Verhalende poëzie

1979-12-21
  • Jaargang 23
  • nummer 48
Van de bekende schrijfster, Annie Sanders, op wier naam zo'n 15 romans en 25 kinderboeken staan, is een gedichtenbundel verschenen. De titel luidt: Voor zieken en gezonden.
Zelf zegt ze ervan in het slotwoord: "Ik ben me ervan bewust dat dit bundeltje gedichten geen "kunst met een grote K" is, zoals men dat weleens zegt. Toch bezwaart die gedachte me niet. Het gaat hier namelijk niet om de kunst; alleen maar om de boodschap, die ik er in heb willen leggen voor de zieken, voor hen die met zieken omgaan, maar - zoals u uit sommige stukjes gebleken zal zijn - ook voor mensen die het op andere manieren moeilijk hebben."
Ja, kunst met een grote K, wat is dat precies?
Ik denk dat niemand dat zeggen kan. Wat de één bewondert, kan de ander waardeloos vinden.
Als je de tegenstrijdige oordelen beluistert over de moderne schilderkunst, of over de muziek van de laatste jaren, dan ontdek je dat wel.
Met de kunst van het woord ligt dat nog veel ingewikkelder. Het is daar niet alleen de wijze waarop er iets wordt gezegd, maar, ook en vooral, wat er te beluisteren valt.
Vandaar dat ik die vraag maar laat rusten.
Ik vind "Voor zieken en gezonden" een héél fijn boekje. Het bevat verhalende poëzie.
De bundel bestaat uit twee gedeeltes, t.w. de mediterende gedichten, en die over menselijke situaties.
Laat ik er eerst één uit de eerste serie doorgeven.

Als je niet bidden kunt

Ze komen gedrieën terug van het feest
de vader, de moeder, het meisje.
Het kind was aanvank'lijk nog vrolijk en druk,
ze huppelde en zong een wijsje.
Maar nu loopt ze langzamer. Nu wordt ze stil,
en doet ze niet anders dan gapen.
Het is ook geen wonder. 't Is ver over tijd.
Ze had al een poos moeten slapen.

De man neemt zijn dochtertje maar op de arm.
Dat gaat wel, 't is nog maar een eindje.
Dan komt er op eenmaal, totaal onverwacht,
een vraag uit de mond van het kleintje.
"Zeg va, onze juffrouw las gisteren
voor van 't schaap, dat liep weg van zijn herder!"
Ze moet even denken, haar hoofd wordt zo zwaar.
Maar na een minuut gaat ze verder.

"Juf las: zo draagt Jezus ons nu allemaal.
Nee, wacht dat is fout. Ze zei: allen.
Maar, als Hij er zoveel gelijk dragen moet,
laat Hij er dan nooit eentje vallen?"

De ouders zien liefdevol neer op hun kind
en daarna beschaamd naar elkander.
De één peilt, hoewel er geen woord wordt gezegd,
in één moment 't hart van de ander.

Zij hebben zo dikwijls hetzelfde gedacht,
al was het in andere termen.
"Trekt God Zich het leed van Zijn kind'ren niet aan?
Hoort Hij de verdrukten niet kermen?"
Nu vragen hun zielen: ,,0 Heiland vergeef
wij twijfelden aan Uw erbarmen!"
"Nee kind!" zegt de vader. "De Herder is sterk.
Elk schaapje ligt vast in Zijn armen!

Dit gedicht typeert, naar mijn mening, het hele boekje. Het is, zoals gezegd, uit het deel van de mediterende gedichten. Maar 't gaat wel uit van een menselijke situatie.

Hier is een gedicht uit het tweede deel:

Ontslagen gevangene

Hij gaat de straten door, suf en verwezen,
als iemand die niet weet hoe hij het heeft.
Hij heeft de laatste jaren zo besloten,
zo ver van al dat stadsgewoel geleefd.
Hij zat te werken aan de grote tafel,
waar men hem 's morgens vroeg zijn dagtaak gaf.
En 's avonds werd hij daar weer van ontheven.
Zo droeg hij vier jaar zijn gerechte straf.

Zo ging hij door de altijd eend're dagen,
berustend, machinaal, als levend dood.
Maar déze morgen werd hij vrij gelaten.
Hij hoorde hoe de zware poort zich sloot.
Nu is hij eindelijk op vrije voeten.
Hij mag voortaan zijn eigen weg weer gaan.
Doch zijn verstand moet dat nog eerst verwerken .
Hij kan dat plotseling geluk niet aan.

Rondom hem is het volle, drukke leven.
De auto's snorren hem gehaast voorbij.
De zon schijnt vrolijk in zijn doffe ogen,
alsof ze maant: "Toe leef nu! Je bent vrij."
Maar hij loopt als verdwaasd zijn hoofd te schudden,
net of hij met die vrijheid niets kan doen.
Gewend aan jarenlange discipline,
beleeft hij dit als in een visioen.

Dan legt een arm zich zachtjes om zijn schouders,
en ziet hij een gezicht, vertrouwd en goed.
Dat breekt de onnatuurlijke verdoving.
Het is zijn vrouw! Ze komt hem tegemoet!;
Ze kust hem op de pas geschoren wangen.
"Ik ben zo dankbaar" zegt ze aangedaan.
"God wil met jou, met ons opnieuw beginnen.
Wees blij, kom laat ons naar de kind'ren gaan."

U bemerkt het. Ook deze menselijke situatie wordt niet doorgegeven zonder het meditatieve karakter dat heel het boekje bepaalt.
Graag zou ik nog wat door willen geven, maar verhalende gedichten zijn, vanzelfsprekend, nooit zó kort, dus moet het er bij één blijven.

Hij laat ons niet vallen

Er zijn momenten dat je niet kunt bidden,
je leed niet uit kunt zeggen aan Gods Hart.
Daarvoor is in zo'n uur de pijn te hevig,
word je te zeer geprangd door lichaamssmart.
Je hebt dan met de beste wil geen woorden,
geen kreet zelfs, die aan 't lijden uiting geeft.
Je kunt het dan onmoog'lijk formuleren,
wat er aan strijd en moeite in je leeft.

Beschuldig dan jezelf maar niet van leegte,
van onverschilligheid en ongeloof.
God houdt Zich, in Zijn grondeloze liefde,
ook voor d'onuitgesproken klacht niet doof.
Hij is je Schepper, maar toch ook je. Vader!
Hij kent Zijn kind, Hij laat je niet alleen.
Als er geen woord is om je nood te klagen,
wees dan maar stil. Hij draagt je erdoorheen.

Als ik u tenslotte nog doorgeef, dat de dichteres vanaf haar geboorte (1921) blind is, dan behoef ik niet veel meer te zeggen.
Deze heel fijne bundel is een uitgave van Kok, Kampen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief