Het Liedboek
1979-12-14
Lied 181 Dit Lied vertoont naast zeer goede Schriftuurlijke trekken, helaas ook enkele zwakke punten aangaande het lijden van Christus. Deze laatste betreffen bv. identificatie van de lijdende Messias met "de liefde" (strofe 5 en 6), terwijl woordkeus en zinsbouw het gevaar van onze liefde als "tegenprestatie" niet denkbeeldig maken.- Jaargang 23
- nummer 47
Het bewijs van onze dankbaarheid zal in overeenstemming moeten zijn met ons belijden in Zondag 12 H. Cat.: "mijzelf tot een levend dankoffer Hem offeren". Minder geslaagde uitdrukkingen zijn o.a. "verloornen (strofe 2) en "gescepterd" (strofe 3).
De prachtige melodie komt enige malen in het Liedboek voor .. Mede hierin zou aanleiding kunnen worden gevonden om voor dit LIed de melodie van Lied 18 te kiezen, daar deze laatste vanwege de lage tekstbeoordeling anders verloren zou gaan.
Tekst: 2; melodie: 3.
Lied 182 In dit Lied wordt Schriftuurlijk over het lijden van onze Heiland gesproken. Een schoonheidsfoutje (?) valt op in strofe 4 r. 2 waar het woordje "Gij" beter door "en" zou kunnen worden vervangen. De melodie is goed bekend en "ritmisch en harmonisch zeer eenvoudig, heeft een blijmoedig karakter en past daardoor goed bij de tekst die ook het accent legt op de dankbaarheid voor het verlossend werk van Christus" (Comp. p. 458). De 5e regel is hersteld naar de oorspronkelijke melodie, "maar zal de gemeente weinig moeite leveren, als men er slechts even op attendeert" (Comp.).
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 183 Dit Lied vertoont typisch de trekken van middeleeuwse mystiek, waarbij o.a. de ledematen van de lijdende Christus afzonderlijk werden bezongen. Zo gaat dit Lied over het hoofd van de lijdende Heiland. Het is sterk verbreid doordat het in de "Mattheüspassion"
van J. S. Bach een plaats verkreeg, terwijl het als gezang 12 van onze bundel 29 Gezangen ook onder ons algemeen bekend werd. Naar onze mening zou het Lied aan waarde winnen wanneer het alleen de strofen 3 t/m 5 bevatte. Voorts doet zich hier - maar hetzelfde geldt ook voor Lied 182 en diverse andere - de vraag voor of het wel juist is dat de Here Jezus in ons lied (of ook in het gebed) rechtstreeks wordt aangesproken.
Een eenstemmig antwoord is er terzake onder ons niet.
Tekst: 2; melodie: 3.
Lied 184 Dit Lied bevat diverse moeilijke beelden en enigszins gewrongen constructies o.m. samenhangend met het feit dat over het kruis gesproken wordt als over "de boom des levens". Strofe 3 is een duidelijke illustratie hiervan, terwijl ook de woorden van strofe 4: "onze val te boven in een evenwicht" niet bepaald doorzichtig zijn. En dan laten we tenslotte enkele minder mooie uitdrukkingen als "lieve vrede" (strofe 2) nog maar buiten beschouwing.
De melodie is mooi.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 185 Ook dit Lied vertoont de karakteristiek die in lied 183 werd gesignaleerd als "uitvoerige, sensueel-geestelijke benadering van de passie" (Comp. p. 459), zoals bv. het hout (strofe 4), boom en stam (strofe 5), takken (strofe 6), schors en vrucht (strofe 7).
Tenslotte ontmoet bezwaar de laatste regel van strofe 1, nl. dat de Schepper als een schepsel lijdt" en de begroeting van altaar en kruis (strofe 8 en 9).
De melodie is onbekend, maar wel erg mooi.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 186 Voor dit Lied gelden onverminderd dezelfde bezwaren als bij de voorgaande liederen 183 tiro 185 zijn genoemd.
De voorbeelden zijn er in elke strofe "voor het grijpen". Dit behoeft ook niet te verwonderen, daar zowel dit als het voorgaande Lied gemaakt zijn "naar aanleiding van de komst van een reliquie, namelijk een splinter van het kruis in Poitiers, in de tweede helft van de zesde eeuw" (Comp. p.470).
De melodie is gaaf en erg mooi.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 187 De eerste strofe van dit Lied is mooi en Schriftuurlijk geheel aanvaardbaar. Helaas geldt dit niet of althans in mindere mate voor de "twee overige strofen, die niet geheel vrij zijn van mystieke elementen.
De melodie is die van de Lofzang van Zacharias, welke zangwijze van diverse zijden en om verschillende redenen wordt geroemd (zie Comp. p.263).
Tekst 3 (Ie strofe), overigens: 1; melodie 3.
Lied 188 Hoewel dit Lied bepaald geen sterke indruk maakt, gezien de reeds bij voorgaande liederen gemaakte opmerkingen, (zie b.v. aan het slot van de bespreking van Lied 183), valt tegen de tekst weinig bezwaar in te brengen.
De melodie is niet gemakkelijk, temeer waar er twee versies bestaan (zie uitvoeriger hierover Comp. p. 481).
Tekst 3; melodie: 3.
Lied 199 De tekst van dit Lied, onder ons algemeen bekend, ontmoet weinig bezwaar, al komt het ons voor dat het niet geheel vrij is van de piëtistische teneur die de gezangen uit de tijd van de dichter Sdhmolk kenmerkten (Comp. p. 482).
De melodie is, evenals de tekst, overbekend.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 190 Dit Lied is een duidelijke illustratie van de mystieke inslag die de geestelijke liederen van Jan Luyken en van andere dichters uit zijn tijd kenmerken. Het lijden van Christus krijgt hier zware accenten in een 17e-eeuwse vorm en stijl die het als kerklied voor vandaag nauwelijks aanvaardbaar maken. Trouwens woorden als "roosverwig" , "lessing van toren", "heilige minne", alsmede zinnen als "Zijn misdaad is liefde, uitvloeien en geven", versterken deze conclusie nog.
De melodie is onbekend, maar wel aantrekkelijk.
Tekst: 1; melodie: 3.
Een waarderingsoordeel is vastgelegd in een becijfering van 1 tlm 3. En wel als volgt:
A. t.a.v. de tekst der liederen: het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v. vanwege het humanistisch karakter of door een sterk piëtistische inslag; het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst; het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v. de melodie der liederen: het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie; het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort; het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.