De dichter en zijn dood (2)

1979-11-23
  • Jaargang 23
  • nummer 44
Ik zou, zo beloofde ik in het vorige artikel, nog iets zeggen over de zogenaamde helderziendheid van de dichter Marsman.
Daartoe eerst iets over zijn aard, aanleg en omstandigheden.
Hermie (U weet dat hij zo werd genoemd) is een heel energieke jongen, met een sterke wil om van het leven iets te maken. Hij heeft een biezondere intelligentie en daarbij de gevoeligheid van de dichter. Wat hij beleeft, of, beter gezegd, wat hij ervaart moet hij uiten in een gedicht.
Zodoende weten we b.v. dat hij geweldig veel hield van het water. Dat blijkt o.a. uit het volgende gedicht.

Lezend in mijn boot

Ik was nog een jongen toen ik voor
het eerst het verhaal van den Vliegenden Hollander las.
't was zomermiddag, ik was
in mijn roeiboot de plas
opgegaan en liet mij drijven:
ik lag op mijn rug,
de ruimte, de teerlucht, de lichte golfslag,
tegen het boord verrukten mij en ik dacht:
wie kan zeggen, dat hij het licht heeft gezien
en muziek heeft gehoord,
zolang hij het water niet kent
en dit landschap niet heeft gezien?

Hennie mag dan in het beboste Zeist wonen, een roeiboot heeft ie en hij gaat de plas op.
Zijn liefde voor het water drijft hem ook naar de Zeevaartschool, waarvoor hij, zoals gezegd, werd afgekeurd.
Wat zal hij veel over de zee en het varen op zee hebben gedacht en gedroomd.
En wat was zijn zwakke gezondheid hem dan een ergernis.
Hij wil niet ziek zijn, hij wil leven, hartstochtelijk leven. De keiharde wetmatigheid van zijn. kwaal kan hij niet uitstaan. Hij erkent maar één wet: LEVEN.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief