Laten wij dan naar Bethlehem gaan
1979-12-21
Het was Kerstfeest 1946. In Nunspeet ging ds G. Visee van Krampen voor, in het Zaa1tje van Krol; datzelfde zaaltje, dat eens door prof. Schilder in de kolommen van De Reformatie werd aangedragen, met zijn "salpetermuren".- Jaargang 23
- nummer 48
Het was een uiterst sober gezelschap, elf zielen, dat naar ds Visee kwam luisteren. Een ambtsdrager was ziek, een was uiten-de derde ging elders voor. Zodat de organist maar een broeder vroeg om te collecteren en aan ds Visee voorstelde te beginnen, aangezien we "compleet"waren ...
Ds Visee zei in zijn inleiding ongeveer het volgende. "Als we vandaag gehoor zouden wil1en geven aan de romantische kreet: "komt, laten wij dan naar Bethlehem gaan", zouden we niets dan moeilijkheden tegenkomen.
We zouden de deviezen voor een buitenlandse reis niet krijgen, we zouden geen passage vinden, we zouden niet in Israël worden toegelaten en als we er toch aankwamen ... zouden we van het Bethlehem van onze Heiland niets meer aantreffen, niets van de stal, niets van de kribbe, niets van de herders, niets van de engelen. Daarom zijn we hier in dit zaaltje beter uit dan ginds in Bethlehem. Laten we maar eens luisteren naar wat de evangelisten ons voor waarheid hebben overgeleverd".
Ja, zo zei hij het. En al vormde deze inleiding een goede tegenstelling tot zijn kostelijke kerstevangelie - die inleiding nam ook de laatste romantiek van het kerstfeest af. Dat was (toen) misschien niet kwaad.
Maar nu een reis naar Israël wel mogelijk ris geworden, de toegang tot Bethlehem voor ieder open staat en de gelovige met de bijbel in de hand talloze gegevens en situaties aantreft, die de omstandigheden van het jaar nui duidelijk maken, is de opwekking "laten wij dan naar Bethlehem gaan" vandaag toch bruikbaar geworden. Niet uit romantische overwegingen.
Wel om met eigen ogen een extra dimensie aan bijbelkennis en geloof te ontvangen.
Het stadje Bethlehem ligt zeven kilometer ten Zuiden van Jerusalem, 777 meter boven zeeniveau, telt vandaag 7000 inwoners en bestaat nog steeds van landbouw en veeteelt. En van souvenirs natuurlijk. De naam betekent "broodhuis" en slaat op de vruchtbare velden en weiden, vlak naast de woestijn van Judea, Het hoort bij de stam van Juda, maar bij de toedeling van land en steden is in onze vertaling Bethlehem uitgevallen 1); de Griekse vertaling noemt het echter wel, Rondom Bethlehem liggen nog altijd de velden van Efratha.; als in de dagen van Jacob 2), die hier zijn beminde Rachel moest begraven, na de geboorte van Benjamin. Als in de dagen van Elimelech en Naomi 3), die er een erfdeel der vaderen bezaten. Als in de dagen van Ruth, die er de aren op Boaz' velden mocht verzamelen 4). Als in de dagen waarin David als jongen buiten speelde en de kudde van zijn Vladerweidde 5). Als in de dagen van de herders en de engelen, uit Lucas' evangelie.
Dat onze Heer in Bethlehem geboren zou worden stond, door Goddelijke inspiratie, al bij Micha vast 6). Ook in Jezus' dagen was deze profetie bekend, zo bij meesters als leerlingen 7). Hoewel Rehabeam er een vesting van maakte 8) bleef het een klein stedeke. Na de ballingschap meldden zich slechts 123 erfgerechtigd en aan, om Efratha's velden in bezit te nemen 9). Maar ze zouden de voorouders van Gods zoon leveren.
In die velden rond Bethlehem zijn nog altijd grotten, die de eeuwen door gebruikt zijn als bergplaatsen voor vee en oogst. U kunt zo'n grot bezichtigen, wij hebben het ook gedaan. Je kreeg een indruk van een natuurlijk onderkomen, veilig tegen koude en roofwild. rustig en afgezonderd, De aanwezigheid van vee en herders wijst op het vroege voorjaar, na de regentijd, als het gras plotseling welig uitspruit. De Heiland is dan ook niet "tegen het nieuwe jaar" geboren.
Er is een overlevering die zegt, dat het Kind Jezus in zo'n grot geboren is. En dat kan waar zijn. De overlevering liegt er bij belangrijke historische plaatsen meestal met om. Al in de eerste eeuw na Ghristus' geboorte werd die grot aangewezen en bezocht door pelgrims. Ook het apocriefe evangelie van Jacobus spreekt van een grot. Een Armenisch Mattheushandschrift (weliswaar is de laatste copy van 887) zegt dat de ster bleef staan "boven de grot". Jusfinianus de Martelaar, in 105 n.C. te Sichem geboren, Wist de spelonk aan te wijzen, waar Jezus ter wereld was gekomen. Hij refereerde zelfs aan Jesaja 10) die van de Rechtvaardige geschreven had: hij zal wonen op hoogten, in rotsvestingen, zeker van zijn brood, verzekerd van water; en u denkt aan de stad op twee heuvels gebouwd, 777 meter boven de zee, broodstad geheten, bij de "bornput van Beëhlehem", waar David als jongen het lekkere water had gedronken 11). Nu, de grot is er nog, een rotsvesting, een sterke burcht, zoals David een spelonk noemde.
Er zijn nog meer aanwijzingen. Origenes (185-254) zag in de grot het bewijs van de autenticiteit van de bijbel. Helena, de moeder van de eerste christen-keizer, heeft in 324 de heilige plaatsen door helderziende dromen kunnen aanwijzen, Haar zoon Constantijn de Grote heeft in 330 een basiliek boven de geboortegrot gebouwd, op aanwijzing van zijn moeder.
En lach niet te gauw om die helderziendheid: de kerkvader Ambrosius nam in 395 Helena serieus. Trouwens de recente opgravingen hebben Helena slag op slag in het gelijk gesteld.
De sterkste aanwijzing komt van de romeinse keizer Hadrianus, Die heeft stelselmatig getracht de christelijke "heilige plaatsen" te vernielen door er heidense tempels op te bouwen. We kunnen hem dankbaar zijn, want in het jaar 130 bouwde hij boven de geboortegrot een heidens monument.
Zo markeerde hij ontwijfelbaar de juiste plaats, dezelfde die door Helena en Constantijn werd aanvaard.
Die basiliek van Constantijn is intussen het enige kerkgebouw uit de oudheid, dat de verwoestingen overleefde. Door een misverstand (men zag het nu nog aanwezige mozaïek van de "wijzen uit het Oosten" aan voor een Perzisch gezantschap!) hebben de Moren dit gebouw niet verwoest.
En als u ooit de kans krijgt deze oudste kerk binnen te gaan, vergeet niet diep uw hoofd te buigen. Niet alleen omdat u heilige grond betreedt, maar omdat de bovenste helft van de ingang is dichtgemetseld, teneinde ruiters te weren ...
Er is dus weinig tegen in te brengen, om de plaats van Jezus' geboorte onder de huidige Geboortekerk te zoeken. De grot is natuurlijk geheel veranderd. Om een basiliek op te richten moesten er machtige fundamenten worden gebouwd, het gewelf van de grot moest opnieuw gemaakt worden in metselsteen, de grot werd vergroot tot rechte maten: 12.30 bij 3.15 meter oppervlakte, 3 meter .hoogte, Dat is geen natuurlijke grot meer.
Wel is er nog een lager deel (waarin vee werd gestald) en een hoger deel, verblijfplaats voor mensen; precies zoals primitieve Saksische behuizingen dat hadden! Zelfs is er een kleine extra nis, die als geboortenis wordt gezien. Een zilveren ster is in de grond gemetseld met de tekst: hier is Jezus Christus geboren uit de maagd Maria.
Jozef heeft, als zijn voorvader David, als jongen gespeeld rond Bethlehem.
Hij kende alle grotten. En toen hij met zijn bruid Maria nog maar even voor Bethlehem was - zegt het apocriefe evangelie van Jacobus - overvielen Maria de eerste weeën. Waarop Jozef haar van de ezel tilde en.
de nabijgelegen grot binnendroeg. Daar bracht ze haar Eerstelling ter wereld, wond Hem in doeken en legde Hem in een voerbak.
Wanneer vandaag een Bedoeïnevrouw een kindje ter wereld brengt, spreken de getuigen tegen de buitenwachtende echtgenoot: wij verkondigen u een vreugdevolle boodschap, heden is u een kind geboren! En u begrijpt dat de herders, die deze boodschap van engelen vernamen, overeenkomstig de nog steeds bestaande gewoonte naar de aangeduide plaats zijn gelopen, om hun gelukwens én aan te bieden.
Over het eigendomsrecht van de geboortegrot is een oorlog gevoerd 12).
De vrede op aarde moet nog komen. En eigenlijk had ds Visee wel gelijk: zalig wie geloven zonder gezien te hebben.
1) Jozua 15: 59, 60 - 2) Gen. 35: 19; 48: 7 - 3) Ruth 1: 1 - 4) Ruth 2: 85) 1 Sam. 16; 1 Sam. 20: 6; Luc. 2 : 4 - 6 Micha 5 : 1 - 7) Matt. 2: 3·8 en Joh.
7 : 42 - 8) 2 Kron. 16: 5 - 9) Ezra 2 : 21 - 10) Jes. 33 : 16 - 11) 2 Sam. 23 : 15·17 - 12) De Krimoorlog, 1853-1856