bij God en vertrouwde op Hem, "maar dit betekende niet, dat hij zich met de karakteristiek protestantse opvattingen omtrent de menselijke zondigheid en hulpeloosheid verenigde" .
Zondigheid en hulpeloosheid, zijn dat speciaal protestantse begrippen?
De Roomse boetpredikers zetten de mensen óók zeer laag neer. Daarin ligt niet het verschil tussen Rooms en Gereformeerd.
Maar de prins had waarschijnlijk geen tijd om dieptepeilingen te verrichten naar de bodem van zijn zondigheid en het zal hem niet gelegen hebben om te klagen over zijn algehele verlorenheid voor God. Als hij nu leefde zou hij in vele kerken niet in aanmerking komen voor het ambt van ouderling en het huisbezoekrapport zou zeggen, dat hij geestelijk wat oppervlakkig was. Terecht?
Hoe onbillijk kan het oordeel over iemands geloof uitvallen!
Ik ken nogal wat mannen, die 's morgens vroeg hun leven aan de Here toevertrouwen en verder hebben ze het de hele dag razend druk. Niet om veel geld te verdienen, maar om hun werk goed te doen. Ze hebben geen tijd om in oude termen te balken over hun zonden, ze staan er ook niet bij stil; maar dan moet je niet zeggen: ze leven niet diep.
Ze geven alles maar aan de Here over, en David besloot psalm 34 met de Godswoorden, dat wie op de Here vertrouwen, niet schuldig worden verklaard.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief