Saul (2)
1980-06-13
Saul gaat zijn eigen weg. Dat kan zo niet doorgaan en dus komt Samuël tot hem met de boodschap 'De HERE heeft het koningschap heden van u afgenomen... ' (1 Sam. 15: 28). Omdat Saul God verwerpt, verwerpt God hem.- Jaargang 24
- nummer 24
Aan het begin van zijn optreden is het de Geest van God die Saul teidt maar nu wijkt die Geest steeds meer van hem, met als gevolg dat er een boze geest voor in de plaats komt. Saul is geen dienstknecht meer van de Heer, maar een prooi van de satan. Wel laatGod David naar Saul gaan om voor hem te spelen. 'Telkens als die geest Gods over Saul kwam. nam David de citer en speelde; dat schonk Saul verlichting, nij voelde zich beter en de boze geest week van hem' (1 Sam. 16: 23). Het eind van het leven van Saul is benauwend. De felle strijd met de Filistijnen brengt een totale nederlaag voor Israël. De vijand dringt steeds meer op, men wil Saul zelf hebben, hem - en zó God vernederen. De zonen van Saul zijn al gesneuveld, op de berg Gilboa wordt het eenzaam om Saul heen. Om te voorkomen dat hij in handen van zijn vijanden zal vallen, laat Saul zich in zijn eigen zwaard vallen (1 Sam. 31 : 4).
Een roemloos einde voor Saul, de man die eens door Samuël werd gezalfd.
Zijn lijk wordt door de Filistijnen verminkt, maar als de inwoners van Jabes horen wat er is gebeurd, halen ze de lidhamen van Saul en zijn zonen en begraven die in Jabes.
Zó eren ze hun koning, die eens door God werd geroepen. En als David hoort wat er is gebeurd zingt hij een klaaglied: 'Het sieraad, o Israël, op uw hoogtea ligt het verslagen. Hoe zijn de heiden gevallen…” (2 Sam. 1 : 17 e.v.).
Een roemloos einde.
Duisternis rond Gilboa.
Maar toch óók licht.
Want God gaal verder met Zijn volk, Hij heeft David al geroepen en gezalfd en die moet aan het volk laten zien wat het zeggen WlÏI koning te zijn over Gods volk.
Dat koningschap over Israël moet immers een afbeelding zijn van het koningschap van de beloofde Messias. Christus zal zijn volk eens bevrijden, echt en helemaal. Saul heeft de HERE miskend en verloochend als degene die het alléén voor het zeggen heeft.
David komt, ook een mens, ook iemand wiens leven niet zonder zonde is.
Maar na David komt Christus, de waarachtige koning, de volkomen heerser.
We kunnen van de geschiedenis van Saul veel leren. Wie God verlaat krijgt met Hem te dóen.
Als het aan Saul had gelegen was er van Israël niets terecht gekomen.
Als het vandaag aan ons ligt komt er van de evangelieverkondiging in deze wereld evenmin iets terecht. Mensen falen.
Saul, de door God gezalfde, faalt.
Wij, door God geroepen om koningen en priesters en profeten te zijn, falen.
God maakt recht wat mensen krom laten liggen.
Dat is troostvol, Hij blijft voor Zijn volk de Immanuël.