Inzicht gevraagd!
1983-09-02
Straattaferelen- Jaargang 27
- nummer 32
Het is achter in de middag, tegen het vallen van de a tijd vroege avond. In Babel gaat het leven zijn alledaagse gang. Als altijd is het een drukte van belang in de smalle straten en op de iet wat ruimere marktpleinen. Er wordt nog steeds gekocht en verkocht op dit late uur.
Een koopman meet tentdoek af met een span - oorspronkelijk de afstand tussen uitgestrekte duim en pink. De lucht is zwaar van de sterke geur van mirre, wierook en kruiden - de laatste worden afgemeten met een klein maatje. Gouden en zilveren weegstukken. liggen als tegenwicht op de stoffige weegschaal en balans.
Bij de bron scheppen dorstigen met de holle hand water uit de emmer - glanzende druppels glijden aarzelend en grillig omlaag. Veehandelaars en slagers proberen voor het donker de laatste stukken vlees en offerdieren te slijten. Schepen uit verre landen aan de einden der aarde voeren af en aan op de Eufraat. Op de aanlegplaats wordt kostbaar cederhout van de Libanon uitgeladen - luidkeels aangeprezen voor het betere timmermanswerken voor verfijnd houtsnijwerk, De goud- en zilversmid en de beeldende kunstenaar oefenen hun edel ambacht uit aan de straat, omringd door nieuwsgierige, bewonderende kijkers en eventuele kopers. De zon staat laag en accentueert het profiel van wie Babels majestueuze poorten passeren: trotse Babyloniërs op weg naar huis.. exotisch geklede zeelieden aan het passagieren, ethische minderheden, ooit gedeporteerd uit verre, vreemde streken. Joden uit Jeruzalem en Judea bijvoorbeeld.
Wereld-tafereel
De profeet kijkt ze aan met strakke blik, in hun ogen leest hij de twijfel, het wantrouwen, het ongeloof. Hun ballingschap is voorbij? Over een effen heerbaan trekken de door gindse wildernis, die verre woestijn van bergen en heuvels? Niemand legt ze een strobreed in de weg, want alle vlees, ook de machthebbers van Babel, zijn niet meer dan gras en hun glorie is even kortstondig als een steppebloem? Op zulke Woorden moeten zij afgaan? De profeet hóórt hen denken. En weet: ze hebben geen fiducie meer in Hem die eens met een simpel woord hemel en aarde schiep. En met een weids gebaar vraagt hij hun: wie, welk schepsel mat de wateren met zijn holle hand, bepaalde de omvang der hemelen met een span, vatte met een maat het stof der aarde (de grond), woog de bergen met een waag, de heuvels met een weegschaal? En bij wie van jullie kwam Hij om raad vragen, wie bracht hem kennis en inzicht bij? De oceanen meten met de bolle' hand - beseffen jullie wel hoe klein een mens is? Mensen zijn klein: zie, volken zijn als een druppel aan die emmer - hij spat uiteen op de stoffige straat; als een stofje aan gindse weegschaal - van geen enkel gewicht. Zie, eilanden - die verre onmetelijke einden der aardezijn als fijn stof, dat uitgestrooid wordt: een handvol zand dat tussen de vingers doorglijdt en achteloos wordt uitgestrooid. Zien jullie die offerdieren daar? Gaan je gedachten uit naar Babylons "machtige"
goden? De Libanon met al zijn ceders is niet toereikend als brandhout en al het wild dat daar te vinden is volstaat niet als brandoffer ...
Vanaf ..in den beginne ... "
Alle volken samen zijn voor Hem als niets, minder dan niets -met wie willen jullie God vergelijken? Jullie denken toch aan Nebu(kadnezar) , aan (Evil-)Marduk, aan Bel(sazar)? Aan die godenbeelden die jaarlijks rondgedragen worden? Of die in goud of hout in klein formaat als wijgeschenk hun opgedragen worden? Want Jeruzalem is verwoest en het tempelgerei staat toch maar mooi als overwinningstrofee in de tempel van Babels goden uitgestald ... en wat kon God, jullie God daartegen beginnen – vraag je?
