Het Liedboek
1983-09-02
Lied 207- Jaargang 27
- nummer 32
Een simpel, verhalend lied, een verslag van de reeks verschijningen van Christus na Zijn opstanding met als hart van het verhaal de ontmoeting van Christus met Thomas". Zo kan dit lied worden getypeerd. (Comp. p. 518). Daarmee is meteen gegeven dat het in zijn geheel moet worden gezongen, b.v. in wisselzang door de gemeente, eventueel met kinderkoor. De melodie is eenvoudig en past uitstekend bij de tekst.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 208
Dit lied, waarbij de tekst telkens door Halleluja's wordt onderbroken, is één en al jubel over de Opstanding van Christus. De verhalende tekst van de strofen 4 t/m 17 zou eventueel weggelaten kunnen worden zonder dat aan 't karakter als Paaslied te kort wordt gedaan. In zijn uitgebreide vorm leent het zich alleen voor wisselzang met koor en gemeente. Ontbreekt de medewerking van een koor, dan kunnen de strofen 1-3, 18, 19 voor gemeentezang dienen. (Comp, p.520). De melodie is gemakkelijk en vrij algemeen bekend.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 209
In zeven strofen "overeenkomstig de zeven dagen van de voleindigde schepping" wordt in dit lied het Paasfeit bezongen. De opstanding van Christus betekent de overwinning op de dood, het nieuwe leven vangt aan, de schepping wordt hersteld en openbaart zich dan in volle glorie: de bomen en de vogels zingen, het graf is leeg, het leed verdwenen, het nieuwe paradijs ligt open. Een uitstekend paaslied. Met strofe 6 kan het lied beter worden afgesloten, waarmede strofe 7 dan zou vervallen: een gebed tot een engel is niet bijbels (,,o goede engel bij het graf"). De melodie is dezelfde als van lied 200: "in de prachtige melodie weerspiegelt zich zowel de blijdschap van het Paasgebeuren alsook van het herontwaken van de natuur". (Comp. p. 508).
Tekst: 3 (zonder strofe 7); melodie: 3.
Lied 210
Dit lied sluit nauw aan bij het vorige; het nieuwe leven is aangebroken, al het geschapene herleeft in een nieuw bestaan. Nieuwe perspectieven openen zich: de morgen is vol nieuw geluid en alles roemt Hem als in den beginne (strofe 3 en 4). "Twee lijnen zijn met elkaar verbonden, nl. van de nieuwe Adam (1 Cor. 15) en de eerstgeborene van de ganse schepping (Col. 1). In de nieuwe Adam is een nieuw begin gesteld en de wederopstanding van de natuur wordt als een afspiegeling daarvan gevierd". (Comp, p. 522, 523). De bekende, mooie melodie is dezelfde als die van lied 16.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 211
Zowel wat de woorden als de stijl van dit lied aangaat betekent het achterwege laten ervan geen verlies. Een paar voorbeelden ter illustratie: wat is de zin van de eerste regel van strofe 2: "al(len) zijn wij Gods gevangen"; strofe 3: "de vijand is verwonnen"; strofe 4: "Christus is nedergestegen, Hij is ons allen een medicijn". Als kerklied achten we het niet geslaagd. De melodie is wel aantrekkelijk.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 212
In vergelijking met voorgaande paasliederen (uitgezonderd 211) is dit lied nogal vlak in zeggingskracht en heeft mede daardoor weinig inhoud. Evenals het voorgaande achten we het voor de kerkzang niet aanvaardbaar. De melodie is weliswaar onbekend, maar met moeilijk Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 213
In dit lied geeft de dichter een beknopte samenvatting van het opstandingsverhaal, waarbij in het midden blijft tot wie de woorden van de engel zijn gericht. Dit in onderscheid van het verwante en uitvoeriger lied 208." (Cornp. p.529) . Het is een goed Paaslied met een melodie die snel ingang gevonden heeft.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 214
Dit lied is nogal piëtistisch van karakter: vanaf strofe 3 is het een typisch "ik-'Lied". Daarbij zijn de strofen 4 t/m 6 wat alledaags van stijl en inhoud: "Waar Hij ging kan ik gaan ... waar ik ben, daar is Hij" (strofe 4); "woede wat woeden kan, de Heer dekt man voor man" (strofe 5); "nu brengt Hij zonder dralen mij aan de hemelpoort"(strofe 6).
Jammer dat door de afwijzing van dit lied de mooie melodie verloren gaat voor de kerkzang.
Tekst: 1; melodie: 3.
Lied 215
Een jubelend Paaslied, waarmee de gemeente uiting kan geven aan haar vreugde over de Opstanding. Een paar kritische opmerkingen aangaande de tekst willen we niet achterwege laten: in strofe 2 zou terwille van een duidelijker tekstverband de voorlaatste regel o.i. beter kunnen luiden: "en aan zondaars 't leven gaf", terwijl de eerste regel van strofe 3 zou moeten luiden: "Want Zijn- lijden en Zijn strijd ... ". De melodie is goed en vrij algemeen bekend.
Tekst: 3; melodie: 3.
Lied 216
Zowel naar inhoud als melodie vertoont dit lied veel verwantschap met Psalm 138. Het is een goed lof- en danklied vanwege Christus' opstanding met enkele opmerkelijke accenten: de boodschap van de opstanding is het woord des levens (strofe 1); Christus is de eersteling van het nieuwe leven (strofe 2) en de christen moet in woord en daad de vreugde over de opstanding betonen (strofe 3). De melodie geeft vanwege de gelijkenis met psalm 138 gemakkelijk verwarring. Een andere melodie zal daarom stellig gewenst zijn.
Tekst: 3; melodie: 2.
Lied 217
De teneur van dit lied is, overeenkomstig zijn oorspronkelijke tekst, sterk individualistisch. De oorspronkelijke dichter (Gellert) dacht met gemeentelijk, - voor hem was de grote vraag: wie is Christus voor mij" (Comp. p. 535). De Hervormde bundel-1938 heeft het "ik" omgezet in het gemeentelijke "wij". Dit is nu dus weer teruggedraaid. Maar daarmee heeft het o.i. toch wel aan waarde als kerklied verloren. Voorts zijn enkele strofen van het origineel weggelaten, waardoor het element bekering van de zondaar ontbreekt. De melodie is goed en wel algemeen bekend Tekst: 1; melodie: 3.
A. t.a.v. de tekst der Liederen:
het cijfer 1
bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v. vanwege het humanistisch karakter of door een sterke piëtistische inslag;
het cijfer 2
bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst;
het cijfer 3
als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.
B. t.a.v. de melodie der Liederen:
het cijfer 1
voor een niet-aanvaardbare melodie;
het cijfer 2
voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort;
het cijfer 3
voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.