pastorale notities

1979-11-16
  • Jaargang 23
  • nummer 43
Indertijd had je veel slapers in de kerk. Ze zijn in aantal geslonken; ten eerste durende diensten zelden langer dan een uur, ten tweede werken minder mensen in de buitenlucht in lange, zware dagen. Maar de mannen broeders vochten dapper tegen de slaap.
Ze gingen tijdens de preek naast of in de bank staan; dat hielp.
Dan gebeurde het soms, dat zo'n broeder toch in de letterlijke zin van het woord in slaap viel. Heel de kerk lachte en de bevolking van de galerij kon pas na enkele minuten bedaren. Paulus heeft het ook eens erg lang gemaakt met zijn preek. Daar kwam een ongeluk van. Misschien heeft hij uit dat voorval geleerd om het wat korter te maken. De mannen vochten dus wel tegen de slaap, doch de predikanten toornden ertegen.
Want het hinderde hen als ze slapende mannen zagen en ze zeiden er wat van, maar dat viel dan wel eens verkeerd, want wat wist zo'n dominee er nu van hoe zwaar het werk was geweest op het hooiland? Ik ken een hoogbejaarde ambtsbroeder, die indertijd van de kerkeraad te horen kreeg, dat hij er eens wat van zeggen moest, zoveel slapers waren er in de dienst, het leek wel alsof sommigen er voor gingen zitten. De voorzitter was niet gegriefd, of hij liet het niet merken.
Want de kerkeraad zegt dat de slapers zich bekeren moeten, maar bedoeld wordt dat de dominee beter preken moet. Onze broeder echter antwoordde: "Ik ben blij, als ik ze zo zie zitten, die slapers.
Ik denk dan: die voelen zich in de kerk op hun gemak en dat is tegenwoordig heel wat waard."
Het was toen namelijk een tijd van trubbels in de kerken en van vele kwaadwillige hoorders.
Ik heb bewondering voor die collega, dat hij zó reageren kon.
Je proeft er de herder uit, die het leven van zijn schapen kent en eindeloos geduld met ze heeft.
Ik vertelde dit verhaal eens aan iemand, maar die was er niet door gesticht. Hij zei: "Vind je dat een profetisch getuigenis?"
Nee, dat was het nu ook weer niet, maar het was wel pastoraal.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief