Zo was het (33)
1979-11-30
Bij Hervormden en Gereformeerden van allerlei kleur leefde en leeft de gedachte, dat de Heilige Geest in ons leven werkt, zónder ons. Uit de vaderlandse geschiedenis herinner ik mij vaag, dat er eens over het lot van ons land beslist werd "over u, met u en zonder u". Zo dacht en denkt men nog in vele kerkelijke kringen over het werk van de Heilige Geest.- Jaargang 23
- nummer 45
Met het gevolg, dat menige predikant met sommige teksten eenvoudig geen raad weet. Alsof het gisteren gebeurd is herinner ik mij eens een preek gehoord te hebben over Efeze 5 : 18 en 19: "Bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest; en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen en zingt en jubelt de Here van harte." Het zal Pinkstermaandag van het jaar 1946 geweest zijn. Ik was "vrij" en hoorde de preek van een collega aan. Niet met bewondering, maar wel met verwondering. En daarvoor was reden naar mijn overtuiging. Van toen en nu.
Maar laat ik vertellen hoe m'n vriend en collega deze tekst behandelde.
Het begin daarvan bepreekte hij met geestdrift. Hij was namelijk vurig geheelonthouder. Vol vuur en vaart waarschuwde hij voor de drankduivel.
En schilderde allerlei liederlijkheid als gevolg van alcoholmisbruik. Ik was en ben praktisch wel geheelonthouder. Maar lid van een vereniging was ik niet. Doch ik was het hartelijk met de spreker eens, dat misbruik van alcohol verschikkelijke gevolgen heeft. Hij strekte zijn waarschuwing ook uit tot het zich een roes drinken aan de gekkigheden en zotternijen van de wereld. Dat staat wel niet in de tekst, maar was toch wei op z'n plaats. We mogen niet vol zijn van de geneugten van de wereld. Om met psalm 1 te spreken: "Welzalig de man, die niet wandelt in de raad der goddelozen, die niet staat op het pad der zondaars noch zjjt in de kring der spotters". Het begin was goed naar mijn smaak.
Ook het slot van de preek was machtig en kraohtig. Zingt elkander toe in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen; zingt en juicht in uw hart voor de Heer. De spreker was een liefhebber van zang en muziek. Hij prentte het ons in: Looft de Here met snarenspel en orgel. Met muziek en zang. Met psalmen en gezangen. Hij was een voorstander óók van gezangen in de eredienst. Maar in zijn gezin en vele andere werd nog gezongen, meestal bij een harmonium. Een goede gewoonte naar hij verkondigde.
Ook dat was ik hartelijk met hem eens. Het slot had ook mijn volle instemming. En dat heb ik hem na de preek ook gezegd.
Maar met de hoofdzaak, de kern van de tekst, wist hij geen raad. Daar staat: wordt vervuld met de Geest, wordt vol van de Geest. Waarmee zonder twijfel de Heilige Geest bedoeld is. We mogen ook wel vertalen: laat u vervullen met of door de Geest. Maar in die dagen luidde de tekst: wordt vol van de Geest. Daar wist m'n collega geen raad mee. Hij was namelijk een volbloed Kuyperiaan. Zoals heel veel dominees in de gereformeerde kerken van toen. Hij was overtuigd, dat de wedergeboorte een werk van God was. Waarbij de HERE onmiddellijk, d.w.z. zonder middel werkte.
De wedergeboorte was een werk Gods, dat gebeurde door een scheppend machtwoord van de HERE. Het was zoiets als de inplanting van een levenskiem. waaruit geloof en bekering als vanzelf opbloeien. De gelovigen mochten en moesten uitgaan van de veronderstelling, dat hun kinderen reeds wedergeboren waren in hun prille jonkheid. God goot om zo te zeggen een goddelijk iets of een vonk van leven in de kindertjes. Daar kort een mens niets af of toedoen. Een mens was wedergeboren of hij was het niet. Naar Gods vrijmachtig welbehagen. Het was een daad of werk "in ons zonder ons".
Omdat m'n collega het met deze opvatting hartelijk eens was moest hij deze tekst ook wel in overeenstemming met deze overtuiging verklaren.
Hij deed dit zo: Laat zien, dat gij wedergeboren zijt. Toont, dat gij door de H. Geest zijt vernieuwd. Dat gij van die Geest vol zijt. Onder die preek dacht ik: maar als iemand nu niet wedergeboren is of meent niet vernieuwd te zijn, wat moet die dan met deze tekst? Als hij het niet is kan hij het toch ook niet tonen. Maar ik dacht ook iets anders: beste collega, dat staat er niet! Waarom laat je niet staan wat er staat. Dat toch is een goede regel bij de verklaring van de Schrift: lees wat er staat, laat staan wat ge leest, en laat u daardoor gezeggen.
Als ik me wel herinner gingen we naar de pastorie en dronken een kop koffie. Het zal nog wei surrogaat zijn geweest. Ik overviel hem niet direkt met m'n kritische vraag. Toen ik hem naar bus of auto bracht heb ik hem gezegd, dat ik begin en slot van z'n preek heel goed vond. Dat ik met volle instemming en genoegen daarnaar had geluisterd. Maar ik vroeg hem ook: Waarom durfde je niet met de tekst de gemeente vermanen: wordt vol van de Geest. Laat je vervullen van of met de Geest.
Zorgt er voor, dat ge niet vol zijt van de wijnroes, maar van de "roes" van de Geest. Dát staat er toch.
Hij was direkt met z'n antwoord klaar. Hij zei: maar daar kun je de gemeente toch niet toe opwekken? Daar kunnen wij toch niet voor zorgen?
We zijn toch wedergeboren of we zijn het niet. Paulus moet dus bedoeld hebben: Laat zien dat gij de Heilige Geest hebt en wedergeboren zijt?
Ik was ook direkt met mijn weerwoord klaar: vaat maar rustig staan wat er geschreven staat. We moeten niet luisteren naar dr Kuyper, maar naar de vertroosting of vermaning van het Woord van de Here. En als een apostel van de Here Jezus aan gelovigen schrijft: "Wordt vol van de Heilige Geest", dan bedoelt hij niets anders dan wat hij zegt. We moeten maar oppassen, dat we ons geen roes drinken van wijn. Maar we zulten zorgen vol te worden van de Heilige Geest. M'n vriend hield vol: maar dat kán hij niet bedoelen.
Vermoedelijk hebben we daarover later nog doorgepraat. Ik heb hem er op gewezen, dat in de Schrift heel wat vermaning staat in de vorm van: "wordt" dit of dat. De voorbeelden liggen voor het grijpen. In Rom. 12 : 2 lezen we: "Wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt onderkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene". Daar staat dus: wordt hervormd of veranderd, Luther vertaalde zo: "veranderd u door de vernieuwing van uw gemoed".
Nog weer anders kan ook: "hervormt u door vernieuwing van inzicht".
Dat "veranderd worden" gaat niet vanzelf. We moeten ons laten veranderen, onszelf veranderen. In Hand. 2 : 40 vermaant Petrus z'n hoorders: "wordt behouden van dit verkeerd geslacht". Met recht vertaalde Luther: "Laat u redden". Een andere vertaling luidt: "Redt u toch uit dit bedorven geslacht". We worden niet automatisch gered, ons behoud gaat niet buiten ons om. Petrus deed een beroep op zijn hoorders om zioh te bekeren.
En zo staat het ook in de bekende tekst: "Werkt uw eigen redding met heilige zorgvuldigheid, want het is God die in u werkt het willen en het werken tot roem van Zijn welbehagen".
Nog één voorbeeld wil ik geven. Wij lezen in 11 Kor. 5: 20 "laat u met God verzoenen". We zouden ook wel kunnen vertalen: "wordt met God verzoend". Zelfs durf ik ook wel deze verklaring aan: Verzoent u met God. Zoals een vertaling werkelijk luidt. Het zijn vermaningen, die ons opwekken tot zelfwerkzaamheid als er staat: wordt dit of dat. Zo lezen we: Wordt krachtig in de Here. Wordt geheiligd. Wordt sterk in de genade. Wordt heilig. Wordt vernieuwd. God werkt dat alles. Maar wij worden opgewekt God in ons leven te láten werken.
Als ik me wel herinner heb ik ook tegen m'n vriend gezegd: Als jij tegen een jongen zegt: "wanneer jij niet anders wordt dan groei je op voor galg en rad", dan bedoel je toch: Zorg er maar voor, dat je niet voor galg en rad opgroeit! Als die jongen zou zeggen: "maar daar kan ik niets aan doen, zo ben ik nu eenmaal, dan zou jij zeggen: Dat dankt je de koekoek.
Dat is een mooi smoesje, maar Je kunt er wei wat aan doen. Als je maar wilt!
Zo staat het ook met het vol worden van de Heilige Geest.
Ik heb m'n collega niet kunnen overtuigen. Zo gaat dat als iemand vast zit in een menselijk gedachtensysteem. Als iemand daarin "gepokt en gemazeld is", dan is het een wonder, als hij daarin niet blijft vastzitten.
Vermoedelijk heeft m'n vriend en broeder niet naar zijn theorie geleefd.
Hij was een oprecht christen. Die z'n best deed om naar het Evangelie te leven. Maar z'n theorie en z'n preek deugde niet.
Nu komt allicht de vraag op, op welke manier we dan vervuld worden van de Geest. Wat moeten we daarvoor dan doen? Allereerst zou ik zeggen: door niet vol te worden of te zijn van de wijnroes. Door niet vol te zijn van allerlei wereldse zaken. Door af te leggen de oude natuur of de oude mens. Zo spreekt de Schrift. En door aan te doen de nieuwe mens, die in Christus is herschapen om goede werken te doen. Het was een bekend gezegde en mogelijk is het dat nog wel: "Waar het één zit kan het ander niet zitten", En nu herinner ik mij een les, die mij aanschouwelijk werd voorgesteld door een meester op de lagere school. Hij was een voorstander van aanschouwelijk onderwijs. En bracht dat ook in praktijk.
Om nooit te vergeten. Mogelijk heb ik het verhaal wel eens gedaan.
Maar het is wel een herhaling waard.
Bedoelde meester stuurde een jongen naar het huis van de bovenmeester, waar hij een emmertje water moest vragen. Ondertussen zette de onderwijzer een groot leeg glas of karaf op de lessenaar. De jongen kwam met water terug. Toen werd hem gezegd: Giet het glas vol! Toen dit gebeurd was wou de jongen natuurlijk ophouden. Maar de meester zei: doorgieten!
Doorgieten? Ja zeker. Met opgetrokken schouders deed de jongen dit. Met gevolg dat het glas natuurlijk niet voller werd, maar dat het water over de lessenaar en vloer stroomde.
Toen kwam de toepassing: Jullie ziet, dat bij een vol glas niets meer bij kan. Zó is het nu ook in jullie leven. Als jullie vol zit met allerlei gekkigheden, dan kan er niets anders bij in. Zorgt dus, dat jullie hoofden en harten vol zijn van goede zaken. Van wat de HERE jullie belooft en van de bevelen, die Hij geeft. Dan ben je daar zo vol van en hebben jullie het daar zo druk mee, dat er geen slechte dingen in kunnen. Want waar het één zit kan het andere niet zitten! Een wijs woord. Waaraan ik mij niet altijd heb gehouden, helaas. Maar doorgaans heb ik het toch wel geprobeerd.
Het is een goede zaak, dat we nuchter blijven van wereldse dwaasheden.
En dat we bidden om de- genade van de Heilige Geest. En dat we ons door die Geest laten leiden. Hij wil het graag doen. Hij heeft er plezier in ons te leiden door middel van het Evangelie. Want dat is hèt middel, waardoor Hij ons wil regeren. Ais wij ons maar láten regeren. Het zal aan de Geest niet liggen. Hij wil dat wij ons leven leeghouden van de gekkernijen en zotternijen van de wereld. En vol worden van de Geest, zodat wij het goede willen en het heilige en rechtvaardige en het volkomene.
Dan zullen we ook bezig zijn met de HERE te loven door lied en spel.
Luther moet eens gezegd hebben, dat boze mensen niet zingen. Dat ze niet zingen, zou ik niet willen zeggen. Maar ze heffen in e1k geval geen psalmen en gezangen en Geestelijke liederen aan. Als het goed met ons is doen wij dat. Niet alleen waar het volk vergaderd is. Maar ook in onze huizen. Als onze stem nog mee kan. En anders zingen we met ons hart.
Tegenwoordig worden vooral onze jonge mensen bedreigd door allerlei onzinnigheden. Of tenminste door vertoningen, die de moeite van het kijken niet waard zijn. De t.v. is een prachtige uitvinding. We hóeven daar vanzelf geen gebruik van te maken. Maar het mag zeker wel. Alleen moeren we wel zorgen dat wij of onze kinderen door allerlei voorstellingen niet zó in beslag genomen worden, dat voor het Evangelie en al wat God bevolen heeft weinig of geen plaats overblijft. Laat onder de macht van geen ding u brengen, staat ergens. Van géén ding: niet van een hobby, niet van een spel, niet van de t.v. We mogen van niets "gek" zijn.
Laten we maar vol zijn van de "roes" van de Heilige Geest. Dan willen en kunnen allerlei slechtheden en dwaasheden er niet in. Van sommige discipelen staat geschreven: Zij waren vol van geloof en van de Heilige Geest. Gezegende mensen. En dat is nog zo.