Ingezonden

1979-01-05
  • Jaargang 23
  • nummer 1

De voorzitter van het C.D.A. vindt het eigene van het C.D.A.:
1. de oecumene
2. de mentaliteit
3. het program
4. Dries

Interview E.M. 8 april 1978

De voorzitter van de A.R. in 1958 zei over de chr. partijvorming het volgende: Het gaat om het eigene van de partij n.l.:

1. de geloofskeuze
2. een klein beginsel van de gehoorzaamheid
3. het navolgen van Gods Wetten
4. de eis tot christelijke partijvorming.

Wanneer nu in het artikel van br. Meulink wordt gedaan alsof het toch zo heel moeilijk is om te kiezen voor of tegen het C.D.A. dan kan ik elke lezer aanraden bovenstaande twee uitspraken van beide voorzitters met elkaar te vergelijken.
Het is zoals ds Amelink schreef niet zo lang geleden in Opbouw: men kan niet samen met Humanisten op een zelfde grondslag staan.
Het zou geweldig zijn als dr Meulink, die heel goed weet wat christelijke partijvorming inhoudt, vooral met het oog op hen die een groot vertrouwen hebben in oude namen, eens duidelijk naar voren bracht dat met de vorming van het C.D.A. zijn ideaal ook verdwenen is. Waar blijft zijn profetisch getuigen tegen het nieuwe abortusontwerp van de A.R.-C.D.A.-minister van Justitie?
Is het niet zo dat men aan de vruchten de boom kent?
Wij mogen gelukkig in ons land nog met een kleine partij aan die goede beginselen vasthouden. We worden niet ontmoedigd door het kleine getal. maar we worden wel ontmoedigd door het feit dat vele goed wetenden door de menselijke neiging om aardse macht en zekerheid beslissend te achten kiezen voor een partij die Gods werk vertrapt in een wetgeving voor de legalisatie van de abortus.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief