Christelijk en Gereformeerd

1980-06-13
  • Jaargang 24
  • nummer 24
Het is goed om bij het streven naar de vereniging tussen de Chr. Geref. Kerken en de onze te bedenken dat zeer waarschijnlijk de onweegbare zaken evenzeer een rol spelen als de zaken die makkelijk te wegen en te bespreken zijn~ De zaken, die te bespreken en te regelen zijn en besproken en geregeld dienen te worden zullen wel aan de orde 'komen in de officiële samensprekingen, zowel plaatselijk als landelijk.· Het is zelfs niet wel denkbaar dat de generale deputaten onder aanwezigheid van Prof. Van Genderen 'de kans zouden krijgen iets niet nauwkeurig te bespreken en formuleren. Dat zal ook allemaal wel lukken, zij het alleen met wederzijdse goede wil en inspanning. Maar wat met de onweegbare zaken?
Ja wat met het verschil in levensgevoel, dat op veel punten duidelijk aanwijsbaar 'is?

Ik vermoed - om wat voorbeelden te noemen - dat ds H. J. Velema en ik het aardig eens zullen zijn in onze afkeer van b.v. de N.C.R.V. Maar ik vermoed ook dat Prof. Dr J. P. Versteeg die afkeer niet of niet geheel zal delen. (Tussen twee haakjes: ik noem deze namen wegens de aansluiting bij wat ik vorige week schreef. Ik ken beide broeders niet. Het heeft dus niets te maken met voorkeur' of iets' 'dergelijks.) Ik vermoed dat Prof. Versteeg en ik niet zo erg enthousiast rollen zijn voor de E.O., terwijl ds Velema zich daarin wellicht weer thuis voelt als een vis in het water, zoals de meeste 'leden van beide kerkengroeperingen.
Ik vind "Koers" maar een rechtsreactionair blad. Ik lees het vanaf de oprichting. Ik vind erin veel zaken die me erg aanspreken. Vooral als het gaat om het formuleren van de diepe intense afkeer van de overheersende linkse doordrammerige politiek van de spraakmakende theologen en semi-theologen van de Raad van Kerken, LK.V. e tutti quanti. Ds Velema zal dit met me eens zijn, vermoed ik. Maar wat moet ik met 'die geformuleerde afkeer van linkse theologie en politiek? Het helpt niet verder.
Ik lees met diepe verbazing die verhalen van ds Velema over al die dominees in het Jaarboek 1980 en vraag me af: wat moet ik daarmee? En wat moeten alle gereformeerden daarmee? Ik kijk met dezelfde argwaan en schrik naar 'de Evangelische Alliantie als ds Velema en deel zijn mening dat er een duidelijke spanning is tussen een kerkelijk denkend en levend christen en een groepschristen (blz. 184 Jaarboek '80) terwijl ds Rietkerk de E.A. in dit blad begroet als een stap naar de kerkelijke eenheid van. allen 'die nog onvoorwaardelijk willen vasthouden aan het gezag van Gods Woord. Ik ben het eens met ds Velema als hij zich keert tegen opinies van ds H. J. Hegger, maar vinden zij elkaar niet bij de E.O.? En ondersteunt de gemeente van Maastricht dan niet weer het werk van ds Hegger? En dan spreek ik nog maar niet over psalmberijmingen, het zingen van gezangen, het gebruik van Bijbel-
vertalingen. Zaken die bij ons makkelijker liggen, maar toch ook niet helemaal glad verlopen en die weer moeilijk liggen juist in het onweegbare bij veel groepen Chr. Gereformeerden.

Het Evangelie van Gods genade in Jezus Christus alléén gaat richtend en bevrijdend uit tot elk zondaar.
En als wij elkaar vinden moeten, dan zullen we dat alleen maar kunnen in het aanvaarden van het oordeel en de vrijspraak Gods in Jezus Christus. In het aanvaarden dat het Evangelie haaks staat op alles van de mens uit. Dat het Evangelie richtend gaat over progressieven en conservatieven, over links en rechts, over lezers van de Staten Vertaling en van de nieuwe vertaling. We zullen de weg moeten gaan van het niet verdienstelijke geloof alleen.
We zullen ons moeten bekeren van de doorgaande en de nadere reformatie tot het adagium van de Reformatie.
Het "door het geloof alleen" is in de Bijbel duidelijk ook een polemische formulering. Het behoud door Jezus Christus alleen sluit alles van de mens uit zowel vóór als ná de bekering. Wij zijn in de rechtvaardiging geheel aangewezen op Jezus alleen. We zijn 'in de heiligmaking niet minder geheel aangewezen op Jezus alleen. Want Hij is ons van God gegeven tot een volkomen verzoening. Christenen zijn mensen die de mond vol hebben over Jezus en Zijn genade. Als in Antiochië discipelen van de Heiland voor het eerst christenen genoemd worden, dan zal dat wel geen scheldwoord geweest zijn, zoals meestal wordt aangenomen.
Handelingen 11: 26. Dat lijkt al zeer onwaarschijnlijk. Maar er waren joden die zeiden dat Jezus van Nazareth de Messias was en die daarover de mond vol hadden, omdat hun hart ervan vol was. Er waren andere joden die dat ontkenden. En omdat de eerste groep steeds maar weer zei dat Jezus tóch de Christus was, daarom zal die groep de naam christenen gekregen hebben. Maar die christenen waren mensen die dáárdoor gekenmerkt werden dat zij de naam van Jezus aanriepen. Handelingen 9 : 14; 22 : 16; 1 Corinthiërs 1 : 1, 2; Handelingen 7: 59. Een christen is iemand die zich zonder Jezus en Zijn werk geen raad weet. Hij schreeuwt in alle nood tot de Heiland der wereld. Christenen zijn mensen die met de nood van hun leven, en allereerst en allermeest met de nood van hun schuld voor God een beroep doen op Jezus. De Zaligmaker.
En gereformeerde christenen zijn christenen die bevrijd zijn van alle toeslagre.ligie. Die uitgeleid zijn uit het diens thuis van Jezus en nog iets.
Die niet willen weten van Jezus èn Maria. Niet van Jezus èn de goede werken. Niet van Jezus èn de paus. Niet van Jezus èn de kerk. Niet van Jezus èn de wedergeboorte, al dan niet verondersteld. Want elke toeslagreligie loopt uit op surrogaatreligie. Als je één keer tot het inzicht bent gekomen dat één voor allen is gestorven, 2 Corinthiërs 5 : 14, ben je bevrijd van de extra's. Dan heb je in Christus alles. Zoging dat bij Paulus. Zx: ging dat bij Luther, Zo gaal dat in wezen bij iedereen die tot dat inzicht komt. Want de weg der bekering moge verschillend zijn, het wezen van de bekering is voor ieder zondaar dezelfde. Dit: dat hij afleert iets bij zien zelf te zoeken en aanleert alles te zoeken en te vinden bij Jezus alleen. We moeten al ons heil zoeken buiten ons zelf bij Jezus de Christus.
Ons hart en onze mond moet daarom vol zijn van Hem. Hij alleen.
Hij is de enige Heiland (H.C. zondag 11). Hij is de vólkómen Zaligmaker (H.C. zondag 12). worden we ook bevrijd van alle activisme, dat het gereformeerde leven steeds weer dreigt te verstoren.

