Het C.D.A. en de economische orde (1)

1979-11-16
  • Jaargang 23
  • nummer 43
1. Inleiding
Ons staat een andere inrichting van de samenleving voor ogen, schrijft het C.D.A. op blz. 18 van het in september 1978 verschenen rapport "Gespreide Verantwoordelijkheid". Wij willen dit rapport eens nader bezien.
Het rapport van het C.D.A. omschrijft de economische orde als volgt: de wijze waarop verantwoordelijkheden zijn gespreid in de besluitvorming over de produktie van goederen en diensten, de inkomensverwerving en de inkomensbesteding.
Het gaat er bij het vraagstuk van de economische orde om wie in een samenleving bepaalt welke goederen en diensten op welke wijze, in welke hoeveelheden, tegen welke prijs, waar, wanneer en voor wie geproduceerd worden en hoe de inkomensverhoudingen zullen zijn. Bepaalt de overheid, de gemeenschap dat of bepalen de burgers of groeperingen van burgers dat?
Wie is bevoegd tot besluitvorming en waarover?
Het C.D.A. wil met het rapport de verantwoordelijkheden in het economisch leven hergroeperen. Het wil dat over de verschillende groeperingen en geledingen in de samenleving de verantwoordelijkheden worden verdeeld, worden gespreid, zó, dat een ieder zijn eigen verantwoordelijkheden goed kan beleven. Het C.D.A. vindt dat de vrije markteconomie en de centraal geleide economie geen van beide geschikt zijn om een samenleving O'pte bouwen, waarin mensen hun verantwoordelijkheidsbesef kunnen ontplooien naar rentmeesterschap en solidariteit, Het wil daarmee ook bereiken dat individuen en groeperingen in de samenleving hun lasten niet afwentelen op anderen; een probleem dat heden ten dage zeer actueel is.
Afwenteling van lasten op anderen is bijv. mogelijk via collectieve arbeidskontrakten, bij welke kontrakten wel over de prijs van de arbeid, maar niet over de hoeveelheden arbeid, die te werk gesteld moeten worden, wordt onderhandeld. De ruil van de arbeidsdiensten wordt door anderen (de werkgevers en werknemers op het micro-niveau) gedaan dan degenen, die onderhandelen over de prijs (de sociale partners). Baten en lasten van de arbeidsovereenkomst worden op deze wijze uit elkaar getrokken.
Wordt de prijs van de arbeid te hoog vastgesteld om het gehele aanbod van arbeid te werk te stellen, dan ontstaat werkloosheid: de lasten van het te hoge loon worden afgewenteld op de werklozen; die zijn de kinderen van de rekening. Prijs en ruil dienen daarom volgens ons simultaan te worden vastgesteld op het (micro-)niveau, waar de ruil plaatsvindt.
Het C.D.A. wil ook een oplossing in deze richting.
Het C.D.A. is van mening (en dat is ook onze mening), dat de aard van de sociaal-economische problemen, waar wij thans en in de toekomst voor staan, allereerst in termen van de economische orde vertaald moeten worden.
Het structuurbeginsel voor de inrichting van onze samenleving is volgens het C.D.A. de verantwoordelijkheid. Dat is, aldus het rapport (blz. 22), niet zo maar een gekozen uitgangspunt, zoals .men voor vrijheid of gelijkheid kan zijn; het verantwoordelijk-zijn zit in mens en schepping besloten.
Het rapport noemt twee oriëntatiepunten die in het verantwoordelijk-zijn besloten liggen. De verantwoordelijkheid dient volgens het C.D.A. zich te richten, te oriënteren op rentmeesterschap en op solidariteit. De verantwoordelijkheid daarop gericht is het sleutelbegrip van de C.D.A.- studie (blz. 23).
Het als een rentmeester, beheerder bewerken en bewaren van de gegeven rijkdommen is een goddelijke opdracht (Genesis 2 : 15).
Solidariteit zegt volgens het C.D.A. iets van gericht zijn op elkaar, het roept op lasten naar draagkracht op zich te nemen. De mens is niet zelfgenoegzaam, maar vindt zijn bestemming en vervulling in het gericht zijn op de ander. Dit gezichtspunt heeft, volgens het rapport (blz. 23), vèrstrekkende gevolgen voor de C.D.A.-visie op b.v. eigendom, arbeidsverhoudingen, gezagsverhoudingen, de aanvaarding van macht, de organisatie van het economisch leven: de economische orde.
De kernvraag in de C.D.A.-benadering wil zijn: welke bijdrage kan de overheid leveren aan een op het bewerken en bewaren en op de solidariteit georiënteerde verantwoordelijkheidsbeleving? Welke economische orde staat het C.D.A. nu voor ogen, indien het uitgangspunt van een op het bewerken en bewaren en op de onderlinge solidariteit georiënteerde verantwoordelijkheid geconfronteerd wordt met de nieuwe vraagstukken, die ons de komende jaren te wachten staan?

2. Te onderscheiden elementen
Het rapport noemt voor de mate, waarin verantwoordelijkheid binnen een economische orde ervaren kan worden, twee toetsingscriteria, namelijk de intensiteit en de reikwijdte van de verantwoordelijkheidsbeleving.
Met intensiteit van de verantwoordelijkheidsbeleving wil het rapport de mate aangeven waarin de verantwoordelijkheid kan worden beleefd in het afwegen van baten en lasten. Het heel direct, zichtbaar en heel voelbaar kunnen afwegen van baten tegen lasten is voor een intense verantwoordelijkheidsbeleving in de economische vragen essentieel (blz. 28).
De directheid van de afweging, aldus het rapport, moet echter soms bewust geweld worden aangedaan vanwege de effecten van ons handelen hier en nu voor de levensomstandigheden van mensen van straks en hier ver vandaan.
Uit overwegingen van intensiteit van de verantwoordelijkheidsbeleving heeft het C.D.A. voorkeur voor besluitvorming op een zo laag mogelijk niveau. Het zo direct mogelijk afwegen van baten en lasten brengt dit met zich mee; afwenteling van lasten op anderen kan zo ook worden tegengegaan.
Reikwijdte-overwegingen kunnen echter aanleiding zijn dat een hoger niveau randvoorwaarden stelt of de beslissingsbevoegdheid overneemt, indien een lager niveau lasten op anderen afwentelt en de baten zelf incasseert.
In de wijze waarop over de produktie van goederen en diensten, de inkomensverwerving en de inkomensbesteding besloten wordt gaat het volgens het C.D.A. om (blz. 27):

a) OP WELK NIVEAU
wordt besloten
- het micro-niveau: ondernemingen of instellingen;
- het mezo-niveau: de bedrijfstak of de regio;
- het landelijk macro-niveau;
- het internationale niveau.

b) HOE op elk van deze niveaus
- wordt besloten (typen van besluitvormen)
- op een markt (waar vraag en aanbod in hoofdzaak door het prijsmechanisme op elkaar worden afgestemd); - via overleg (veelal geïnstitutionaliseerd, waar in plaats van marktverhoudingen vormen van planning vraag en aanbod op elkaar afstemmen);
- via centrale leiding van particulieren die bijvoorbeeld een monopoliepositie hebben, of door de overheid.

c) WIE besluit op een bepaalde wijze op een van de onderscheiden niveaus (besluitnemers)
- zijn dat particulieren, zoals werknemers, werkgevers, grondstoffenleveranciers, consumenten;
- zijn dat de organisaties van deze particulieren: een vakbond, een werkgeversorganisatie, een consumentenbond, een grondstoffenleverancierskartel;
- is het de (gemeentelijke, provinciale of rijks-) overheid.

Het gaat het C.D.A. om het voortdurend bezien welke personen, organisaties of overheid, in markt- of overlegsituatie of door middel van centrale leiding, op de verschillende niveaus het meest verantwoord over de vele afwegingsproblemen in het sociaal-economisch leven kunnen besluiren (blz. 38). Men zou één en ander ook aldus kunnen formuleren: men wenst een organische overlegeconomie georganiseerd volgens het subsidiariteitsbeginsel: de beslissingsbevoegdheid in het economisch leven zoveel mogelijk leggen op het laagste niveau (het micro-niveau), maar hogere niveaus moeten aan lagere niveaus randvoorwaarden kunnen stellen dan wel diens bevoegdheden kunnen overnemen, indien dat uit reikwijdte-overwegingen nodig blijkt te zijn, omdat anders lasten op anderen dan degenen die de baten incasseren worden afgewenteld. Pas wanneer lagere organen iets niet af kunnen handelen, omdat deze de reikwijdte van hun beslissingen niet of niet voldoende (kunnen) overzien, dienen hogere organen ingeschakeld te worden.
Het C.D.A. wil dus geen vrije markteconomie maar ook geen "macro"-overheidsbenadering, dat geen weerstand heeft tegen een ontwikkeling waarbij uiteindelijk ook de op te brengen lasten, die bij de baten behoren, zich in de macro sfeer zullen aandienen. Dat komt volgens het rapport neer op een nationalisatie van de sociaal-economische bedrijvigheid (blz. 87). De kracht van de markt schuilt, volgens het rapport, in de efficiency, waarmede zij op korte termijn de in geld meetbare aspecten van vele deelbeslissingen in het economisch leven op elkaar kan afstemmen (blz. 35).
De kracht blijkt voorts uit de discipline die de marktpartners moeten opbrengen bij de afweging van baten en lasten.
Er is hier weinig of geen ruimte tot afwenteling van lasten op anderen dan degenen die de baten incasseren. De intensiteit van de verantwoordelijkheidsbeleving lijkt derhalve met de markt zeer goed gewaarborgd.
Een zwak punt van de markt is volgens het rapport (blz. 35) evenwel haar beperkte reikwijdte. Met schaarste niet of niet nu gemeten, houdt de markt geen rekening. Zij registreert niet de aspecten die niet in geld zijn uit te drukken, maar die volgens het rapport wel aan bod behoren te komen: bijvoorbeeld overwegingen van solidariteit (dichtbij en veraf) en rentmeesterschap. Deze reikwijdte-aspecten acht het C.D.A. bij de markt allerminst gewaarborgd.
Het C.D.A. wil nu die aspecten die de markt verwaarloost, in goed overleg in de afweging betrekken. Het overleg zou dan de marges, waarbinnen de markt behoort te functioneren, nader kunnen aangeven (blz. 36).
Voor dit overleg is, volgens het rapport (blz. 37), samenbundeling van individuen in organisaties nodig; uit het oogpunt van het beleven van een intensieve verantwoordelijkheid acht het dit ook gewenst.

Organisaties kunnen tal van bedoelde aspecten volgens het C.D.A. beter behartigen dan de mensen individueel, al kunnen deze niet voor de volle honderd procent in de plaats treden van de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mensen (blz. 37).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief