Vrijmaking 1944-1979

1979-11-09
  • Jaargang 23
  • nummer 42
De laatste weken is in de pers aandacht besteed aan het feit dat 35 jaar geleden de Vrijmaking een feit werd. Er verscheen bij Kok een gedenkboek waarin de geschiedenis van de vrijgemaakte kerken wordt beschreven, waarbij - als ik Prof. Dr D. Nauta in het Reformatorisch Dagblad geloven mag - weinig aandacht wordt geschonken aan de breuk in de vrijgemaakte kerken waardoor zo'n dertig duizend mensen buiten het kerkverband raakten.
Het is niet verkeerd om te denken aan en te schrijven over een kerkelijk gebeuren dat in 1944 plaats vond en daarna een geschiedenis kreeg. Het is wel verkeerd als hierbij weinig of geen aandacht wordt geschonken aan het menselijk leed dat met dergelijke gebeurtenissen gepaard gaat. Zeker, er mag dankbaarheid zijn voor wat God in en door de vrijmaking heen schonk, maar er moet even groot verdriet zijn om wat stuk ging in diezelfde tijd: 35 jaar geschiedenis vrijgemaakte kerken laat ons zien een uiteengroeien van gelovigen, een vervreemding van geloof en kerk van velen ...
Niet alleen in de loop van die tijd maar ook reeds direkt, bij het begin.
In Vrij Nederland van 6 oktober jl. staat een interview met Jaap Vegter die het volgende zegt:

'Midden in de oorlog, in 1942 en 1943, is er in de gereformeerde kerk plotseling een schisma geweest om wat artikel 31 heette.
Het had niets met politiek te maken, niets met het nationaalsocialisme, niets met het verzet of de jodenvervolging. Het ging om de vraag of de doop al dan niet heilig was of zo iets.
Plotseling stonden mensen die altijd vrienden waren geweest vol haat en nijd tegenover elkaar.
Families van moeders-kant wilden om artikel 31 niets meer van ons weten. Ik herinner mij dat op een zondagmorgen een verklaring werd voorgelezen van de synode, die gericht was tegen de ultra-conservatieven. Toen stond er een man op die, gevolgd door een aantal ouderlingen, dreunend en bonkend de kerk verliet. Dat was zo iets absurds, een monument van vermeende rechtschapenheid. Het gereformeerde milieu is altijd zeer afperkend, maar in de oorlog werd onze wereld helemaal verkleind. De angst voor wat er gaande was, was overweldigend.
De papen, de buitenkerkelijken en de wereldlijke macht van de NSB'ers deugden sowieso niet, maar nu hadden ze ook nog een gedeelte van hun eigen mensen buitengesloten. Het was een isolement, waaraan je je na de oorlog met de grootst mogelijke moeite moest ontworstelen.'

Wat Vegter hier zegt is ook een kant waaraan aandacht besteed moet worden, zowel van vrijgemaakte als "synodale" zijde. Prof. Nauta zegt in zijn bespreking van het genoemde boek waardevolle dingen maar ook hij geeft geen antwoord op de vraag hoe het mogelijk was dat juist in oorlogstijd tienduizenden gelovigen Gods gemeente werden uitgewerkt. Hij verwijt de schrijvers van het boek onvoldoende objectiviteit - akkoord - maar zelf is hij evenmin objectief. Hij was in 1944 te veel partij!
Objectief is wel Dr L. de Jong die in zijn pas verschenen deel 9 van 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de tweede wereldoorlog' aandacht geeft aan de kerkelijke strijd i.v.m. de positie van Dr K. Schilder als verzetsman. Op blz. 1161 staat o.a. het volgende te lezen:

'De scheuring ... ging met gebeurtenissen gepaard waar niet bepaald wijding van uitging: er werd strijd geleverd om het bezit van de kerkgebouwen; daartoe werden deze vaak al op zaterdag door hetzij de 'synodalen', hetzij de 'bezwaarden' bezet teneinde te verhinderen dat de tegenpartij op zondag toegang zou krijgen tot de kansel: een enkele keer werden predikanten physiek verhinderd zich naar hun kerkgebouw te begeven; men trachtte ook wel elkaar te vlug af te zijn door de sloten van de kerken te verwisselen; men liep ook wel naar de rechter om ten aanzien van het bezit van het kerkgebouw in het gelijk gesteld te worden.'

Een vraag: is het zo'n wonder dat jongens van vijftien jaar zoals Jaap Vegter de vrijmaking op hún manier beleefden en na 35 jaar er zó over schrijven?
Omzien in verwondering? Als we dan meteen maar naar boven kijken!
Omzien in verbijstering? Ook dat.
Hoevelen hebben in die 35 jaar, zowel aan de éne als de andere kant, hun geloof verloren?
Als we daaraan denken is er meer reden om te bidden dan om te danken!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief