Aangenomen kinderen

1979-11-16
  • Jaargang 23
  • nummer 43
We hebben zoëven een kind gedoopt en dat was deze keer voor ons gevoel toch nog even anders dan anders. De kleine Joram is n.l. een aangenomen kind. Dat is toch weer wat anders dan een bloedeigen kind.
Maar is de doop daarom ook anders?
Misschien mogen we wel zeggen, dat de wezenlijke betekenis van de doop nog nooit zó sterk op ons aangekomen is als juist nu!
Want worden er in de kerk, op bevel van Christus, óóit
àndere kinderen gedoopt dan aangenomen kinderen?
Door God n.l. aangenomen kinderen!
Zeker, het zijn doorgaans kinderen van ons vlees en bloed, maar wordt het daar beter van?
Geeft hun geboren zijn uit ons als hun eigen ouders soms recht op de doop? Geven wij onze kinderen zoveel goeds mee bij hun geboorte? Zodat God daarom een welgevallen aan hen hebben zou?
Zou God over onze in zonde ontvangen en geboren kindertjes even verrukt zijn als wij? Vergeet het maar.
Niet omdat het onze eigen kinderen zijn, maar als Gods
aangenomen kinderen worden ze de kerk ingedragen en
gedoopt. Al onze eigen kinderen.
En dat spreekt nu zo bizonder bij de doop van vanmorgen.
De kleine Joram valt helemaal niet uit de toon en zijn
doop ook niet. Hij past precies in een gemeente van Christus, die jong en oud, nu eenmaal bestaat uit allemaal aangenomen kinderen van God!
D.w.z. mensenkinderen, die nergens recht op hebben; die oorspronkelijk een heel andere vader hadden dan God, n.l. de duivel. Maar die nu zo onbegrijpelijk genadevol door God zijn geadopteerd.
Daar kan nu Paulus in Efeze 1, de aanhef van die prachtige "Kerk-Brief", niet over uitgezongen raken! Want is heel dat eerste stuk van zijn brief niet één lang loflied op de liefde Gods, die kinderen aanneemt?
Vult u de naam van Joram daar nu eens in; ja, vul uw
eigen naam en de namen van uw kinderen daar nu eens in, bij het 5e vers, dan wordt het zo konkreet:
"In liefde heeft Hij Joram tevoren ertoe bestemd, - nog ver voordat zijn huidige ouders nog maar iets van zijn bestaan afwisten -, heeft God Joram ertoe bestemd als kind, als zoon van Hem te worden aangenomen, - hier staat in de tekst inderdaad de griekse rechtsterm voor "adoptie" -, als zoon van Hèm te worden aangenomen, door Jezus Christus, - via Jezus Christus zou je kunnen zeggen-, naar het welbehagen van Zijn wil, tot lof van Zijn heerlijke genade!"
Ja, daar staat Gods souvereine genade achter. Niet om een of andere fijne eigenschap van het kind. Niet omdat hij er zo lief en leuk uitziet. Maar gewoon omdat God het zo wil.
In Zijn ontferming gaat Gods liefde naar dit kind uit. Hij
heeft het weggehaald uit een levensmilieu, waarin het kind dreigde onder te gaan in totale vereenzaming. Dit kindje werd n.l. te vondeling gelegd. Ergens ver van hier, - maar wat is nog ver van ons bed in een steeds kleiner wordende wereld?
Maar God zag dit kind, ving het op in Zijn armen en maakte van een vondeling een bondeling.
Daar baande Hij wegen voor, neigde Hij harten en gaf Hij middelen.
Prijst nu de HERE om Zijn genade, waarmee Hij de kleine Joram, maar ook ons allen, begenadigd heeft in de Geliefde!
Want om dit kind en al onze kinderen en ons allen te kunnen aannemen tot Zijn kinderen, heeft Hij zijn eigen
enige lieve Zoon weggestoten in de absolute vereenzaming van Golgotha. Jezus, door zijn eigen Vader verlaten, opdat wij en onze kinderen tot Zijn kinderen konden worden aangenomen.
Ja, in Christus hebben we de verlossing door Zijn bloed,
dat onze schuld voor God bedekt.
Daar spreekt de doop van: gereinigd van zonden!
En daar spreekt ook het avondmaal van: verlost voor
Jezus' dierbaar bloed!
Is het niet fijn, dat we vanmorgen alles in één dienst mochten hebben?
Doop, evangelieprediking en avondmaal. En dat alles tot
lof van Gods heerlijke genade!
"Joram", - wat een mooie naam, het betekent: de HERE
is verheven!
Ja, de HERE is zeer verheven, en te aanbidden tot in
eeuwigheid!
Komt, heffen wij dan nu de lof des HEREN aan!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief