Kerkelijke eenheid
2008-12-05
De Reformatie, het landelijke weekblad van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt, is een boeiend blad om te lezen. Het is nog niet zo lang geleden dat in deze kring als regel slechts één geluid te horen viel, maar die lijn is radicaal verlaten; nu is er een verbazende veelkleurigheid op te merken. Met grote openheid wordt geschreven over de verschillende opinies binnen het eigen kerkverband.- Jaargang 52
- nummer 24
Ditmaal is het de Kamper hoogleraar dr. A.L.Th. de Bruijne, die in De Reformatie van 1 november kritisch schrijft over de besluiten van de Generale Synode van de GKV met betrekking tot de contacten met de Christelijke Gereformeerde Kerken en met onze Nederlands Gereformeerde Kerken.
Eerst de Christelijke Gereformeerden. De synode toonde zich diep teleurgesteld over hun besluit om het ‘federatief groeimodel’ voorlopig in de ijskast te zetten, onder het motto dat de (CG) kerken dat op dit moment nog niet aankunnen. De Bruijne vraagt zich af:
Zijn wij als vrijgemaakten niet behoorlijk naïef waar het de (landelijke) contactoefening met de christelijke gereformeerden betreft? Wij wisten toch allang dat de Christelijke Gereformeerde Kerken zelf bestaan bij de gratie van een wankel evenwicht tussen verschillende vleugels. Al zo vaak werd duidelijk dat de rechterflank van de CGK niet bereid is om te komen tot daadwerkelijke eenheid. Wat willen wij als vrijgemaakten nu precies praktisch bereiken? () Het lijkt onmogelijk om de hele CGK mee te krijgen in verdergaande toenadering dan tot nu toe bereikt is.
De Bruijne bedoelt hiermee niet te ontmoedigen, maar wel erop te wijzen dat samenspreken met andere kerken niet 'onze projecten' zijn; eenheid is niet 'maakbaar'.
Dan de besluiten met betrekking tot de Nederlands Gereformeerde Kerken; ook daarover heeft De Bruijne zo z'n vragen. Vergeleken met de grote voortgang in de samensprekingen op het niveau van deputaatschap en commissie, zijn de synodebesluiten teleurstellend. De Bruijne:
Wat deed de synode? Zij nam met de ene hand weer terug wat zij met de andere zo royaal aanwees. Waar ze mooie woorden spreekt over de Balans rond de binding aan de belijdenis, haalt ze tegelijk de oude koeien uit de sloot waarop het wantrouwen jegens de NGK juist gestoeld was: de Preambule van het Akkoord van Kerkelijk samenleven, de tolerante omgang met sommigen die afweken van de belijdenis en zelfs de manier waarop 'in het verleden' onderscheiden is tussen fundamentele en niet-fundamentele onderdelen in de belijdenis.
Uit een oogpunt van christelijke omgang vind ik dat kwalijk en in het licht van de wonderlijke toenadering die de HERE gaf, ook ondankbaar. Je moet de voortgang van de laatste jaren juist zien als een stap vooruit, waarmee langs een nieuwe route de bestaande patstellingen te boven kunnen worden gekomen. Maar in de besluiten pint de synode de gesprekspartners toch weer vast op die bestaande patstellingen en zelfs op het verleden. ()
Iets dergelijks gebeurde bij de kwestie van de vrouw in het ambt. De vorige synode keek niet zozeer naar het besluit van de NGK als zodanig, maar toonde zich bezorgd over de wijze van schriftomgang daarbij. Juist op dat punt bleken de onderlinge gesprekken geruststellend. En nu voert de synode toch ineens het besluit als zodanig aan. Het lijkt nu alsof de NGK haar mooie woorden alsnog moet bewijzen door het besluit zelf te herzien. Dat doet geen recht aan het proces tot nu toe. () Hiermee onderstreep ik op mijn manier waarop ook anderen al wezen. Onze omgang met CGK en NGK is niet uit één stuk. Wij doen de NGK iets vergelijkbaars aan als wat de CGK tot onze teleurstelling ons aandeed. Terwijl de 'gulden regel' uit de Bergrede juist het omgekeerde vraagt: behandel anderen zoals jij zelf graag behandeld wordt. Wie van de een vertrouwen vraagt op het woord, moet bereid zijn het aan de ander te geven. Op de synode liepen de visies kennelijk te ver uiteen om dat vertrouwen te laten uitmonden in een volgende concrete gezamenlijke stap. En misschien is dat ook wel het geval binnen de kerken. Daarmee kan ik vrede hebben, juist omdat ik kerkelijke eenheid niet als maakbaar beschouw en besef dat er ook bij ons iets gebeuren moet tussen moeten en kunnen.
Maar ik betreur dat dit vervolgens in de besluiten min of meer gerechtvaardigd is met elementen die ten diepste het wantrouwen legitimeren en zelfs onbedoeld in stand houden. Daarin proef ik teveel angst en teveel neiging om dit proces te controleren. Ik hoop dan ook dat de gesprekspartners uit GKV en NGK zich niet laten ontmoedigen en zich in de komende periode niet vooral focussen op dat wat nog als probleem benoemd is. Beter is het om minstens zoveel energie te steken in wat de twee kerkengroepen in Christus verbindt en in zaken waarmee zij elkaar kunnen dienen .
M.H.T. Biewenga
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.