Over a.s. dominees en gemeenten
1980-06-20
Het zal in deze bijdrage niet gaan over studiebegeleiding, over Apeldoorn of het seminarie. Daar is al veel over gezegd en geschreven en er zal nog wel het nodige op volgen.- Jaargang 24
- nummer 25
Ik zou hier aandacht willen vragen voor enkele andere facetten, zaken die óók onze aandacht behoeven en die tot nu toe m.i. te weinig of in het geheel niet kregen. Daarbij maak ik gebruik van gegevens uit het informatieboekje-1979, zonder met mutaties, die daarin aangebracht behoren te worden, rekening te houden. Eerst iets over de omvang van de gemeenten. Die is als volgt weer te geven:
< 100 leden = 13
100-200 leden = 30
200-300 leden = 19
300-400 leden = 12
400-500 leden = 8
> 500 leden = 12
Totaal = 94
De spreiding van de gemeenteleden over de woongebieden is vrij groot Dat zie je bij diverse gegevens staan: "Onder deze kerk ressorteren... ". Je kunt die spreiding echter niet in een tabel weergeven, maar ieder heeft er wel weet van, hoevèr velen "van de kerk" (het centrum) wonen. Afstanden van 10 km en meer zijn geen uitzondering, eerder regel.
Vervolgens de leeftijd van de dienstdoende predikanten (zendelingen inbegrepen), die als volgt is:
beneden 30 jaar = 8
30-34 jaar = 6
35-39 jaar = 8
40-44 jaar = 4
45--49 jaar = 17
50-54 jaar = 10
55-50 jaar = 13
60 jaar en ouder = 5
Totaal = 71
Als we er nu - heel globaal en gemakshalve - van uitgaan, dat gemeenten met meer dan 200 leden een predikantengezin kunnen onderhouden, zouden ruim 40 gemeenten samenwerking met andere kunnen zoeken om een eigen predikant te beroepen. Maar dan gaat de oppervlakte waarover de gemeenteleden zijn verspreid, voor de predikant een nóg grotere rol spelen, Afstanden worden toch al groter, nu de woonfunctie van de grotere steden terugloopt. Voor het bijwonen van de samenkomsten op de zondag kan de auto een oplossing zijn, maar in de week is dat veel moeilijker. Het catechetisch werk, de jeugdverenigingen, bijbelkringen en gemeentevergaderingen komen in de knel. Het elkaar steunen, op elkaar toezien, medeleven, het wordt moei1ijker. En dan spreek ik nog niet over de ouderen, voor wie dit alles zwaarder drukken zal.
De vraag dringt zich op, of ook de meeste kleine gemeenten niet gediend zouden zijn met een eigen voorganger, zij het met een parttime taak. Letten we verder op de maatschappelijke ontwikkelingen, dan moeten we rekening houden met een verdere ontkerkelijking in Nederland, met het leven in een wereld, die zich hoe langer hoe meer losmaakt van de HERE, waarin onze kinderen en kleinkinderen als eenlingen zullen staan. Dat vraagt ook om méér contacten met elkaar, om méér samenleven als gemeente, óók om voorgangers, die aan het gemeentelijk leven enige leiding geven. De andere ambtsdragers zullen niet steeds zoveel tijd voor de gemeente beschikbaar kunnen stellen als wel nodig is, zeker niet met de grotere afstanden.
De jongelui, die zich bekwamen voor de taak van predikant, zullen dus in de toekomst een werkterrein krijgen met een grote oppervlakte en hier en daar enkele gezinnen. In een postchristelijke wereld. Een kleine gemeente dienen zal voor hen een redelijke taak kunnen zijn (al dan niet part-time), maar een combinatie van gemeenten, gegeven de grotere uitgestrektheid van het terrein, een te zware.
Verder zullen ± 45 predikanten, die thans in onze gemeenten werken, de eerstvolgende 20 jaar de 65-jarige leeftijd bereiken. Dat betekent dat er jaarlijks minstens 2 à 3 nieuw bij zullen moeten komen en dat in het jaar 2000 meer dan de helft van de thans aanwezige afgelost zal zijn. Als je nu de lijst van theologische studenten beziet, is je eerste reactie dat dat aflossen in de komende jaren geen problemen behoeft te geven, wat aantal betreft. Maar als je let op het onderschrift, dat niet alle genoemden zich voorbereiden op het werk in de pastorie, ben je geneigd te concluderen dat er te weinig kandidaten beschikbaar zullen komen.
Maar moeten we enkel letten op theologische studenten? Zou de HERE ons ook langs andere wegen willen voorzien van broedersvoorganger?
Dit alles brengt mij er toe enkele vragen neer te schrijven:
- zullen we er naar moeten steven, dat méér kleinere gemeenten dan tot nu toe een eigen predikant zullen ontvangen, zij het met een part-time taak?
- houden we voldoende rekening met een intensiever taakuitvoering door de a.s. predikanten, gegeven de geestelijke, maatschappelijke en sociale ontwikkelingen?
- zullen we in de toekomst beschikken over voldoende broeders, die zich wensen te bekwamen voor die taak (al dan niet part-time)?
- kunnen we ook andere wegen dan de thans gebruikelijke inslaan ten behoeve van a.s. dominees en gemeenten?
Veel vragen, geen antwoorden. Kerkenraden, die zich voor deze vragen geplaatst weten, zouden over deze problemen dienen na te denken en daarop te reageren.