Het gebed in de kerkenraadskamer

1980-06-13
  • Jaargang 24
  • nummer 24
We kunnen in dit opzicht tweeërlei gebed onderscheiden. Er is het consistoriegebed vlak voor en na de eredienst en het gebed, dat plaats vindt aan het begin van een normale kerkenraadsvergadering.
Wat dat eerste gebed betreft, kunnen met name de predikanten constateren, dat het op vele plaatsen niet meer onderhouden wordt. Waarom heeft men het afgeschaft?
Waarschijnlijk vanwege het feit, dat men mag veronderstellen, dat ieder thuis een zegen vraagt over de kerkdienst. En verder zal als motief gelden, dat de dienaar van het Woord in de samenkomsten van Gods volk ook functioneert als dienaar van de gebeden. Zodoende is men waarschijnlijk mèt het nalaten van het zgn. stil gebed in de kerk gekomen tot de opheffing van het consistoriegebed. Het laatst, maar niet het minst zal worden aangevoerd, dat de oorsprong van het genoemde gebed eigenlijk niet te achterhalen is.
Dr H. Bouwman schrijft: "Zeer waarschijnlijk is dit gebed ontstaan in den aanvang der "Afscheiding", toen de geloovigen door een groote verdrukking werden gekweld, bijna nooit zeker waren, dat hunne vergaderingen niet door militairen of door een politiemacht zouden worden verstoord, en daarom de kerkenraad en de predikant, vóór zij den dienst aanvingen, behoefte gevoelden om zich 'eerst in den gebede te vereenigen." ("Gereformeerd Kerkrecht" - Tweede Deel - Tweede onveranderde druk Kampen - 1970 - pag. 98).
Dr Bouwman pleit dan voorts voor een zinvolle voortzetting van het consistoriegebed. De zinsnede: Geef dat de diensten ongestoord moge verlopen" zal nog wel herinneren aan de eventuele ontstaanstijd.
Men kan zich afvragen of het enige betekenis heeft een dergelijke zinsnede stereotiep te reproduceren.
We hebben nu toch de bescherming van de wettige overheid, zodat verstoring van de kerkdiensten bij voorbaat wordt geweerd. Zijn we daar overigens wel echt dankbaar voor, dat wij elke zondag nog tweemaal kunnen vergaderen als gemeente van Christus? Denken wij wel genoeg aan de broederschap in nood in deze wereld, die lijdt aan een overheid vol atheïstische agressie?
Wij menen, dat het gebedvooraf in de kerkeraadskamer zich moet spitsen op de dienst van het Woord. Dr Bouwman geeft terecht aan, dat de dienstdoende ouderling zich niet moet gaan uitputten in een gebed voor de nood van de christenheid en ook niet moet gaan vertolken alles wat zijn hart beweegt. "Hij heeft namens den kerke raad het aangezicht des Heeren te zoeken, opdat het Gode behage den dienaar des Woords te sterken tot den arbeid waartoe deze dn het midden der gemeente geroepen wordt" (Bouwman, a.w. p. 98). .
Die dominee heeft het nodig, dat er 'voor hem gebeden wordt. Wij denken vaak teveel in de richting van "vakwerk". Als een predikant immers ettelijke jaren in het kerkelijk leven meeloopt, krijgt hij een bepaalde bedrevenheid in de uitoefening van zijn ambt. Ja maar, het beklimmen van een kansel en het verkeren op een kansel zijn geen routinegebaren. Altijd blijft er die spanning om het Woord zo te brengen dat het overkomt. Daarom heeft de voorganger zich als het goed is terdege op de dienst is voorbereid. Maar daartoe heeft hl] dan ook voluit de verlichting met de Heilige Geest nodig!
Wij moeten af - ook in kerkenraadskringen - van een bepaald vanzelfsprekendheidsgeloof betreffende de ambtsdienst van de predikant.
Elke dienst is voor hem een gave en een opdracht! De kerkenraad mag hem daarbij steunen.
Daarom dient in het consistoriegebed de vraag of God de pastoor wil beïnvloeden en leiden door Zijn Heilige Geest centraal te staan. En zo is er ook het gebed voor de gemeente, die zich in het kerkgebouw verzameld heeft. Het hart van de kerkganger moet opengaan. Dat kan alleen door de energieke werkzaamheid van de Heilige Geest. En we tasten dan niet in het luchtledige.
Want de HERE heeft te kennen gegeven, dat de Heilige Geest het geloof werkt en versterkt door de verkondiging van het herlig evangelie. Daarop mogen wij een dringend appèl doen.
Wat het gebed na afloop van de kerkdienst in de consistoriekamer aangaat is het uiteraard niet de bedoeling, dat de ouderling van dienst nog weer eens dunnetjes gaat overdoen wat de dominee in de eredienst al gedaan heeft. Het heeft geen zin om dan weer te denken aan zieken en eenzamen, aan zending en evangelisatie etc. Men vrage eenvoudig om een zegen over het verkondigde Woord, zodat de gemeente ook metterdaad mag gaan in het spoor van het evangelie zoals het via de prediking gewezen is.
Want die gemeente is niet klaar wanneer ze de drempel van het kerkgebouw overgaat en het leven weer ingaat. Nee, dan begint het pas! Vooral mag niet achterwege blijven het uiten van intense dankbaarheid
voor het feit, dat de HERE zijn dienstknecht gesterkt heeft om de dienst te leiden en tot een goed einde te brengen. En verder is daar de korte bede om wijsheid en geduld bij het vervullen van de ambtelijke taak voor alle kerkenraadsleden in de nieuw begonnen week.
Niet voor niets heeft Kohlbrugge erop gewezen, dat de Heilige Geest in zijn verkiezend werk juist de weg met de enkele zielen, één voor één gaat. De Christusprediking mag niet alleen in het massale blijven uitgaan tot de schare, die onder de kansel zit. Zij zal ook in het pastorale gesprek moeten worden uitgedragen naar de particuliere mens toe! In het gebed na afloop van de dienst hebben, lof en kritiek ten aanzien van de predikant geen plaats. Een bemoedigend schouderklopje is vriendelijk bedoeld en kan de voorganger op zijn tijd verkwikken maar daarvoor mag men het gebed niet misbruiken. Uiteraard hoort ook de kritiek op de preek in het gebed na de dienst niet thuis. Die kritiek zal men persoonlijk in een gesprek aan de dominee moeten adresseren en als het een ernstige zaak blijkt te zijn in de kerkenraadsvergadering te berde moeten brengen. Er bestaan geen formulieren voor het consistoriegebed. Ieder doet het op zijn eigen manier! Als het maar kort en krachtig is! Het kortste gebed van een ouderling moet geweest zijn: "Here, zegen deze spijze, Amen."
Of het opzet was of beruste op een vergissing, vermeldt de historie niet. Maar dat het kort en krachtig was kan niemand ontkennen en eigenlijk moet iedereen toegeven, dat hier de kern werd geraakt.
Men hoeft niet steeds te zoeken naar nieuwe formuleringen, hoewel een bepaalde voorbereiding geen kwaad kan. Zo zal het consistoriegebed iets kunnen betekenen voor hem, die de boodschap van zijn Zender heeft / had te vertolken, maar ook de functie krijgen van samenbinding van alle kerkenraadsledenl
Wat het kerkenraadsgebed betreft zoals het aan het begin en aan het eind van een vergadering wordt uitgesproken willen we 't volgende opmerken: Ook hierin zij men sober en beperke men zich tot de werkelijke zaken, die in een dergelijke vergadering aan de orde komen. Er kunnen uiteraard ingrijpende gebeurtenissen plaatsvinden, die direct aandacht krijgen in het gebed.
Dit geldt zowel gebeurtenissen van kerkelijke als van internationale aard. De oude formuliergebeden, te gebruiken bij de opening en de sluiting van de vergaderingen, zijn verkort en in een moderne versie te vinden in het "Gereformeerd Kerkboek", een uitgave van de (vrijgemaakt) gereformeerde kerken in Nederland volgens opdracht van de generale synode te Kampen, 1975.
Wij achten dit een treffende weergave van de inzet van de kerkenraadsvergadering.
We hebben de HERE te smeken of Hij ons als zondige mensen wil gebruiken voor Zijn dienst. Het gaat om de eer van zijn Naam, de opbouw van zijn gemeente en de doorbraak van zijn Koninkrijk Al onze overwegingen moeten getoetst worden aan de norm van Gods heilig Woord. De besluitvorming dient ook te zijn tot vrede van ons eigen hart. Daarom vragen wij onze God of Hij ons tevens de nodige zelfbeheersing wil geven in ons spreken. De verhoudingen dreigen geschaad te worden door een te 'emotionele ontlading van gevoelens. Zelfbeheersing behoort naar Galaten 5 tot de vrucht van de Geest. We zullen respect moeten hebben voor elkaars mening.
Ons inzicht heeft niet het eerste en het laatste woord. We zullen naar de anderen hebben te luisteren.
En via het gebed stenen wij ons open voor God en voor elkaar.
Zo alleen kan er sprake zijn van een vruchtbaar samenzijn. We zitten er immers niet om onszelf te laten horen, maar om samen de Here Christus en zijn gemeente te dienen.
Men mag het gebed niet aanwenden om een ander in zijn straatje te laten lopen. Het wekt terecht diepe ergernis als men probeert God voor zijn karretje te spannen.
In dat verband kwamen we verschillende jaren geleden in de pers eens een sterk verhaal tegen. Maar ds M. Groenenberg, de bekende Herv. em. pred., staat er blijkbaar voor in, dat het echt gebeurd is.
Hij vertelde eens in een artikel onder de titel: "TIRANNIEK BIDDEN" het volgende: "Een verhaal over een midden-orthodoxe dominee. Het was bekend, dat zijn kerkenraadsvergaderingen maar zeer kort duurden en dat alle besluiten met algemene stemmen werden genomen. Wat was het geheim?
Het gebed! Maar er zijn meer kerkenraadsleden en predikanten, die al vóór de vergadering bidden, vooral als ze er tegen opzien, maar de vergadering wordt er niet korter van en de eenstemmigheid is ver te zoeken. Hoe deed deze dominee dat toch?
Vóór de vergadering ontving hij ieder kerkenraadslid apart :op zijn studeerkamer. Hij nam de agenda door en wanneer bleek, dat hij bij een bepaald lid tegenstand ontmoette, zei hij: Laten we nu samen bidden! Na afloop vroeg hij dan hoe dat kerkenraadslid nu dacht en bleek hij nog steeds verkeerd te denken, dan zei hij: We zullen nog eens bidden. Dat ging zo door tot iemand op de knieën was gebeden of, met andere woorden, tegen de vlakte. Dit was doodgewoon vrome tirannie. " Na dit bijna ongelooflijke verhaal, vervolgt ds Groenenberg dan: "Misschien moesten we wat minder bidden als agendapunt, maar meer zo eens tijdens de vergadering als we samen op iets stuiten, dat ons zeer ter harte moet gaan. Of als we samenrecht in de knoop zitten. Of als er op de vergadering een geestelijke milieuvervuiling is ingetreden. Dan moet er "geestelijk" worden gebeden en niet in de trant dat God toch vooral moet gaan doen wat de bidder op de vergadering zo sterk heeft verdedigd. God laat zich gelukkig niet manipuleren, maar zo wordt het gebed toch weer tiranniek".
De teneur van dit verhaal heeft ons allemaal wat te zeggen. Wij bidden teveel verkeerd en te weinig echt geestelijk! Wij moeten de tirannie uit ons eigen hart laten verdrijven door de kracht van de Heilige Geest! Hij preparere ons op het gebed ook als we daartoe in de kerkenraadskamer worden geroepen!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief