De favoriete gedichten van Opbouwlezers
2008-12-05
'Stuur uw favoriete gedicht.' Gewoon een oproepje in een juli-nummer van Opbouw. Met de ervaring van vergelijkbare verzoeken aan lezers in ons achterhoofd, zijn we blij verrast nu 15 lezers gereageerd hebben. Leuk is ook dat de verscheidenheid onder de inzendingen groot is en de keuze soms heel origineel.- Jaargang 52
- nummer 24
Tegelijkertijd ontstaat een probleem; de hoeveelheid staat op gespannen voet met het aantal beschikbare pagina's.
Gedichten vragen nu eenmaal veel ruimte: 'een gedicht hoort in het wit te zwemmen'.
Het betekent dat we besloten hebben
• de commentaren of toelichtingen soms wat in te korten
• bij inzendingen van meer dan één gedicht een keuze te maken.
Voor emotionele momenten
Uit de commentaren blijkt dat gedichten niet alleen maar gewaardeerd worden omdat ze 'mooi' zijn, maar dat ze ook een heel functionele rol vervullen bij hevige emotionele momenten of herinneringen daaraan. Een gedicht lijkt soms precies gemaakt voor een heftige ervaring of brengt troost in moeilijke omstandigheden. En eigenlijk kun je dat ook verwachten: voor de dichter geldt immers hetzelfde. Net als andere kunstwerken ontstaan gedichten onder intense emotionele omstandigheden, bij groot verdriet of grote blijdschap, een diepe ervaring, een hevig geluksgevoel, in grote nood, of uit een buitengewone frustratie. Waar het dichtershart vol van is, vloeit zijn poëtische pen van over. En bij een goed dichter worden die gevoelens op een heel bijzondere manier in woorden gevangen.
Dichterschap is een gave
Je kunt pas van een geslaagd gedicht spreken als de tot poëzie geworden gevoelens zodanig gestalte gekregen hebben dat de lezer zijn eigen emoties erin herkent of dat hij het gevoelen van de dichter als het ware zelf ervaart. Daar komen veel verzenmakers - ook christelijke - niet aan toe, want dichterschap is een gave, je hebt er talent voor nodig. Grote dichters zijn taalgevoelig. Ze werken met woordspelingen, dubbele betekenissen, klankassociaties en vooral met veel beeldspraak. Het komt aan op een bijzondere manier van zeggen, waardoor de lezer gaat zien wat hij nooit eerder zag. (Ik ben de grote oplichter zegt Lucebert. En hij bedoelt: ik laat woorden óplichten, laat betekenissen zien die jij er niet in zag).
Geen woord te veel
Rijm, ritme en regellengte kunnen daarbij een rol spelen, maar ze moeten dan wel dienstbaar zijn aan de inhoud.
Nodig zijn ze niet. Wel is wezenlijk voor alle poëzie is: ze moet met zo weinig mogelijk woorden zo veel mogelijk zeggen. (Geen woord te veel). Al deze dingen schreeuwen natuurlijk om voorbeelden, waarvan er mooie en leuke te over zijn. U houdt ze tegoed.
| Gij hebt in 't donker ons verhoord En hebt ons, toen wij dachten zonder God te zijn, in een dal geleid, waarin we kunnen leven, veilig tussen de rotsen van Uw troost. Chris Nolles In de jaren zestig werd ik getroffen door een bundeltje gedichten, aangeboden ter herinnering aan Chris Nolles, broer van een lid van onze jeugdvereniging Harry Nolles. Chris overleed 1 maart 1962 op 22 jarige leeftijd. Het laatste gedicht in dit bundeltje deel ik graag. De regels spelen vaak door mijn hoofd, er spreekt vertrouwen uit, ze bemoedigen me. Nienkie Waaning, Amsterdam |
| In het zand n.a.v. Johannes 8: 1- 11 Had ik een keer, De Heer In het zand zien schrijven Ik had me wel drie keer bedacht Voor ik ooit bij Hem een mens had voorgebracht. Had ik een keer Zijn hand. Zien tekenen in het zand Ik had me wel drie keer bezonnen Eer ik ooit zo'n geding was begonnen Had ik een keer Dat woord Uit zijn mond gehoord Ik had er wel drie keer over geslapen Eer ik ooit een steen Van de grond had durven rapen. En steen na steen zakt in het zand En hand na hand begint te beven En een na een verhuist / verdwijnt / verdween. Hij alleen blijft zonder zonde En neemt geen steen ter hand Hij schrijft alleen maar in het zand En blaast er overheen Had ik een keer zijn groet En zijn ogen ontmoet Ik hoefde mij nooit meer te bedenken Of ik ooit nog die blik zou kunnen krenken. Ik hoefde mij nooit meer te bedenken. Oda Swagenmakers Dit gedicht sprak mij erg aan, omdat het zo dichtbij is, alsof je in die kring staat die stenen oppakt. Het confronteert je met de etiketten en waardeoordelen die wij mensen geneigd zijn, anderen op te plakken. Ik heb er veel aan en ik mag het graag weer lezen en voordragen. G. Beekhuis, Bunschoten-Spakenburg |
| Gebed voor de huisvrouw Heer, ik bid U uit mijn keuken Daar 'k geen heilige kan zijn Achter dikke kloostermuren Of in Afrika 's woestijn Of in lange meditatie Van een vurige novice Maak me heilig bij 't koken Of bij 't wassen van 't servies Ik heb Martha's handen nodig Maar Maria's hart nog meer En bij 't poetsen van de schoenen Zie ik uw sandalen Heer 'k zie ze gaan in Martha's woning Als ik hier de vloeren boen Zegen Jezus al mijn werken Want veel bidden kan ik niet doen Warm m'n keuken met uw liefde En verlicht ze met uw vree En vergeef mij al mijn tobben Maak me rustig en tevree Gij die graag de mensen spijsde Aan de vlakte en aan de zee Neem het werk uit mijn handen dat ik te uwer liefde doe Nevenstaand gedicht vond ik, jaren geleden, tussen andere gedichten en bidprentjes in een museum in Brabant. Het sprak me toen aan, want ik had een druk met gezin met vier kinderen. Ik heb het overgeschreven en thuis ingelijst en opgehangen in de keuken. Ik weet nog dat ik af en toe voor dit gedicht in de keuken stond en dat dit gebed me op één of andere manier rust en vertrouwen gaf. Rust in de zin van: Ik zie je wel “zwoegen” met je kinderen; je doet het wel goed! Vertrouwen in de zin van: Vertrouw nu maar op Mij, later krijg je weer meer tijd om mij nog beter te leren kennen! En je raadt het al, dat gebed is uitgekomen! Saapke Wakker-Oosterhaven, Heerhugowaard |
| Argumenten voor het overwinnen van de machteloosheid Wij hebben de langste adem wij hebben de betere toekomst nodig bij ons horen de mensen met erger pijn de slachtoffers van het kapitaal bij ons heeft al eens iemand brood verdeeld dat voldoende was voor allen Wij hebben de langste adem wij bouwen de menselijke stad onze bondgenoten zijn de mensen zonder rechten in de inrichtingen de mensen zonder land in de steden bij ons horen de doden van de tweede wereldoorlog die eindelijk gerechtigheid te eten willen hebben bij ons is al eens iemand opgestaan uit de doden Dorothee Sölle Dit gedicht komt uit de bundel De langste adem, gedichten over geduld en revolutie. De Duitse bundel dateert uit 1974. Ik heb de Nederlandse vertaling waarschijnlijk in 1978 gekocht, vooral vanwege het hierboven geplaatste gedicht. Als ik het gedicht nu lees vind ik het wel een beetje gedateerd; toch spreekt het me nog steeds aan. Het was een andere tijd, maar is er zoveel veranderd? Grondstoffen - oliecrisis - milieuMidden-Oosten - vluchtelingen - kloof tussen rijk en arm - eerlijk voedsel - Red(t) een kind - oorlogen - natuurrampen. Het zijn zo maar wat steekwoorden. in de jaren zeventig zochten we op de christelijke studentenvereniging hoe we op deze aarde kunnen leven als burgers van het Koninkrijk van God. We ontdekten dat we in de strijd voor recht en gerechtigheid kunnen volhouden, juist omdat we weet hebben van een thuisland in de toekomst dat ons is beloofd. Zoals Abraham en Sara volhielden omdat ze wisten van een beter, een hemels vaderland. In het gedicht van Dorothee Sölle lees ik hetzelfde perspectief. ´Wij hebben de langste adem, bij ons is al eens iemand opgestaan uit de doden.´ Tineke Plooij-van Wageningen, Ede |
| Kom haastig! “Kom haastig, Jezus!” bidt de predikant. “Ja, Amen,” zegt de boer, “wil spoedig komen! Maar na de oogst, want van m'n nieuw stuk land Heb ik nog nooit de opbrengst waargenomen.” “Ja, Amen,” zegt Mevrouw, “maar mag ik voor De bontjas die ik gisteren zag hangen Eerst sparen en hem aandoen, als het Koor Een avond geeft in “Christ'lijke Belangen”?” “Ja, Amen,” zegt het kind, “maar nu nog niet, Ik moet nog met vacantie naar de bossen. Maar ik zal zwaaien, zodat U het ziet, Als U ons onder schooltijd komt verlossen.” “Kom haastig, Jezus!” bidt de predikant. “Maar mag ik eerst die nieuwe lezing lezen, Die ik gemaakt heb voor het Jeugdverband Over “Gij zult het wel verstaan na dezen”?” De beden komen in de hemel aan. De cherubijnen zwijgen, die ze brachten. En Jezus vraagt: “Kan Ik vandaag al gaan?” Zijn Vader zucht: “Ge moet nog even wachten.” Okke Jager In mijn jeugd in Leerdam zat ik 's zondags onder het gehoor van ds. O. Mooiweer. Die had de gewoonte zijn preken af te sluiten met een gedicht. Een van de gedichten die mij toen aangesproken heeft en nu nog steeds aanspreekt is het gedicht “Kom haastig” van Okke Jager. Klaas Mollema, Katwijk |
| Innemee Ze worden hier begraven met een haast alsof de dood hen op de hielen zit. En wat een buitenman het meest verbaast is dat de stoet bijna geen staart bezit; natuurlijk weer een ver familielid waarmee men even naar de groeve raast om gauw terug te wezen van de rit, want ieder blijft zichzelf het allernaast. Bij ons luiden ze urenlang de klok. Een kind beseft wat te gebeuren staat. Men schaart zich achter 't lijk in diepe stilte. En lang daarna hangt in het dorp een kilte, die iemand door de schouderbladen gaat; als het herstellen van een zware schok. Gerrit Achterberg Jaren geleden alweer begroeven we onze zwager in Den Haag. Van het rouwcentrum naar de begraafplaats reed de stoet met grote vaart de stad door; de achterste auto's moesten soms wel door rood rijden om mee te kunnen en de weg niet kwijt te raken. Ik dacht aan dit gedicht van Gerrit Achterberg uit de cyclus Ode aan den Haag. Achterberg, de buitenman, constateert een geweldige tegenstelling tussen de stad in het octaaf (“hier”) en zijn geboorteplaats in het sextet (“bij ons”). In de tweede regel kun je trouwens zowel cynisme als humor zien! De begrafenisonderneming Innemee is nog altijd bekend in Den Haag. Overigens is het voor mij de vraag of het in de kleinere plaatsen en dorpen nog zo eerbiedig toegaat. Soms lijken de bijeenkomsten, zelfs al vóór de begrafenis plaatsvindt, wel op gezellige reünies; kledingvoorschriften zouden soms niet misstaan. Koos Janssens, Kampen |
| Geen kerstcantate Niet alleen in het holst van de nacht van het jaar, iedere dag van het jaar heeft het licht het koud Het vraagt om geen engelenstemmen, het hongert naar een beetje gerechtigheid aan deze kant van de tijd en dromen doet het ook niet van eeuwig hemelse zomers in en om het vaderhuis, het hunkert naar aardse dagen ooit zonder marteling en moord, het licht dat van puur licht kind is en woord Hans Andreus De korte zinnen en de woorden raken aan dat deel van mijn geloof en vertrouwen dat op de proef wordt gesteld door het lange uitblijven van aardse gerechtigheid, ondanks de beloften die in de Bijbel worden gegeven. Vooral in de kerstperiode die vaak zo overvol is van "feestgedruis" van allerlei aard, komen de woorden van deze dichter hard aan en kun je je soms wanhopig afvragen: wanneer komt U nou terug om alles 'nieuw' te maken? Margreet Jellema, Zwolle |
| Nieuwjaarsbelofte In de schaduw van je verleden In het onzekere van je toekomst In de zegen van je daden In de last van je onmacht Leg ik mijn belofte IK BEN DIE IK BEN In de diepte van je gevoelens In de hoogte van je gedachten In het zilver van je spreken In het goud van je zwijgen Leg ik mijn belofte IK BEN DIE IK BEN In het verlangen van je dromen In je angst voor de werkelijkheid In de veelheid van je talenten In de beperking van je mogelijkheid Leg ik mijn belofte IK BEN DIE IK BEN In de blijdschap over wat je lukt n het verdriet over waarin je niet slaagt In de dagen die aan je voorbij vliegen In de nachten die je zult waken Leg ik mijn belofte IK BEN DIE IK BEN Alfred C. Bronswijk Een aantal jaren geleden kreeg ik dit gedicht toegezonden door een vriendin als Nieuwjaarswens. Zij kent mij en mijn verleden heel goed, dus trof het me extra. Voor mij is dit gedicht een juweeltje! Maria Stoorvogel, Nijkerk |
| Nog voordat het licht wordt Nog voordat het licht wordt nog voordat de morgen zich meldt beginnen de vogels eerst nog voorzichtig één stem dan al luider in koor zij tillen het donker op zingen de nacht ten einde een psalm voor het licht Hoe diep met de nacht ook verlegen als er maar één mens rechtstandig als er maar één durft beginnen met de keel van een merel gaat zingen blijft zingen als eens broeder King dan rijt dat een scheur in het duister reeds blinkt er een glimp van het licht doorheen de nacht die weerhoudt Hoe diep met ons zelf ook verlegen laten wij worden tot kelen waarin het lied van het licht Inge Lievaart. Moet ik hier eigenlijk nog wel iets aan toevoegen? Doet dat geen afbreuk aan wat er zo duidelijk staat? Goddank ken ik één Stem die steeds weer licht in het duister brengt. Houd ik dat echter niet te veel voor mezelf? Klinkt mijn zang wel luid genoeg of ben ik bang dat anderen me voor gek verklaren als ze me horen? Maar is het niet erger om die ene te missen die graag met mij wil meezingen? Uiteindelijk maken we deel uit van een groot koor, psalmzingend door nacht en duister. Onophoudelijk. Misschien ontbreken daarom ook wel de punten in dit gedicht. Mieke van den Berg, Wassenaar |
| Gebed om stilte Ik zoek naar stilte in mezelf, naar rust en ruimte om te bidden. Maar wat ik vind is zorg en onrust, een bezig zijn met duizend dingen, kabaal in mezelf. U die altijd een luisterend oor hebt voor mij, heb ik eigenlijk wel een luisterend oor voor U? Vergeef mij, Heer, en breng mij tot bedaren, laat mij de stilte vinden die ik zo behoef, de ene stem die mij vertrouwen geeft en eenvoud, de hechtheid van de vriendschap, de dagelijkse wandeling met U, mijn God, mijn deelgenoot, mijn Vader. Jaap Zijlstra Het zelf telkens lezen van gedichten maakt ons stil en dankbaar. We vinden het moeilijk om een keuze te maken uit de serie, die wij verzameld en beschikbaar hebben. Wij willen u graag deelgenoot maken van dit Gebed om stilte. Wil en Henk Hofstede, Rheden |
| Even als alle kinderen Je ligt rustig op de bank Je handen onder je hoofd Je ogen zijn gesloten Het vuur is even gedoofd. Je bent weg in je dromen In een wereld die je kent Die je zelf zo gemaakt hebt Waar je echt jezelf in bent. Blindelings vind je je weg Alles wat je zegt en alles wat je doet Wordt door anderen begrepen Alles is precies zoals het zijn moet Rust straalt van je gezicht Even ben je gewoon Een kind als alle kinderen Al is het in een droom Slaap zacht mijn lieve jongen Dit gun ik je zo graag Straks wacht weer de wereld En het leven van vandaag. Het gedicht komt uit de bundel Storm in mijn hoofd van Arwin Wels, mijn schoonzoon. Ik heb een kleinzoon die het syndroom van Asperger heeft. Gelukkig in een milde vorm, maar toch zie ik in elk gedicht uit de bundel mijn kleinzoon. Eigenlijk zou iedere ouder die een kind heeft met deze afwijking deze gedichten moeten lezen. Ze zijn zeer treffend en ontroerend geschreven. En troostvol. Ik heb er een gedicht uitgekozen maar het had net zo goed een ander kunnen zijn. Korrie van den Berg, Lelystad |
| Dit huis, een herberg onderweg Melodie Psalm 84 Dit huis een herberg onderweg Voor wie verdwaald in heg en steg Geen rust geen ruimte meer kan vinden. Een toevluchtsoord in de woestijn Voor wie met olie en met wijn Pijnlijke wonden liet verbinden. Dit huis waarin men smarten deelt Weet hoe Gods liefde harten heelt. Dit huis, waarin een gastheer is Wiens zachte juk geen last meer is. Dit huis is ons tot heil gegeven: Een herberg voor wie moe en mat Terzijde van het smalle pad Struikelt en langer niet wil leven. Plaats tegen de neerslachtigheid Een pleister van barmhartigheid. Dit huis met liefde opgebouwd Dit gastenhuis voor jong en oud Ligt langs de weg als een oase. Hier kan men putten: nieuwe kracht Hier is beschutting voor de nacht Hier is het elke Pasen! Gezegend al wie binnen gaat En hier zijn lasten liggen laat. Ruim drie jaar geleden ben ik in een zware depressie terecht gekomen. Niet anders meer kunnen dan met je hoofd in mijn handen op de bank zitten. Alleen maar denken aan hoe iemand van een dak afspringt, een touw zoekt of naar de treinrails gaat. Het crisisteam stemde erin toe dat ik mocht thuisblijven onder de voortdurende hoede van mijn vrouw en verdoofd door medicijnen. Als ze beslist weg moest kwamen onze kinderen of een zuster uit “Dit huis” oppassen. De Heer van het huis die mij bewaard heeft voor onomkeerbare daden, de bewoners van het huis die voor mij baden en mij, soms zonder interesse mijnerzijds toch bezochten en de medicijnen hebben mij er helemaal bovenop geholpen. Smarten gedeeld, pleisters van barmhartigheid, nieuwe kracht. Ik zeg nog vaak dat ik een nieuw leven heb gekregen. Elke zondag Pasen. Het gedicht blijft op mijn prikbord hangen. Lein Sturm Amsterdam |
| XXIV (Apocalypse voor kinderen) Van de stad der toekomst tekenen zich de contouren vaag af tegen de einder nu nog versluierd door laaghangende wolken verdriet door verblindende sneeuwstormen pijn door de schroeiwind die leven heet. Blijf in beweging graaf fanatiek een pad door de sneeuw sleep je koppig voort van oase tot oase door het brandende zand want God staat garant voor het stralende land der belofte voor zijn windstille stad waar leven leven is. Meint R. van den Berg Mijn vrouw Janneke en ik zijn enthousiaste poëzie-liefhebbers. Zij beoefent ook de kunst van het dichten. Haar bundel 'Geboortegrond' (1994) is betekent nog steeds veel. We lezen graag gedichten van Hans Werkman, Geert Boogaard en Willem de Mérode. Muus Jacobse en Toon Hermans behoren ook tot onze favorieten. Mijn eigen levensmotto zou heel goed kunnen zijn 'loslaten en bewegen'. Daarom past het gekozen gedicht heel goed bij mij. Langzaam en hardop lezen, zou ik zeggen. Wouter de Jonge, Oegstgeest |
| Die laatste week Toe Jesus eindelik sy moeder moes groet om die laatste, heilige week te ontmoet toe voelde Maria alreeds die klem in haar hart en vra hom met bewende stem: “ag Jesus, my eie, enigste kind, waar sal jij jou op Sondag bevind?” ,,Sondag is ek 'n koningsseun en strooi hulle palmtakke voor mij heen”. Ag Jesus, my eie, enigste kind, waar sal jy jou op Maandag bevind?” ,,Maandag is ek een swerwerskind, wat nerens slaäpplek of skuiling vind”. “Ag Jesus, my eie, enigste kind, waar sal jy jou op Dinsdag bevind?” ,,Dinsdag is ek een wereldprofeet en verkondig wat niemand op aarde weet”. ,,Ag Jesus, my eie, enigste kind, waar sal jy jou op Woensdag bevind?” ,,Woensdag is ek die arme, geringe, verkwansel vir dertig silwerlinge”. ,,Ag Jesus, my eie, enigste kind, waar sal jy Donderdag jou bevind?” ,,Donderdag in die oppersaal is ek die lam bij die avendmaal”. ,,Ag Jesus, my eie, enigste kind, waar sal jy jou op Vrijdag bevind?” ,,Ag moeder, moet hierdie vraag nie stel! van Vrijdag durf ik jou niks vertel”. ,,Ag Jesus, my eie enigste kind, waar sal jy jou op Zaterdag bevind?” ,,Saterdag is ek een korreltje graan, wat moet sterf in die aarde om op te staan”. Elisabeth Eybers Veel gedichten hebben op mij een onuitwisbare indruk gemaakt en waren een half of heel leven lang metgezellen. Ze zijn me net als m' n kinderen dierbaar en liggen me bijna even na aan het hart. Nu mag je kinderen niet voortrekken en gedichten eigenlijk ook niet… nou ja, één keer dan. Het gedicht van de Zuid-Afrikaanse dichteres heb ik uit de rij naar voren gehaald. ,,Leer mij, o Heer, uw lijden recht betrachten”. Dat bidden we zingend ons leven lang.. Doorzingend kunnen we vragen: ,,Leer ons, hemelse Váder, úw lijden recht betrachten”. God zag zijn eigen Zoon bezwijken en leed als Vader grondeloos. En dan is er ook Maria die onpeilbaar diep leed door een zwaard dat door alles heen ging. Eigenlijk wil ik het gedicht verder zijn eigen werk laten doen. Het is hartverscheurend en helder en concreet. Kees van Baardewijk, Apeldoorn |
| Het schietgebed van ouwe Joe Als ik in uw glorie kom, Heer Jezus, geeft `t niet Of u mij een kruk geeft, of een gouden stoel, Of u mij een broek geeft of een lang gewaad; Heer God als u mijn ziel maar redden wilt. Maar Heer Jehova, voor `t geval… Ja voor `t geval, dat ze ook daar……… Heer God almachtig, om secuur te zijn, Geef mij dan zacht sluik haar, En een mager wit gezicht. `k Ben best tevreden met mijn zwarte snuit heel best tevreden met mijn krullenkop. Maar als ik naar de hemel ga, Heer Jezus, om secuur te zijn, geef mij dan zacht sluik haar en een mager wit gezicht. Twee keer de hel is wel een beetje veel Dat zou je zelfs geen hond aan kunnen doen. Dus als ik in uw glorie kom, Heer Jezus, Enkel om secuur te zijn; Geef mij dan zacht sluik haar en een mager wit gezicht ! Zoack Gilbert Oude Joe had als negerslaaf op een plantage in Amerika de afschaffing van de slavernij meegemaakt. Toch kon hij het maar moeilijk geloven helemaal vrij te zijn, vrij, net als de blanken in zijn land. Als mens gelijk zijn met je blanke medemens? Hoe zou dat straks in de hemel zijn? Dit gedicht heb ik geleerd op de Mulo, in 1959. Veel jaren later kreeg het voor mij grote betekenis, namelijk in 2002, toen ik werkzaam was op het AZC in Steenwijk en ik een vluchteling uit Burundi leerde kennen. Met Emmanuel, heb ik nog steeds goede contacten. Henk van Dalen, Sint Jansklooster |