Wéten jullie ‘t niet? Hebben jullie 't niet gehoord? Is het jullie van het in den beginne af niet verteld? Natuurlijk wel - de Schrift, de thorah ("in den beginne") is mee naar Babel gegaan... Maar hebben jullie bij al wat je gehoord hebt en ziet dan geen inzicht? Trekken zelfs jullie, net als de heidenen dan geen conclusie? (vgl. Rom. 1: 20-23). Komen ook jullie niet verder dan een goedgelijkend beeld op zijn best van een ... mens? En met een allesomvattend gebaar illustreert de profeet zijn onderricht: Hij heeft zelfs geen tempel meer? Hij troont boven het rond der aarde - en haar bewoners zijn in zijn ogen niet groter dan sprinkhanen - zonder onderscheid!
Geen tempel! Hij breidt de hemel uit als een fijn doek, spant hem als een tent om in te wonen, waarin ook jullie wonen. Jullie geloven in een Schepper maar zijn bang voor schepselen, voor regeerders en machthebbers? Voor sprinkhanen-in-zijn-ogen? Nauwelijks hebben ze hun macht gegrondvest, amper staat hun stek vast of één ademtocht van Hem doet ze verdorren tot in de wortel en de stormwind jaagt ze als stoppels de woestijn in: geen mens die hen nog kent of over ze praat, laat staan bang voor ze is... ze zijn verleden tijd.
... onvergelijkelijk
Met wie dan toch willen jullie Mij vergelijken, dat Ik hem gelijk zou zijn? vraagt Israëls God nu zelf aan zijn volk. De avond is gevallen - snel is het duister geworden: Heft uw ogen naar omhoog en ziet: wie heeft dit alles geschapen? Hij, die (sinds de schepping tot heden toe) als een veldheer dat sterrenleger doet optrekken aan de hemel en elk daarvan bij name oproept - zo overweldigend- machtig is Hij -en nog niet één durft achter te blijven? ' Waarom dan toch zegt gij, O Jacob, en spreekt, O Israël: verborgen is mijn weg voor de HERE en aan mijn God gaat mijn recht (NB ... ) voorbij? Zegt mijn Naam jullie niet meer "Hij is er"? Nog eens: weten jullie het dan niet? Hebben jullie het dan niet gehoord? Zijn jullie bij het horen van "In den beginne ... " horende doof en ziende blind? Is jullie God alleen de God van "in den beginne", van alleen het verleden? Een eeuwig God is de HERE, (die) Schepper van de einden der aarde. Kan Hij niet voleinden wat zijn Hand begon? Ziet Hij er geen gat meer in? In wat Hij jullie beloofde?
Is de wereldsituatie Hem te ingewikkeld geworden, te machtig? Ziet ook Hij geen kans meer er iets aan te doen? Is Hij niet bij machte een nieuw Jeruzalem te realiseren?
Weet dan: Hij wordt niet moe noch raakt afgemat - hoe ingewikkeld het wereldpatroon mag zijn: Zijn verstand - het inzicht van de Schepper - is grenzeloos, niet te doorgronden.
Sterker nog: Hij geeft wie moe is kracht, wie machteloos is nieuwe energie. En nog sterker: jonge mensen in de volle kracht van hun jeugd, bijna onuitputtelijk sterk. Ja als zelfs die van uitputting en afmatting over hun eigen benen struikelen, dan nog zullen wie naar Hem opzien en uitzien nieuwe kracht putten, verder kunnen komen. Wie, als Abraham onder de sterrenhemel, al zijn hoop bouwt op de HERE en Zijn Woord - of men nu jong is of oud: die zullen als op arendsvleugelen verder kunnen. Zij lopen - de lange weg door de woestijn - maar worden niet moe; zij wandelen maar raken niet (als Hagar) afgemat: zij halen 't nieuw Jeruzalem!