MIJN GOUDEN TIJD
1979-12-07
In ons Church Hymnary komt een lied voor, dat u zou moeten kennen.- Jaargang 23
- nummer 46
Nu ja, moeten is te sterk; maar u zou er zichzelf een genoegen mee doen.
Niet alle Engelse kerkliederen zijn even belangrijk; er komen zelfs erg onbelangrijke voor. Wij gebruiken hier een uitgave, die u met de Hervormde Gezangenbundel uit 1938 kunt vergelijken. Er is ook een nieuwe uitgave, van 1973, die op het niveau van het Liedboek (1973) staatmaar daar zijn wij in de country nog niet aan toe.
Nu, het lied dat ik u vandaag wilde voorleggen was waard in het Liedboek te zijn opgenomen en door u gezongen. Het zou daar geheel op zijn plaats zijn. Misschien wordt het nog eens door dichters als Wit en Barnard ontdekt, berijmd en toegevoegd aan de Nederlandse liederenschat voor de kerken. Het christendom is wereldomspannend en we kunnen heel wat opsteken van elkaar. Hier volgen de Engelse tekst en mijn vertaling:
Lord, in the fulness of my might
I would for Thee be strong:
while runneth o'er each dear delight,
to Thee should soar my song.
I would not give the world my heart
and then profess Thy love,
I would not feel my strenght depart
and then Thy service prove.
I would not with swift winged zeal
on the world's errands go,
and labour up the heavenly hill
with weary feet als slow.
O not for Thee my weak desires,
my poorer, baser part.
o not for Thee my fading fires,
the ashes of my heart!
Ochoose me in my golden time:
in my dear joys have part!
For Thee the glory of my prime,
the fulness of my heart!
Heer, op het toppunt van mijn kracht
zou ik sterk willen zijn voor U:
terwijl elke zoete vreugde voorbij spoelt
moest mijn lied tot U opstijgen.
Ik zou mijn hart niet aan de wereld willen geven
en dan beweren dat ik U liefheb,
niet eerst mijn krachten zien afnemen
en dan uw dienst pas beproeven.
Ik zou niet met luchtige tred
op wereldse dwaalwegen willen gaan,
om dan traag en moeizaam de weg naar
de hemel op te zwoegen.
Voor U zijn niet mijn zwakke verlangens
en mijn armzalige lagere ik.
Niet mijn dovend vuur en
de as van mijn hart zijn goed voor U.
o kies mij in mijn gouden tijd:
heb deel aan mijn levensvreugde!
Voor U is het beste van mijn bloei,
de volheid van mijn hart!
De Prediker had aan de dichter de raad gegeven: denk aan je Schepper zo lang je in je volle kracht staat; geniet de vreugden van je jonge leven intens; voordat het leven zijn waarde gaat verliezen en je vermogens afnemen; maar vergeet nooit dat bij alle vergankelijke blijdschap je hemelse Vader betrokken is. Geef Hem de vruchten van je dankbaarheid!
Wie was die dichter eigenlijk? Dat was Thomas Hornblower Gill (1819-1906), een tijd- en naamgenoot van de Engelse sterrekundige Sir David Gill (1843-1914). Als u dan ook nog weet dat van 1882 tot 1940 een Eric Joseph Gill heeft geleefd, die als beeldende kunstenaar, typograaf en auteur bekend stond, dan ziet u al door de bijbelse namen en de talenten de familieverbanden schemeren. (Dat een der kinderen de naam van Moeder meekrijgt, is een goede Britse gewoonte.) _ De melodie staat op naam van John Randall (1715-1799) en komt voor in diens bundel Psalm and Hymn Tunes, 1794. Vermoedelijk echter was de componist Charles Collignon (1725-1785), een naam die u zich herinnert als de compagnon van de nationale firma Van Gend en Loos. Die melodie heeft de naam "University", om onnaspeurlijke redenen, zoals haast elke Britse kerkmelodie een naam heeft.
Maar de wijs is allesbehalve zoetsappig, Deze heeft een voorname zwaai en biedt - mits "niet te snel" gezongen zoals de aanduiding luidt - een heerlijke ondergrond onder de tekst. De omvang is niet minder dan tien tonen; er zit een veerkrachtige ritmiek in en de wijs doet, massaal gezongen, met onder voor onze Geneefse psalmmelodieën. Bij de Schotse televisie-uitzendingen, de Scots Praise van de Zondagmiddag, wordt dit lied bij voorkeur gezongen. Ik geef hieronder de notatie - probeer die wijs eens te zingen of te spelen. U zou er zichzelf een genoegen mee doen.
En vergeet alstublieft niet de boodschap, die in dit lied zit. Het is een gebed en een lofzang. Er spreekt een geloof uit, dat ons behoudt. Maar er spreekt ook een belijden uit, dat ons zalig maakt. En zalig, die dit zingen, belijden - en dóen. In hun gouden tijd.