Er is geen diepere vreugde hier op aarde dan de vreugde van de zondaar die gehoord heeft de vrijspraak uit louter genade alleen om Jezus' wil. En onrustig blijft ons hart totdat het rust vindt bij de God en Vader van onze Here Jezus Christus. Onrustig blijft ook elk kerkelijk leven totdat het zo de rust vindt. En daarin ligt dan ook alleen de mogelijkheid van de vereniging tussen de Chr. Gereformeerden en onze kerken. Want zo en zo alleen vinden we ook de juiste verhouding tussen eenheid en verscheidenheid.
Nu is mijn indruk - ik formuleer voorzichtig omdat ik geen totaal overzicht kan hebben - dat er bij de Ohr. Gereformeerden meer gehoor is momenteel voor de boodschap van de radicale bevrijding van de schuld dan bij de Vrijgemaakten. Ik denk dat bij ons meer als vanzelfsprekend wordt aanvaard dat er behoud is voor een zondaar zonder de diepe verwondering. De waarheid van het Evangelie is dat God die God is, die goddelozen vrijspreekt. Bij de Chr. Gereformeerden valt wellicht meer nadruk op het "godde1'oos". Bij ons meerop de "vrijspraak". Maar alleen in de verbinding van beiden is er vrede te vinden.
Ds Velerna schrijft "de praktijk heeft tot dusver geleerd dat een groepsmens niet meer terugkeert tot de kerk, maar dat de kerkleden wel door de groep worden aangezogen". Het is waar. Maar dat hoeft toch niet met zich te brengen dat we dan meteen ons zelf gaan beschuldigen.
Dat is wel gewoonte. Maar ik doe daaraan toch maar niet mee. Ds Velema in "Koers" ook niet. Want het is de vraag of dat wat men vindt in "de groep" niet al te zeer de godsdienstige mens in het gevlei komt. Het Evangelie is niet de vervulling van ons diepste verlangen, maar gaat daar vierkant tegen in. Ds Velerna stelt terecht dat wetticisme en libertinisme een gemeenschappelijke wortel hebben. Het is de gemeenschappelijkheid van het niet willen aanvaarden dat God alleen ons redden kan.
Ik vermoed dat ons levensgevoel te makkelijk is en het levensgevoel van onze Chr. Gereformeerde broeders en zusters vaak te moeilijk is. Maar makkelijk en moeilijk zijn begrippen die wegvallen als we staan voor Gods rechterstoel. Daarvoor worden we geplaatst in het Evangelie.
Dan hebben' we op duizend vragen niets te antwoorden. Dan leren we het af aan te komen met onze ervaringen en bevindingen. Met ons gevoelig zijn voor religieuze aandoeningen, Dan leren we vooral af daarop te drijven. Daarin gerust te zijn. Dan leren we óók atle activisme af. Daar houdt de overgang van de kerk naar de groep ook op en wordt niet meer gevoed vanuit de kerk.

Misschien kan ik wat ik bedoel het beste nog aangeven door een voorbeeld.
Toen de vader van Prof. Versteeg eens een ministerspost kreeg aangeboden (onderwijs en toen nog dat wat nu onder CRM valt), weigerde hij omdat hij meende met zijn geweten in conflict te komen als hij moest instemmen met subsidies voor alle mogelijke zaken, die hij eigenlijk veroordeelde. Dat levensgevoel tref je bij ons minder aan dan bij de Chr. Gereformeerden. Ik ben het nooit vergeten. Want Prof. Versteeg Senior had vo1komen gelijk. Het maakte niet veel indruk toen op de massa. Maar het was stijl. De stijl van de vreemdeling op aarde. Zijn wij dát nog? Willen we dát nog zijn? Daarover tot slot de volgende keer.

21 mei 1980

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief