Rondom Kerstfeest
1979-01-05
Ik schrijf dit op tweede kerstdag en U leest het pas over een aantal weken. Aan de geboorte van de Heiland denken is echter geen privilege voor een paar dagen in het jaar. En dat geeft me vrijmoedigheid wat te zeggen over hetgeen ik rondom Kerstmis 1978 o.a. hoorde.- Jaargang 23
- nummer 1
Ik hoorde twee preken over Maria, over één ervan wil ik iets doorgeven.
Als God een engel naar Maria zendt, verlangt Hij niet van haar dat zij naar Gods niveau omhoog klimt. Neen, God plaatst Zich naar het niveau van haar. Zo is God. We hoeven niet naast Hem te gaan staan, God Zelf komt naast óns staan.
Zo alleen kan Maria echt mèns blijven. Zo alleen, met die God vlak bij zich, kan ze zeggen "mij geschiede naar Uw woord ... "
Betekent dat nu dat Maria het allemaal begrepen heeft? Welnee, maar ze heeft het wel aangenomen en zó kon ze worden een gezegende onder de vrouwen.
In Lucas 1 wordt ons verteld dat Maria naar Elizabeth gaat als ze de boodschap van de engel heeft gehoord.
Mooi is wat de bijbel over die ontmoeting vertelt. Elizabeth, de oude vrouw, erkent in Maria, het jonge meisje, de meerdere: " ... waaraan heb ik dit te danken dat de moeder van mijn Heer tot mij komt ... "
Waaraan heb ik dit te danken?
Elizabeth verklaart Maria niet heilig, maar ze erkent wel dat Maria in bijzondere zin genade van God heeft ontvangen, ze erkent wel de unieke positie van Maria.
Elizabeth doet wat Maria even later zegt: " ... van nu aan zullen mij zalig prijzen alle geslachten, omdat grote dingen aan mij gedaan heeft de Machtige". Elizabeth is de eerste van die velen.
De oude vrouw wendt zich tot het jonge meisje, de oudere generatie keert zich naar de nieuwere generatie (Lucas 1 : 17), het oude verbond - Elizabeth - buigt zich voor het nieuwe verbond - Maria - want het oude is bezig voorbij te gaan en het nieuwe is bezig te komen. In de nieuwe generatie, in Maria in het bijzonder, komt de Messias, dichterbij.
Niemand anders dan Maria is moeder van de Heiland geweest. Dat voorrecht valt aan haar ten deel.
Daarom hoeft ze niet heilig verklaard te worden, maar ze moet wel zalig worden geprezen ...
Maria wordt in heel bijzondere zin bruid van God, God Zelf verwekt in haar het Kind. Mede door Maria's dienst voor en tijdens de geboorte van Jezus mogen wij allen, heel Gods gemeente, bruid zijn van God.
Maria legt zich bij Gods woorden neer, ze aanvaardt ze. Ze heeft veel moeten verwerken, ze heeft ook veel woorden moeten bewaren en álles is haar misschien nooit duidelijk geworden.
In de week vóór Kerstmis luisterde ik in de auto naar de dienst van de Alledagkerk in Amsterdam (daar moet U eens heengaan als U rondom het middaguur in de buurt bent: elke woensdag in de Begijnhofkapel op het Begijnhof bij de Kalverstraat). De predikant vertelde van een Christusbeeld in een kerk dat beschadigd werd tijdens de oorlog en waarvan de handen nooit zijn teruggevonden. Het beeld is hersteld, echter zonder handen. En men heeft er bij geschreven: "Mijn handen zijt gij".
Mijn handen zijt gij!
U, jij, ik: Gods handen.
Om wèl te doen.
Om als Gods handen iets te betekenen.
God die ons in Zijn handpalmen grifte (Jesaja 49 : 16) legt het lichaam van Zijn Zoon in onze handen (liedboek no. 160: "Hij geeft zijn lichaam ons in handen, zo leven wij zijn nieuw verbond").
Mijn handen zijt gij!
Jezus' handen zijn wij!
Naar Bethlehem gaan is wel indrukwekkend, maar niet noodzakelijk om te geloven. Wel gaan dagelijks zeer velen naar de geboortegrot onder de mooie Geboortekerk in Bethlehem, want dáár zou Hij hebben gelegen ...
Hij is dáár echter niet.
Maar U kunt het Kind van Bethlehem nog wel tegenkomen, vandaag of morgen of overmorgen. Als U maar oplet! Zo eindigde die ene preek over Maria waarover ik het hierboven had.
Als U maar oplet.
Dan ontmoet U hem in anderen (Matth. 25 : 31 e.v.).
Maria bewaarde Jezus' woorden in haar hart. Ze gaf zich over, ze is met Gods woorden - met hèt Woord - bezig geweest.
En wij?
Mijn handen zijt gij!
Dat is geen kerstromantiek, geen kerstboomverhaal.
Dat is dagelijkse realiteit, opdracht voor mensen van het nieuwe verbond.
Er zal iets gedáán moeten worden.