Ingezonden

1979-01-12
  • Jaargang 23
  • nummer 2
Open brief aan de afgevaardigden van de landelijke vergadering van de Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt) buiten verband.

Geachte Broeders,

In Trouw van 28 november jl. vond ik een verslag over de landelijke vergadering, gehouden op 25 november 1978.

Tot mijn niet geringe verbazing las ik
[ hier is een regel weggevallen ]
namen overbleven, namelijk "Nederlandse Gereformeerde Kerken" en "Vrijgemaakte Gereformeerde Kerken", terwijl de naam "Vrije Gereformeerde Kerken" werd afgewezen.

Helaas vermeldde het verslag niet de andere voorgestelde namen. Deze zijn mij dus niet bekend. Velen zullen het toch met mij eens zijn, dat beide overgebleven namen, waaruit in de voortgezette vergadering in mei 1979 er één gekozen zal moeten worden, de verwarring op dit gebied alleen maar groter zullen maken. Hoe zal een buitenstaander ooit het onderscheid zien tussen "Nederlandse Gereformeerde Kerken" en "Gereforhierin, dat er voor de keuze van een nieuwe naam voor onze kerken twee meerde Kerken in Nederland" of tussen "Vrijgemaakte Gereformeerde Kerken" en "Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt)"? Zo'n naam zal ongetwijfeld aanleiding geven tot allerlei moeilijkheden, alleen al op administratief terrein (bank/giro). Laten wij bij de keuze van een nieuwe naam toch aan onze presentatie naar buiten denken en vooral aan de jonge kerkleden en de komende geslachten.
Ik las in Trouw dat een afgevaardigde over de naam "Vrije Gereformeerde Kerken" de opmerking maakte: dat iemand die zegt "ik ben vrij gereformeerd", de reactie uitlokt van "ik ben tamelijk hervormd". Het zal wel als een grapje bedoeld zijn, want bij de naam "Vrij Evangelisch" denkt er toch niemand aan "tamelijk Evangelisch".

Wat er in de vergadering eventueel als werkelijk steekhoudende argumenten tegen "Vrije Gereformeerde Kerken" werd aangevoerd, vermeldt het verslag niet.
Verder las ik, dat er voor de naam "Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken" naar voren werd gebracht, dat deze naam de herkomst van de kerken aanduidt en bovendien een blijvend appèl inhoudt voor de binnenverbandse kerken. Wat het eerste betreft zou ik willen opmerken, dat de herkomst een kerkscheuring is. Moeten wij deze kwalijke zaak - wat een kerkscheuring toch altijd is - zo nodig voor het nageslacht in herinnering houden? Trouwens, wie van de jongeren onder ons kan uit de doeken doen hoe die kerkscheuring is ontstaan?

Het zullen er niet veel zijn.
Vele ouderen kunnen het niet eens meer goed navertellen. Mijns inziens zou het voor de geslachten, die na ons komen, toch wel een hele toer, zo niet onmogelijk, zijn om desgevraagd uit te leggen wat de oorsprong is van de naam "Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken". Bovendien vind ik deze naam als geheel foeilelijk, maar dat is een kwestie van smaak.
Wat betreft het aangevoerde argument van "een blijvend appèl aan de binnenverbandse kerken", betwijfel ik het zeer of zulk een appèl afhankelijk is van de naam van de "buitenverbanders"

Mijn voorkeur gaat uit naar "Vrije Gereformeerde Kerken", maar niemand heeft mijn mening gevraagd.
Het verwondert wij wel, dat er over deze zaak geen enquête gehouden werd onder alle kerkleden.
Het gaat toch ons allen aan. Zou het geen aanbeveling verdienen dit alsnog te doen? Er is nog tijd genoeg tot mei 1979, dunkt me.

De naam "Vrije Gereformeerde Kerken" geeft volgens mij onder meer aan dat de plaatselijke gemeenten van het kerkverband vrij en zelfstandig kunnen beslissen over die dingen binnen de gemeente die de gang van zaken in en het onderlinge contact met de andere gemeenten niet beïnvloeden of verstoren, bijvoorbeeld de liturgie.

In het persverslag van de 8e zitting van de landelijke vergadering las ik dat het de bedoeling was twee commissies te benoemen (misschien zijn deze inmiddels benoemd), namelijk één voor de liturgische formulieren en één voor het gebruik van gezangen.

Is het niet zo, dat dergelijke zaken door de plaatselijke gemeenten zelfstandig geregeld dienen te worden?
Er zijn immers gemeenten die het liever houden bij de oude formulieren en de psalmen oude berijming en andere gemeenten die de voorkeur geven aan formulieren in hedendaags Nederlands en bijv. een selectief gebruik van het Liedboek voor de Kerken.
Er is nu eenmaal velerlei schakering.
Wanneer er nu - volgens mij ten onrechte - commissies aan het werk gaan, zal dit onhoerroepelijk leiden tot een besluit van de landelijke vergadering. Naar mijn gevoel betekent dit dat de gemeenten dan over elkaar gaan heersen op het terrein van de liturgie. Dat kan nooit goed zijn en niet passend in ons kerkverband. Laat deze zaken toch over aan de plaatselijke gemeenten.
Het gebruik van andere/verschillende formulieren of andere liederen heeft toch geen enkele invloed op het onderlinge verkeer van de gemeenten!

Ik weet dat er meer kerkleden over bovengenoemde zaken net zo denken als ik. Daarom verzoek ik u vriendelijk mijn opmerkingen in overweging te nemen.

december 1978

Met zustergroeten,

J. Kuiper, Pijnacker

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief