Pastorale notities
1979-01-12
In 1910 stierf in Gorkum ds J. van Andel, hij is daar ook begraven.- Jaargang 23
- nummer 2
Een gebeeldhouwde open bijbel ligt op zijn steen. Voor een nieuw geslacht is hij ’n volslagen onbekende. We hebben hier, in de gemeente van Sliedrecht, nog een oud-catechisante van hem, zr. Van Heukelom. In haar meisjesjaren, toen ze in Gorkum diende, kwam ze wel bij hem over de vloer; zij is nu 91. Ik noem die Jan van Andel, omdat hij iets geschreven heeft, dat vooral onze jongere broeders en zusters uit het hart gegrepen zal zijn. Bij zijn bespreking van Hebr. 10:25: “Wij moeten onze eigen samenkomsten niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkander aansporen en dat des te meer, naarmate gij de dag ziet naderen”, denkt v. Andel niet in de eerste plaats aan een opwekking om trouw naar de kerk te gaan zonder meer; nee, de twee delen van die tekst hangen volgens hem aan elkaar. Wij moeten trouw naar onze eigen samenkomsten gaan óm elkaar te vermanen. Hij schrijft: “In onze tijd zijn er zelfs geen kerkelijke samenkomsten waarin de broeders elkander kunnen vermanen. Hier heeft het ambt alles ingenomen… op dat ambt draagt de meerderheid der ambtelozen haar verplichting tot vermanen en opwekken over…
(Vroeger) had het vrije woord naast het ambtelijke een plaats, elk kon zijn gave aanwenden tot stichting van allen”.
Wanneer we daar weer aan zouden beginnen, elkaar vermanen tijdens onze samenkomsten, dan hadden we geen grote gebouwen nodig. De één na de ander zou opstappen. Men neemt dat niet. Maar het zou al heel wat zijn, wanneer we niet zeiden: Dominee moet daar eens achteraan, maar als we zélf eens naar de dwalende broeder gingen.